Ongeschoolden en academici krijgen het zwaar

Vergrijzing voorkomt grote jeugdwerkloosheid. Maar de kansen voor studenten rechten en economie zien er beroerd uit. Een balans.

Het lijkt mee te vallen met de crisis. Nederland is sinds twee weken officieel uit de recessie – de economie groeit weer licht – en van de snelle werkloosheidsstijging die het Centraal Planbureau in september bij de presentatie van de Miljoenennota nog voorspelde, is vooralsnog geen sprake. Sterker: de werkloosheidgroei zwakt af. Ging het in de eerste helft van 2009 nog hard, met 20.000 nieuwe werklozen in april en 16.000 in juni, in oktober kwamen er 4.000 bij.

Maar de gevolgen van de crisis zullen pas later echt voelbaar worden. Na elke recessie ijlt de arbeidsmarkt nog jaren na. De productie mag weer omhooggaan, bedrijven wachten vaak lang voor ze weer durven te investeren in nieuw personeel. Bovendien hebben veel bedrijven reorganisaties in gang gezet, die pas in 2010 of 2011 hun beslag zullen krijgen.

„Er staan veel banen op de tocht”, waarschuwt econoom Michiel Vergeer van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). „Denk bijvoorbeeld aan TNT Post, daar moeten duizenden mensen uit. Of kijk naar ING. De reorganisatie die daar in gang is gezet, loopt nog jaren door. De donkere wolk boven de arbeidsmarkt is nog lang niet verdwenen.”

Diezelfde boodschap bracht de OESO in haar jongste Economic Outlook. De internationale organisatie van 30 industrielanden in Parijs voorspelt voor 2010 voor Nederland een economische groei van 0,7 procent, maar dat herstel is volgens de OESO te zwak om een verdere toename van de werkloosheid te voorkomen.

Het zijn factoren waar het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht (ROA) zo veel mogelijk rekening mee heeft gehouden bij zijn tweejaarlijkse onderzoek naar arbeidsmarktperspectieven. Uit het rapport De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2014, dat vandaag wordt gepubliceerd, blijkt dat op de arbeidsmarkt twee tegengestelde ontwikkelingen parallel lopen. Er is de crisis met een langdurige daling van de werkgelegenheid en dus van de vraag naar arbeid als gevolg. En er is de vergrijzing van de bevolking, die na volgend jaar zorgt voor een snel stijgende vervangingsvraag, omdat veel oudere werknemers vanaf 2010 met pensioen zullen gaan. „Dat [laatste] is een geluk bij een ongeluk”, zegt onderzoeker Frank Cörvers van het ROA. „Zonder de vergrijzing zouden de gevolgen van de crisis veel heftiger zijn.” Dan was er volgens hem gebeurd wat in de jaren tachtig gebeurde, toen veel schoolverlaters de arbeidsmarkt opkwamen, terwijl daar heel weinig uitstroom van werknemers tegenover stond. „Met als gevolg een enorm hoge jeugdwerkloosheid”, zegt hij.

Door het eerste verschijnsel, de daling van de werkgelegenheid wegens de crisis, zullen er in 2013 naar verwachting 220.000 personen minder aan het werk zijn dan in 2008; een daling van 3 procent van de werkzame beroepsbevolking, becijfert het ROA in zijn rapport. In vrijwel alle sectoren daalt de werkgelegenheid, met uitzondering van de verzorging, de medische en de pedagogische sector. Tegelijkertijd stromen er tot 2014 elk jaar ongeveer 200.000 schoolverlaters de arbeidsmarkt op. Op middellange termijn zal dankzij de vergrijzing de arbeidsmarkt zich weliswaar weer herstellen en zal er weer sprake zijn van krapte. Maar tot 2014 staat het er voor veel schoolverlaters niet florissant voor.

„Op zichzelf valt het me nog mee”, concludeert Cörvers. „Het gaat over de hele linie slechter. Het niveau van 2008, toen de arbeidsmarkt echt heel krap was, halen we voorlopig niet meer. Maar er zijn wel twee, heel duidelijk afgebakende groepen die het lastig krijgen: ongeschoolden en academici. Daarbuiten is de schade te overzien.”

Zelfs voor de groep lageropgeleiden met een diploma zijn de perspectieven niet ongunstig, zegt Cörvers. „Die hoeven de komende jaren niet werkloos thuis te zitten. Met name in zorg en welzijn ontstaat veel vraag naar lageropgeleiden. In die sectoren komt er werk bij, doordat mensen ouder worden en dus meer medische zorg gaan vragen. Tegelijkertijd is de vervangingsvraag er heel groot.”

Ook voor de meeste hbo’ers lijkt er geen vuiltje aan de lucht, met dank aan de vergrijzing „Er werken nu eenmaal meer ouderen op hbo-niveau dan op academisch niveau”, zegt Cörvers. „Daar profiteren toekomstige hbo’ers van.”

Voor academici liggen de kaarten anders. De afgelopen jaren is de populariteit van universitaire opleidingen toegenomen. Met als gevolg een hoge instroom van wo’ers op de arbeidsmarkt, terwijl juist daar relatief weinig uitstromende ouderen tegenover staan.

Met name studenten rechten en economie krijgen het zwaar op de arbeidsmarkt, voorspelt het ROA. Cörvers: „Die richtingen kenden de afgelopen jaren een enorme toename van het aantal studenten. Dat wreekt zich nu. Tegelijkertijd zie je dat de banen voor afgestudeerden in die richtingen in de conjunctureel gevoelige sectoren zitten waar nu de klappen van de crisis vallen, zoals banken en andere financiële instellingen.”

Maar wie de arbeidsmarkt te slim af wil zijn door snel van een studie rechten over te stappen naar een lerarenopleiding, kan dat beter laten. Want de sterke banengroei in het onderwijs is ook voorbij, volgens het ROA. „Er is nog wel vraag naar leraren”, zegt Cörvers, „maar die wordt vooral veroorzaakt door het toenemend aantal docenten die in deeltijd willen werken. De werkgelegenheid uitgedrukt in ‘voltijdbanen’ neemt niet meer toe – en er komen niet meer leerlingen bij de komende jaren.” Die deeltijdfactor speelt ook een rol bij het grote aantal banen in de medische hoek. Vooral vrouwelijke artsen willen parttime werken, waardoor het totale aantal banen in de zorg toeneemt.

Opvallend in de prognose van het ROA is de sterke verandering in de technische sector. De afgelopen jaren stond een technische opleiding garant voor een baan. Vmbo’ers die voor een technische variant kiezen, zitten nog goed. Maar voor technici op wo-niveau is de kans op een baan gering. „De gouden tijd is voorlopig voorbij”, zegt Cörvers. „Simpelweg omdat het aantal mensen met een academische technische opleiding enorm is gestegen. Daardoor constateren wij nu: het zijn er genoeg.”

Veel academici zullen de komende jaren noodgedwongen op zoek gaan naar een hbo-functie onder hun niveau, verwacht het ROA. Daar gaan hbo’ers last van krijgen: zij worden dan verdrongen door academici, net zoals hbo’ers op hun beurt mbo’ers zullen verdringen. „Maar dat hebben we ingecalculeerd”, zegt Cörvers, „en het doet niets af aan de mooie perspectieven voor hbo’ers. Normaal gesproken – dus zonder dat er sprake is van een recessie – zien we al dat eenderde van alle academici onder hun niveau terechtkomt. Dat aantal zal de komende jaren bijna 10 procent hoger zijn.”

Is dat erg? Ach, relativeert Cörvers, beter een baan onder je niveau dan langdurig werkloos. „Je laat zien dat je gemotiveerd bent. En bovendien ben je alvast binnen bij een bedrijf. Al is het vervolgens wel zaak om alert te blijven en de kans op een baan op een hoger niveau te grijpen zodra die zich voordoet.”