Wil je een baan? Ga dan vooral iets praktisch leren!

De recessie is officieel voorbij. Maar daar hebben werkzoekenden niet veel aan.

Op de arbeidsmarkt zijn de gevolgen van de crisis nog minstens vier jaar voelbaar.

Zo op het eerste oog lijkt het allemaal wel mee te vallen met de crisis. We zijn sinds kort officieel uit de recessie – de economie groeit dus weer – en van de enorm snelle werkloosheidsstijging die het Centraal Planbureau in september voorspelde bij de presentatie van de Miljoenennota, is vooralsnog geen sprake. Sterker nog: de groei lijkt eruit. Ging het in de eerste helft van 2009 erg hard met 20.000 nieuwe werklozen in april en 16.000 in juni, de afgelopen maand kwamen er ‘slechts’ 4.000 werklozen bij.

Maar wacht nog even met opgelucht ademhalen. Want het mag dan meevallen, deskundigen zijn het erover eens dat de gevolgen van de crisis de komende jaren pas echt zichtbaar worden. Het duurt nu eenmaal een tijd voordat de gevolgen van de recessie zijn uitgewerkt: de arbeidsmarkt ijlt nog jaren na.

Dat komt doordat bedrijven na een crisis vaak lang wachten voor ze weer durven te investeren in nieuw personeel. Ook hebben veel bedrijven de afgelopen maanden grote reorganisaties in gang gezet, die pas in 2010 of 2011 hun beslag krijgen.

„Er staan veel banen op de tocht”, waarschuwt econoom Michiel Vergeer van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). „Denk bijvoorbeeld aan TNT Post, daar moeten duizenden mensen uit. Of kijk naar ING. De reorganisatie die daar in gang is gezet, loopt nog jaren door. De donkere wolk boven de arbeidsmarkt is nog lang niet verdwenen.”

Diezelfde sombere boodschap bracht de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling vorige week in haar Economic Outlook. De internationale organisatie voorspelt voor Nederland weliswaar een economische groei van 0,7 procent in 2010, maar dat herstel is te zwak om een verdere toename van de werkloosheid te voorkomen.

Het zijn factoren waar onderzoekers van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht (ROA) zo veel mogelijk rekening mee hebben gehouden bij hun tweejaarlijkse onderzoek naar de arbeidsmarktperspectieven van schoolverlaters. Uit hun rapport De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2014, dat vandaag wordt gepubliceerd, vallen twee belangrijke conclusies te trekken.

Eén: de arbeidsmarkt is in 2013 nog niet hersteld van de economische crisis. Twee: de vooruitzichten zijn het best voor hbo’ers en het slechtst voor ongeschoolden en academici. Met name studenten economie en rechten krijgen het de komende jaren nog lastig.

Eerst maar eens de arbeidsmarkt. Daar lopen twee ontwikkelingen door elkaar. Enerzijds de crisis met een langdurige daling van de werkgelegenheid als gevolg. Anderzijds de vergrijzing van de bevolking die na volgend jaar zorgt voor een snel stijgende vervangingsvraag, omdat veel oudere werknemers vanaf 2010 met pensioen zullen gaan.

„Die grote groep ouderen zorgt ervoor dat er in 2011 een krimp van de potentiële beroepsbevolking optreedt”, zegt onderzoeker Frank Cörvers van het ROA. „Dat is een geluk bij een ongeluk. Zonder die krimp zouden de gevolgen van de crisis veel heftiger zijn. Dan had je een scenario gekregen zoals in de jaren tachtig, toen veel schoolverlaters de arbeidsmarkt opkwamen, terwijl daar heel weinig uitstroom tegenover stond. Met een enorm hoge jeugdwerkloosheid als gevolg.”

Door de crisis zullen er in 2013 naar verwachting 220.000 personen minder aan het werk zijn dan in 2008, becijfert het ROA in zijn rapport. Tegelijkertijd stromen er tot 2014 elk jaar ongeveer 200.000 schoolverlaters de arbeidsmarkt op. Het verschil tussen de vervangingsvraag en het aantal instromers zal er op de middellange termijn voor zorgen dat de arbeidsmarkt zich herstelt en er zelfs weer sprake zal zijn van krapte. Maar tot 2014 staat het er voor veel toekomstige schoolverlaters niet florissant voor.

„Op zich valt het me nog mee”, zegt Cörvers. „Het gaat over de hele linie slechter. Het niveau van 2008, toen de arbeidsmarkt écht heel krap was, halen we voorlopig niet meer. Maar er zijn wel twee, heel duidelijk afgebakende groepen die het lastig krijgen: ongeschoolden en academici. Daarbuiten is de schade te overzien.”

Zelfs voor de groep lageropgeleiden met een diploma zijn de perspectieven niet ongunstig, zegt Cörvers. „Die hoeven de komende jaren niet werkloos thuis te zitten. Met name in zorg en welzijn ontstaat veel vraag naar lageropgeleiden. In die sectoren komt er werk bij, doordat mensen ouder worden en dus meer medische zorg gaan vragen. Tegelijkertijd is de vervangingsvraag er heel groot.”

Ook voor de meeste hbo’ers lijkt er geen vuiltje aan de lucht, met dank aan de vergrijzing „Er werken nu eenmaal meer ouderen op hbo-niveau dan op academisch niveau”, zegt Cörvers. „Daar profiteren toekomstige hbo’ers van.”

Voor academici liggen de kaarten radicaal anders. De afgelopen jaren is de populariteit van universitaire opleidingen enorm toegenomen. Met als gevolg een hoge instroom van wo’ers op de arbeidsmarkt, terwijl juist daar relatief weinig uitstromende ouderen tegenover staan.

Met name studenten rechten en economie krijgen het zwaar op de arbeidsmarkt, voorspelt het ROA. Cörvers: „Die richtingen kenden de afgelopen jaren een enorme toename van het aantal studenten. Dat wreekt zich nu. Tegelijkertijd zie je dat de banen voor afgestudeerden in die richtingen in de conjunctureel gevoelige sectoren zitten waar nu de klappen van de crisis vallen, zoals banken en andere financiële instellingen.”

Maar wie de arbeidsmarkt te slim af wil zijn door snel van een studie rechten over te stappen naar een lerarenopleiding, kan dat beter laten. Want de banengroei in het onderwijs is ook voorbij, volgens het ROA. „Er is nog wel vraag naar leraren”, zegt Cörvers, „maar die wordt vooral veroorzaakt door het toenemend aantal docenten dat in deeltijd wil werken. De werkgelegenheid uitgedrukt in voltijdsbanen neemt niet meer toe – en er komen niet meer leerlingen bij de komende jaren.”

Techniek dan? Jarenlang toch dé richting waarmee je vrijwel zeker een baan vond. Ook die tijd is voorbij, volgens het ROA. Vmbo’ers die voor een technische variant kiezen, zitten nog goed. Maar voor technici op wo-niveau is de gouden tijd voorlopig voorbij. „Simpelweg omdat het aantal mensen met een academische technische opleiding enorm is gestegen”, zegt Cörvers. „Daardoor constateren wij nu: het zijn er genoeg.”

Veel academici zullen de komende jaren dan ook noodgedwongen op zoek gaan naar een hbo-functie onder hun niveau, verwacht het ROA. Daar gaan hbo’ers last van krijgen: zij worden dan verdrongen door academici, net zoals hbo’ers op hun beurt mbo’ers zullen verdringen. „Maar dat hebben we ingecalculeerd”, zegt Cörvers, „en het doet niets af aan de mooie perspectieven voor hbo’ers. Normaal gesproken – dus zonder dat er sprake is van een recessie – zien we al dat eenderde van alle academici onder hun niveau terecht komt. Dat aantal zal de komende jaren bijna 10 procent hoger zijn.”

Is dat erg? Ach, relativeert Cörvers, beter een baan onder je niveau dan langdurig werkloos. „Je laat zien dat je gemotiveerd bent. En bovendien ben je alvast binnen bij een bedrijf. Al is het vervolgens wel zaak om alert te blijven en de kans op een baan op een hoger niveau te grijpen zodra die zich voordoet.”