Studentenhuis met structuur

Nijmegen heeft twee studentenhuizen die speciaal zijn ingericht voor jongeren met een autistische stoornis.

Er is 82 uur per week begeleiding aanwezig.

De wasmand puilt uit, een halfgeopende koffer ligt op de grond, het bed is niet opgemaakt en overal ligt rommel. Tot zover zou dit de kamer kunnen zijn van een gemiddelde student. Maar de bewoner is geen ‘doorsnee’ student, en de kamer bevindt zich niet in een gewoon studentenhuis.

De bewoner heeft een autistische stoornis. Hij heeft een kamer in een huis met zes andere studenten bij wie ooit ook autisme is vastgesteld. Het is het eerste studentenhuis voor jongeren met een autistische stoornis in Nederland. Er is 82 uur per week begeleiding aanwezig.

Of de wanorde in zijn kamer te maken heeft met zijn autistische stoornis? De bewoner zelf kan het niet met zekerheid zeggen. „Ik ben er gewoon wat laks in.” Initiatiefnemer en begeleider Johan Veenman weet wel beter. Mensen met een autistische stoornis hebben moeite met het verwerken van informatie, het houden van overzicht en het plannen van hun activiteiten. „Ja, ja, plannen is lastig”, erkent de jongen.

Veenman en zijn collega’s helpen de jongeren hun leven te organiseren, zodat ze daar uiteindelijk minder of geen hulp meer bij nodig hebben. En dat kan ver gaan. Zo begeleiden ze sommige studenten aan het begin van een nieuw trimester op weg naar de collegezaal.

Veenman: „Je moet je voorstellen dat een van de bewoners een navigatiesysteem gebruikt om op de universiteit te komen. Als een van de straten op weg daar naartoe is opgebroken, dan wordt hij daar heel nerveus van.” En: „Als de kapstok niet op dezelfde plek hangt als ze gewend zijn, dan lopen ze gewoon zonder jas naar buiten.” De begeleiders houden de agenda’s bij van de studenten zodat ze op tijd hun werk af hebben of hun tentamens hebben voorbereid. Alles in huis gaat volgens een vast, voorspelbaar ritme.

De jongeren zitten op het vwo, ze volgen een (hogere) beroepsopleiding of wetenschappelijk onderwijs. De 19-jarige Jelle – „mijn achternaam noem ik niet, mijn vrienden weten hier niks van” – studeert aan de UNIT Academie in Nijmegen, een kunstopleiding voor studenten met een autistische stoornis.

Drie jaar geleden werd bij hem een autistische stoornis vastgesteld. Ook hij heeft moeite met plannen, zegt Jelle. Zijn verhuizing naar het studentenhuis ziet hij als een „enorme stap” vooruit. „Ik wilde graag op mezelf wonen.” Zonder speciale begeleiding zou dat niet mogelijk zijn geweest. Dan zou hij vergeten zijn wat te doen, dan had hij zijn opstel over kunstgeschiedenis niet op tijd af gekregen, en at hij alle dagen pizza.

Het karakteristieke pand aan de Groesbeekseweg in Nijmegen doet sinds maart dienst als studentenhuis voor mensen met een autistische stoornis, onder de noemer Stumass (Studenten met Autismespectrum Stoornis). Vorige week is er een tweede huis geopend, aan de Heyendaalseweg. In januari komt er een huis bij in Wageningen, in februari in Den Haag, in maart in Leiden. Veenman: „En we kijken ook in Utrecht naar een geschikt pand.” Wonen in deze huizen is alleen mogelijk na een indicatie door indicatieorgaan CIZ.

Het aantal kinderen bij wie een autistische stoornis wordt vastgesteld, is de laatste jaren explosief gestegen. Psychiatrische diagnoses worden sneller en beter gesteld dan vroeger, aldus de Gezondheidsraad in een rapport dat in juni verscheen. Mogelijk heeft één op de honderd kinderen een stoornis in ‘het autistische spectrum’.

Ook het aantal studenten met een autistische stoornis groeit gestaag, constateert Veenman. Mede als gevolg van de introductie van ‘het rugzakje’ in 2001 slagen zij er steeds vaker in een havo- of vwo-diploma te halen, stelt hij vast. Ouders van probleemleerlingen kunnen sinds die tijd aanspraak maken op geld voor extra begeleiding. Het kind kan vaker op een gewone basisschool of in het gewone voortgezet onderwijs blijven.

Veenman werkte zelf jarenlang met jeugdige autisten. Hij was sociaal pedagogisch medewerker bij het Dr. Leo Kannerhuis, een expertisecentrum voor autisme. Veenman zag dat jongeren in de problemen raakten als ze wilden beginnen met een vervolgopleiding na de middelbare school. „Ik ontmoette wanhopige ouders die niet wisten wat ze met hun zoon of dochter aan moesten als die eenmaal het havo- of vwo-diploma had gehaald. Als de jongeren al aan een studie begonnen, dan haakten ze vroeg of laat toch af. Als je gaat studeren, zeker in een andere stad, is niks hetzelfde.”

Jan-Pieter Teunisse, lector levensloopbegeleiding bij autisme aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, volgt de ontwikkeling van de huizen op de voet: „Wat intelligentie betreft, kunnen deze jongeren een studie vaak prima aan, maar het omgaan met andere studenten kost moeite. Ze vinden het ook moeilijk te anticiperen op veranderingen, bijvoorbeeld wijzigingen in een rooster. In dit studentenhuis komen al die vaardigheden aan bod, zodat ze steeds zelfstandiger worden. En dat kan net het verschil maken.”