Politici en journalisten vermoord in Filippijnen

In het zuiden van de Filippijnen zijn gisteren 21 politici en journalisten dood gevonden. Ze waren eerder op het eiland Mindanao ontvoerd door gewapende mannen toen ze een kandidaat voor de lokale verkiezen van volgend jaar probeerden te laten registreren. Het is het ernstigste politieke geweld in jaren. De moorden zijn niet opgeëist.

Volgens lokale berichten was de groep, die bestond uit journalisten, familie en aanhangers van een kandidaat voor het gouverneurschap, maandagochtend ontvoerd. De groep was op weg naar een verkiezingskantoor in de provincie Maguindanao om de lokale burgemeester Ismael Mangudadatu te laten registreren.

Mangudadatu zou het willen opnemen tegen de lokale clanleider in de strijd voor het gouverneurschap van de provincie. Hij maakte zelf geen deel uit van de groep, maar zijn vrouw, advocaten, familieleden en journalisten wel. Zij zijn ontvoerd nadat hun konvooi van drie voertuigen werd aangevallen.

Jesús Dureza, adviseur van president Gloria Arroyo in Mindanao, zei dat deze „verschrikkelijke slachting van burgers geen precedent heeft in de recente geschiedenis”. Hij raadde aan om in het gebied de noodtoestand uit te roepen in de regio. Ook president Arroyo heeft het geweld veroordeeld.

Het land organiseert in mei 2010 nationale verkiezingen. De registratie voor de lokale en nationale stembusgang is deze maand begonnen. Verkiezingen in de Filippijnen worden vaak geplaagd door geweld. Politieke rivalen proberen elkaar te vermoorden, vooral in provinciale gebieden waar de politie en de veiligheidstroepen nauw verbonden zijn met lokale clans.

Elke politicus heeft persoonlijke beveiliging, die in sommige gebieden uitgroeit tot particuliere legertjes die bestaan uit honderden goed bewapende mannen. In dit geval staan de clans Mangudadatu en Ampatuan niet altijd met elkaar op voet van oorlog. Maar in aanloop naar de verkiezingen lijken de spanningen te zijn toegenomen. (BBC, AP)