Steeds dikker en dikker en ...

Na vijf jaar is er nu een nieuw convenant in de strijd tegen overgewicht

Minister Klink wil geen overheidsdwang. Mensen moeten zelf keuzes maken.

Is het glas halfvol of halfleeg als het gaat om de bestrijding van overgewicht? Het vijfjarig project Convenant Overgewicht leidde niet tot een daling van het aantal te dikke mensen, zo bleek gisteren uit de presentatie van het eindresultaat. Bij kinderen is zelfs sprake van een toename van zwaarlijvigheid. Maar voorzitter Paul Rosenmöller vindt het glas halfvol. „Het is nooit genoeg, maar er is veel bereikt”, vindt de oud-fractieleider van GroenLinks. „Mensen zijn zich bewuster van het probleem van overgewicht en er zijn veel acties geweest om het te voorkomen. Om gedrag te veranderen, heb je een lange adem nodig.”

Rosenmöller presenteerde de resultaten gistermiddag aan minister Klink (Volksgezondheid, CDA) in het ADO-stadion in Den Haag. Twintig partijen uit het bedrijfsleven, grote steden en het maatschappelijk veld, hebben zich ingespannen om gezonde voeding thuis, in de winkel, op school en op het werk populair te maken. Hun bestuurders waren in groten getale bij de presentatie aanwezig. Zoals NOC*NSF-coryfee Erica Terptra.

Het aantal volwassenen met overgewicht stabiliseert zich op 52 procent voor mannen en 41 voor vrouwen. Circa 11 procent van de mensen van 20 jaar of ouder heeft „ernstig overgewicht”. Bij 15 procent van de jongens en bij 18 procent van de meisjes is sprake van overgewicht. 1 op de 7 baby’s en peuters is te zwaar. Tien jaar geleden was dat nog 1 op de 10.

Vergeleken met andere Europese landen scoort Nederland gemiddeld. Het is de ambitie van Rosenmöller dat Nederlandse jongeren over vijf jaar de gezondste van Europa zijn. Om dat te bereiken, beveelt hij de Franse aanpak aan „die overgewicht drastisch heeft weten terug te brengen”. Volgens die methode werken lokale overheden samen met publieke en private partijen aan de gezondheid van de bevolking. Rosenmöller vindt dat kinderen in en rond school minimaal een uur per dag moeten bewegen. „Daarin scoort Nederland heel slecht”, zegt hij desgevraagd.

Gisteren sloten alle betrokken partijen een nieuw convenant met een positievere naam: Gezond Gewicht. Alle deelnemende partners gaan zich opnieuw vijf jaar met Rosenmöller inspannen om het gewicht van Nederlanders naar beneden te krijgen.

De verantwoordelijke bewindslieden minister Klink (Volksgezondheid, CDA), minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) en staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) hebben deze kabinetsperiode gekozen voor zelfregulering. Fabrikanten, media, gemeenten, scholen, ouders en kinderen moeten het probleem aanpakken. Want er kunnen veel gezondheidsklachten uit voortkomen, zoals suikerziekte.

Klink zei in het ADO-stadion dan ook dat hij er niet voor voelt om burgers allerlei maatregelen op te leggen. Hij ziet het als zijn taak om mensen goed te informeren zodat ze zelf de juiste keuze kunnen maken. Het is niet aan een minister, vindt hij, om voor te schrijven hoeveel baby’s moeten wegen, hoeveel kinderen moeten rennen en hoeveel appels volwassenen moeten eten. Wie hem nog beticht van betutteling, dient hij meteen van repliek.

De PvdA-fractie in de Tweede Kamer vindt de vrijblijvende houding van het kabinet „heel zorgelijk”. „Het schiet niet op”, zegt Kamerlid Arib (PvdA). „Dit is momenteel een van de belangrijkste gezondheidsproblemen. Het gevoel van urgentie ontbreekt volledig.” Dat de zelfregulering onvoldoende werkt, blijkt volgens haar uit de resultaten van het convenant.

De Kamer is echter niet voor ferm overheidsingrijpen, zoals een verbod op snoepreclame voor kinderen. Rosenmöller wil wel dat de reclame de komende periode vermindert en hij was ook voor een wettelijk verbod. Nu zegt hij met gevoel voor politieke verhoudingen: „Ik wil niet aan een dood paard trekken. Het is ook maar één van de vele acties die je zou moeten ondernemen.”

Vooral mensen uit lage sociaal-economische klassen, onder wie veel allochtonen, lopen het risico op overgewicht. Uit onderzoek van het AMC in Amsterdam is gebleken dat kinderen van Turkse, Marokkaanse en Ghanese afkomst twee à drie keer meer kans op overwicht hebben dan Nederlandse.

De CDA-fractie is blij met de recente ontwikkelingen en gelooft in lokale van Frankrijk afgekeken aanpak Kamerlid Uitslag (CDA) ziet niets in sterker ingrijpen van de overheid. „Ik ben bang dat we doorschieten. Je ziet ouders hun kinderen halvarine en magere melk voorzetten, terwijl kinderen goede voedingsstoffen nodig hebben. Het is idioot te denken dat mensen minder snoep gaan kopen als bepaalde zenders geen reclame meer uitzenden.” Zij wil eten niet problematiseren.

Rosenmöller vindt het ook makkelijk de schuld bij de overheid te leggen. „Je kunt geen enkele partij missen om succes te boeken. De overheid moet niet gaan bepalen wat mensen thuis eten.” Wel zegt hij dat ouders hun kind soms mishandelen als zij het niet gezond eten geven. Ook al relativeert hij dat meteen: „Het gaat om gezinnen waar meerdere problemen zich opstapelen. Je kunt dat niet generaliseren.”

Lees achtergronden over overgewicht op nrc.nl/overgewicht