Race om Opel-geld begint weer

De verkoop van Opel aan Magna is van de baan. De strijd over welke banen in welke landen blijven, gaat gewoon door. Staatssteun blijft een verleidelijke, maar verboden optie.

„Lazer op! Wij moeten die man filmen!” Cameramannen waren gistermiddag in Brussel minstens zo competitief als de nationale politici die zij in beeld wilden brengen. Zij beukten iedereen aan de kant met zware apparatuur. Politici worden ervan verdacht achter de schermen hetzelfde te doen met staatssteun voor Opel.

Om te zorgen dat regeringen niet met belastinggeld smijten om hún fabrieken open te houden, organiseerde eurocommissaris Günter Verheugen (Industrie) gisteren een bijeenkomst tussen de Europese topman van General Motors, Nick Reilly, en vertegenwoordigers van zeven Europese landen met Opel-fabrieken. Nu GM Opel niet verkoopt, gaat het concern die fabrieken zelf herstructureren. Het bedrijf moet 20 à 25 procent worden afgeslankt. Van de 50.000 banen verdwijnen er 9 à 10.000. Meer details gaf Reilly niet. Maar alle deelnemers verklaarden later dat de herstructurering volgens het boekje van de interne Europese markt zal gaan. Vlaams premier Kris Peeters zei: „GM heeft ons over zijn plannen geïnformeerd. We zullen ditmaal een gecoördineerd antwoord overbrengen. We willen niet weer in een wedloop belanden.”

Velen zijn sceptisch. Zo’n vergadering werd immers eerder gehouden: in mei nog, aan de overkant van de straat. Toen beloofde de Duitse regering, vlak voor de verkiezingen, 4,5 miljard euro staatssteun om Duitse fabrieken overeind te houden. Andere landen met Opel-vestigingen begonnen toen een ‘bidding war’ om hun fabrieken ook ontslagen of sluiting te besparen. De coördinatiepoging van Verheugen haalde niets meer uit. Ministers en onderministers boden in mei, achter gesloten deuren, keihard tegen elkaar op. Toen ze later op de camera’s stuitten, zeiden ze wat ze geacht werden te zeggen: dat staatssteun op de interne markt niet gebruikt zou worden om ontslagen op een ander land af te wentelen. Eurocommissaris Neelie Kroes liep woedend, zonder iets te zeggen, langs hen. Zij moet de regels van de interne markt bewaken. Als alle landen de staatssteunregels aan hun laars lappen, verliest de EU zijn fundament.

Intussen is de zaak, na protesten van Kroes, veranderd. General Motors besloot begin november Opel toch niet aan het Canadese Magna te verkopen. Er komt een nieuw herstructureringsplan. De Duitse verkiezingen zijn voorbij en de nieuwe regering is niet happig meer op staatssteun voor GM. Minister van Economische Zaken Rainer Brüderle waarschuwt ineens tegen een subsidiewedloop.

Reilly verscheen gisteren het eerst. Hij bevestigde dat GM 3,3 miljard euro nodig heeft. „Wij willen graag steun van regeringen”, zei hij. Maar staatssteun krijgt volgens hem geen invloed op het behoud van banen in een land. „Het herstructureringsplan bestaat en zal niet aangepast worden.”

Na Reilly’s vertrek overlegden regeringsvertegenwoordigers van landen met Opel- of Vauxhall-fabrieken met Verheugen, Kroes en Vladimir Spidla (Werkgelegenheid). Net als in mei hield Kroes allen de spelregels voor: staatssteun kan alleen op economische, niet op politieke gronden. Daarom veroordeelde zij in oktober de verkoop van Opel aan Magna: Berlijn ‘smeerde’ die deal omdat Magna garanties gaf voor banen in Duitsland.

Ook gisteren zeiden de politici wat ze moesten. „Wij laten ons niet tegen elkaar uitspelen”, zei Peeters. „Wij zijn hier om het volgens de regels te spelen”, meldde de Duitse onderminister Jochen Homann.

Meenden ze het ditmaal? Kroes vertoonde zich niet. Verheugen evenmin – maar hij zei afgelopen weekend tegen Der Spiegel dat „landen informeel alweer beloftes doen. Dat is alarmerend”. Vlaanderen zou Opel-Antwerpen willen behouden door 500 miljoen euro te bieden. Groot-Brittannië zou 400 miljoen beloven, Spanje 300. Polen zou GM belastingverlaging voorspiegelen. De politici zien elkaar op 3 en 4 december. Daarna moet blijken of herkansing voor Opel ook een herkansing is voor de Europese staatssteunregels.