Op beenprotheses naar de Spelen

Speelt de Zuid-Afrikaanse gehandicapte hardloper Pistorius vals door met zijn verende beenprotheses aan de Spelen mee te doen? De wetenschap is nog verdeeld, maar hij mag deelnemen.

Een groep van zeven sportfysiologen is diep verdeeld over de vraag of de gehandicapte Zuid-Afrikaanse atleet Oscar Pistorius in wedstrijden oneerlijk voordeel heeft van zijn protheses. Pistorius (nu 23 jaar oud) won in 2004 op de Paralympics een gouden medaille op de 200 meter. In 2008 wilde hij zich kwalificeren voor de gewone Spelen, maar hij mocht eerst niet meedoen van de Internationale Associatie van Atletiekfederaties (IAAF) wegens mogelijke competitievervalsing.

De zeven, verbonden aan zes verschillende Amerikaanse universiteiten, werden door de advocaten van Pistorius ingeschakeld. De stelling van de Atletiekfederatie was dat Pistorius’ wedstrijdbenen van koolstoffiber meer veerkracht bezaten dan menselijke onderbenen en dat dat niet eerlijk was. Hardlopers gebruiken hun onderbenen deels als veermechaniek: bij het neerkomen van de voet wordt energie opgeslagen die bij de afzet weer vrijkomt, wat de loper in staat stelt zuinig met energie om te gaan.

Op een hoorzitting bij het Hof van Beroep voor de Sport verklaarde de groep dat dit niet relevant was omdat Pistorius korte afstanden loopt. Daarbij gaat het om maximale snelheid en niet om zuinigheid. Daarmee was het bezwaar van de IAAF ontkracht en kon Pistorius proberen zich te kwalificeren. Dat mislukte. Wel won hij drie keer goud op de Paralympics van 2008.

De zeven onderzoekers hadden veel meer mogen onderzoeken, met Pistorius zelf als proefpersoon, op voorwaarde dat daarvan niets openbaar zou worden gemaakt voor of tijdens de hoorzitting. Het ging alleen om het bezwaar van de Atletiekfederatie. De overige resultaten hebben liggen wachten op publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift, voor het team erover kon praten. Nu zijn hun bevindingen verschenen in vier artikelen het Journal of Applied Physiology (19 november), in de vorm van een discussie waarin beide partijen tweemaal aan het woord komen. Er vallen harde woorden. De recalcitrante tennisser John McEnroe wordt zelfs geciteerd: ‘You can’t be serious!’

Een minderheid van twee man stelt dat Pistorius wel degelijk oneerlijk voordeel geniet, op andere manieren dan de IAAF veronderstelde. Zijn protheses, type ‘Cheetah’, zijn half zo zwaar als deel van het menselijk onderbeen dat ze vervangen. Op de lopende band blijkt dat Pistorius zijn Cheetahs extreem snel door de lucht van achteren naar voren kan brengen: hij doet dat 15 procent sneller dan het gemiddelde van vijf valide wereldrecordhouders op de 100 meter. Het gevolg is dat Pistorius’ benen 14 procent langer contact houden met de grond voordat ze weer naar voren worden gezwaaid. Die langere tijd kan Pistorius gebruiken om zich af te zetten. Het voordeel is vergelijkbaar met dat van de klapschaats. Die verlengt het contact van de schaatser met het ijs met als gevolg snellere tijden. De twee wijzen op het afwijkende verloop van Pistorius’ races. Op een 400 meter onder gewone atleten verliest hij de eerste 200 meter terrein, om dat in de tweede helft goed te maken. Hij heeft dus een hogere kruissnelheid dan de beste atleten.

Het meerderheidsstandpunt van vijf onderzoekers is dat er iets aan de hand is met Pistorius en niet met de Cheetahs. Zij geven cijfers over het zuurstofgebruik van hardlopers. Een groep van zes geamputeerde atleten had zo’n tien procent meer zuurstof nodig per kilo en per kilometer dan zes vergelijkbare lopers met intacte ledematen. Pistorius doet het juist met ruim tien procent minder. De vijf stellen experimenten voor, onder andere proeven met het verzwaren van de Cheetahs, om de zien of dit de zwaaitijd verlengt en of dit gevolgen heeft voor de snelheid van een atleet.

Voordat de wetenschap met één standpunt komt zullen de sportautoriteiten niet op de genomen beslissing terugkomen en kan Pistorius zijn Olympische droom blijven najagen.