Poolse premier wil af van onwillige president

Na 45 jaar communisme besloot Polen om premier en president evenveel te zeggen te geven, uit angst voor machtsconcentratie. Maar dat systeem blijkt in de praktijk onwerkbaar.

Bij zijn aantreden in 2007 predikte Donald Tusk de „liefde”. De Poolse kiezer verlangde volgens de Poolse premier naar kalmte, na jaren van felle conflicten onder zijn voorgangers. Afgelopen weekeinde erkende Tusk dat hiervan weinig terecht is gekomen – en ontketende hij ook meteen maar een politieke storm. Tijdens een persconferentie ontvouwde hij plannen voor ingrijpende grondwetswijzigingen, die, zegt Tusk, het door stammenoorlogen gekwelde Polen in rustiger vaarwater moeten brengen. Sommigen noemen het „briljant”, anderen „een aanslag op de democratie”.

Tusk heeft een groot probleem, al twee jaar, in de gedaante van president Lech Kaczynski. Die beschikt niet alleen over een krachtig vetowapen, hij vergezelt Tusk ook ongevraagd op buitenlandse reizen. In Brussel wordt smadelijk gelachen om het Poolse duo, dat openlijk bekvecht om stoelen, microfoons en regeringsvliegtuigen.

Wie heeft het primaat in Warschau? De huidige grondwet, uit 1997, is daar vaag over. Uit vrees voor te veel machtsconcentratie werd destijds besloten om zowel premier als president sterk te maken. Dat leek toen, vlak na 45 jaar communistische dictatuur, een goed idee, maar blijkt nu onwerkbaar. De vete tussen Tusk en Kaczynski verlamt het wetgevende proces.

Tusk wil het presidentiële ambt daarom omvormen tot een meer ceremoniële functie, met een zeer beperkt vetorecht. De president zou ook niet langer rechtstreeks gekozen moeten worden, maar door leden van het parlement, zoals in Duitsland en Tsjechië. „Burgers maken hun keuze tijdens verkiezingen”, zegt Tusk. „En vervolgens kan het niet de bedoeling zijn dat staatsinstituties met elkaar in conflict zijn.”

De belangrijkste oppositiepartij, het conservatieve en door Kaczynski opgerichte Recht en Rechtvaardigheid (PiS), doet het plan af als een truc, om de aandacht af te leiden van een lobbyschandaal waarin de regering is verwikkeld (partijgenoten van Tusk zouden zijn geronseld door de gokindustrie). Grzegorz Napieralski, leider van de sociaal-democraten (SLD), wil wel praten met Tusk. Maar volgens hem is het probleem niet de grondwet, maar „het karakter van mensen”.

Napieralski heeft een punt: de Tsjechische president Václav Klaus liet onlangs zien dat een ‘ceremoniële president’ óók zijn wil kan opleggen aan Praag, zelfs aan heel Europa. Op de valreep stelde Klaus extra eisen aan het door hem verfoeide Verdrag van Lissabon. Daarmee overtrad hij volgens juristen zijn grondwettelijke bevoegdheden, maar Brussel stemde in, om van het gezeur af te zijn. Veel hangt dus ook af van politieke cultuur en omgangsvormen.

Tusk en Kaczynski communiceren via de media of via het Constitutionele Hof. Eerder dit jaar nog moest dat hof zich uitspreken over de vraag wie het buitenlands beleid uitstippelt. De regering, antwoordden de rechters, maar ze zeiden ook dat de president desgewenst mee mag naar internationale bijeenkomsten. Wel riepen ze Kaczynski op om op die reizen mee te werken met de premier.

Het rechts-liberale Burgerplatform (PO) van Tusk versloeg Kaczynski’s Recht en Rechtvaardigheid overtuigend bij de parlementsverkiezingen in 2007, maar worstelt sindsdien met de onwillige president. Volgens Gazeta Wyborcza, Polens grootste dagblad, zou de president boven de partijen moeten staan, maar gedraagt hij zich als de „inofficiële leider van de oppositie”.

De president blokkeerde wetten op het gebied van de – zo goed als failliete – gezondheidszorg en de pensioenen, die zwaar drukken op de staatsbegroting. Hij sprak ook zijn veto uit over pogingen om het door politieke partijen gedomineerde en verpeste mediabestel te hervormen. In al die gevallen moest Tusk een tweederde, constitutionele meerderheid bijeen sprokkelen, om de veto’s te verwerpen. Vaak lukte dat niet.

Volgens de premier stevent Polen door de onwil van de president volgend jaar af op een veel te groot begrotingstekort en uitdijende buitenlandse schuld. En vooralsnog gelooft de kiezer Tusk. Met zijn beheerste regeerstijl is de premier al twee jaar de meest populaire politicus van het land. Kaczynski is volgens peilingen steeds minder geliefd.

Een groep vooraanstaande juristen stelde onlangs al voor om de impact van presidentiële veto’s te verkleinen, door het makkelijker te maken om ze in het parlement ongedaan te maken. Tusks plannen gaan veel verder en worden wat hem betreft begin 2010 al uitgevoerd, ruim voor de presidentsverkiezingen in oktober dat jaar. Verkiezingen die Tusk volgens opiniepeilingen heel goed zou kunnen winnen.

Althans, als hij zich kandideert. Volgens Gazeta Wyborcza zal de premier dit natuurlijk alleen doen als zijn grondwetswijzigingen het níet halen.