Tweede proces bij Strafhof

Het Internationale Strafhof, zeven jaar geleden opgericht voor de zwaarste misdaden, is vandaag zijn tweede proces begonnen. De Congolese militieleiders Germain Katanga en Mathieu Ngudjolo Chui staan terecht voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, die in 2003 zouden zijn begaan tijdens de zogeheten Tweede Congolese Oorlog (1998-2003).

Katanga (31) en Ngudjolo (39) hebben volgens aanklager Luis Moreno-Ocampo als leiders van de rebellenbewegingen FRPI en FNI opdracht gegeven tot de aanval op Bogoro, een dorpje in de oostelijke regio Ituri. In Bogoro lag een kamp van een vijandige beweging, de UPC, die werd geleid door Thomas Lubanga. Diens proces voor het Strafhof is na veel vertraging in januari begonnen. De aanval was een wraakoefening op de UPC, aldus Ocampo in zijn openingsverklaring, omdat die aanvallen had uitgevoerd op dorpen van Lendu en Ngiti, de etnische groepen waaruit FRPI en FNI bestonden.

De twee verdachten hadden het niet alleen op de rebellen gemunt, betoogde de aanklager, maar lieten opzettelijk het hele dorp uitroeien: de strijders „vermoordden iedereen en hakten ze in stukken”. Veel van de ruim 200 slachtoffers verbrandden levend in hun huizen. Vrouwen die probeerden te vluchten, werden als seksslavinnen toegewezen aan kindsoldaten. Na afloop zou Katanga lachend hebben verklaard dat „niets gespaard is gebleven”.

Katanga en Ngudjolo, die na de oorlog hoge rangen in het Congolese leger kregen, zijn aangeklaagd voor onder andere moord, de inzet van kindsoldaten, plundering, verkrachting en seksuele slavernij. Lubanga staat uitsluitend terecht voor het ronselen en inzetten van kindsoldaten. De verdachten hebben vanmorgen ontkend schuldig te zijn.

Meer over het Internationale Strafhof op nrc.nl/strafhof