Uitersten voeren boventoon in migratiedebat Kamer

Vanmiddag praat integratieminister Van der Laan met de Tweede Kamer over zijn begroting. Het wordt een debat met harde stellingnames.

Hoeveel geld investeren Turkse en Marokkaanse Nederlanders in het land van herkomst? Dat zou Tweede Kamerlid Mirjam Sterk (CDA) graag willen weten. Bij de behandeling van de Integratiebegroting in de Tweede Kamer zou ze minister Van der Laan (Integratie, PvdA) vanmiddag vragen dat uit te zoeken. Volgens haar moeten die bedragen te specificeren zijn – de kans daarop lijkt miniem. Sterk vindt dat migranten hun geld moeten steken in het land waar ze wonen. Want daar ligt hun toekomst en die van hun kinderen.

Minister van der Laan zei vorige week al tijdens de presentatie van zijn Integratiebrief, de visie van het kabinet op integratie, dat hij niet gelukkig is met de investeringen van migranten in hun land van herkomst. Vooral niet, en dat ziet hij regelmatig op wijkbezoek, als het gaat om ouders. Ouders die in Nederland in een klein huis wonen, zodat de kinderen geen rustige plek hebben om huiswerk te maken. En er geen geld is voor een computer of om lid te worden van een sportclub. Dan steek je geen geld in een tweede, derde of vierde huis in Marokko. Immigreren, vindt Van der Laan, doe je met heel je hart.

Het is het tweede integratiebegrotingsdebat voor Van der Laan, net een vol jaar in functie. Het is belangrijk, omdat juist over integratie de meningen van de partijen ver uit elkaar liggen. En ze nemen soms keihard stelling, waardoor emoties de overhand dreigen te krijgen. Van der Laan probeerde afgelopen jaar lopend beleid om te buigen naar zijn visie. Vanmiddag moet hij de door hem ingeslagen weg uitleggen en verdedigen.

Groot probleem is dat hij niet altijd de middelen heeft om op essentiële punten door te drukken. Zo kan hij wel vínden dat migranten hun geld in Nederland moeten investeren, hij kan het niet afdwingen. Maar hij geeft wel graag zijn mening.

Tweede Kamerlid Sietse Fritsma (PVV) vindt dat de minister, juist door dat gebrek aan sancties, een machteloze indruk maakt. De integratiebrief vindt hij een ‘politiek correct gebed zonder end’. „Waar zijn de daden?” De problemen rond integratie worden met de dag erger, zegt Fritsma. „Maar de minister kan helaas weinig doen, alleen maar wensen.” Net zoals de minister, stelt Fritsma, allochtonen met een Nederlands paspoort, de grootste groep potentiële inburgeraars, niet kan verplichten in te burgeren. „Hij kan alleen maar een moreel appèl doen. Maar dat kunnen ze nu juist niet verstaan.”

Het begrotingsdebat wordt een debat van uitersten. In de brief van Van der Laan is het voor het eerst dat een integratieminister zegt dat migranten zélf de grootste inspanning moeten doen om succesvol te integreren. Zij moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Een deel van de Kamerleden is het daarmee eens. Zij vinden dat de minister na een jaar op de goede weg is. Hij probeert een inhaalslag te maken met de inburgering, stelt hogere eisen aan huwelijks- en gezinsmigranten, wil segregatie serieus aanpakken, ook in de wijk, en ervoor zorgen dat ouders van leerplichtige kinderen Nederlands spreken. Maar een deel van de Kamer vindt het lang niet ver genoeg gaan.

Het moeizame verloop van de inburgering zal een belangrijk discussiepunt zijn tijdens begrotingsbehandeling. Kamerlid Paul de Krom (VVD) wil dat de Kamer zelf de inburgering gaat onderzoeken. „De overheid stort bakken met geld in de inburgering, maar wat levert het nu eigenlijk op?” De Krom vraagt zich af of het de moeite en het geld wel waard is.

Ook Kamerlid Jeroen Dijsselbloem (PvdA) wil weten wat de inburgering nu eigenlijk oplevert. „Vinden mensen na een inburgeringscursus makkelijker een baan, participeren ze beter?” Hij wil het weten. Niet om de inburgering op te doeken, maar om de cursussen te verbeteren. „Alle aandacht ging uit naar de lege lokalen. Nu moeten we ons druk maken om de kwaliteit.” En die moet veel hoger, vindt Dijsselbloem. Hij wil cursusaanbieders verplichten zich aan het kwaliteitskeurmerk te houden, en de Onderwijsinspectie moet de inburgeringscursussen controleren.

Blijft het probleem van de lastig te bereiken groepen die niet hoeven in te burgeren, maar dat wel zouden moeten. Zeker als ze kinderen hebben. De minister trof een moeder van Marokkaanse afkomst die niet wist waar haar kind op school zat. Dat kan echt niet, vindt hij. Dijsselbloem: „Als een vierjarig kind op school komt en geen woord Nederlands spreekt, heeft de school de plicht die achterstanden weg te werken. Maar de moeder heeft de plicht om Nederlands te leren. De school zou die cursussen moeten aanbieden.”

Een oplossing biedt de ‘verbrede leerplicht’, waarbij ouders van leerplichtige kinderen zelf ook leerplichtig zijn als ze onvoldoende Nederlands spreken. Cursussen zouden op scholen aangeboden kunnen worden en actief worden uitgevent. Ouders kunnen op die manier worden verleid tot het leren van Nederlands. Maar het probleem is weer hetzelfde: afdwingen kan niet.

Van der Laan stelt eisen aan migranten, het migratiebeleid is het afgelopen jaar zakelijker geworden. Maar het verwijt van oude wijn in nieuwe zakken zal vanmiddag ook te horen zijn. Volgens verschillende partijen is ook zijn beleid lang niet hard genoeg.