Nog even oefenen op zijn nieuwe volkslied

Marathonschaatser Arjan Stroetinga wil met een Kazachstaans paspoort naar de Spelen in Vancouver.

Zijn Nederlanderschap staat op het spel, maar hij zet door.

Hij zat er wat ongemakkelijk bij toen het Kazachstaanse volkslied werd gedraaid, twee weken geleden in De Wereld Draait Door. De Friese marathonschaatser Arjan Stroetinga voelde zich duidelijk nog geen Kazach. Meeneuriën lukte amper. Van sidekick Martin Simek kreeg hij huiswerk mee, zijn houding tijdens het volkslied moest beter: kin en borst vooruit, en meezingen.

Bij het grote publiek is Stroetinga (28) sinds kort bekend als een van de ‘schaatskazachen’. Onder Kazachstaanse vlag wil hij zich plaatsen voor de ploegachtervolging bij de Olympische Spelen in Vancouver, samen met Rob Hadders, Jorrit Bergsma en Christijn Groeneveld. De vier hebben een Kazachstaans paspoort, maar dreigen de Nederlandse nationaliteit te verliezen doordat ze vrijwillig een andere nationaliteit hebben aangenomen. Een paar weken geleden bezocht de vreemdelingenpolitie de KNSB om de documenten van de schaatsers in te zien.

Marathonschaatser Robert Bovenhuis trok zich terug uit het Kazachstaanse avontuur toen hem duidelijk werd wat de eventuele consequenties waren. Ook Stroetinga was er in eerste instantie niet van op de hoogte dat hij zijn Nederlanderschap kwijt kon raken, maar zet door. „Ik zie wel hoe het loopt. Ik kan me er niet al te druk om maken.” Een van de initiatiefnemers van het plan, Stroetinga’s coach Jillert Anema, zegt dat hun advocaat eind deze week om de tafel gaat zitten met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de gemeentes waar de schaatsers woonachtig zijn. Dan moet meer duidelijk worden.

Zonder zich iets aan te trekken van alle commotie reed Stroetinga (1,75 lang, 64 kilo zwaar) zaterdag de marathon in Hoorn. Het sprintkanon van de BAM-ploeg beleefde een ongelukkige wedstrijd. De uiteindelijke winnaar Ingmar Berga nam al snel een ronde voorsprong, terwijl Stroetinga de opdracht had Berga in de gaten te houden. En in de laatste ronde viel Stroetinga na een botsing met Sjoerd Huisman, waardoor hij niet kon sprinten voor de tweede plaats.

Stroetinga geldt als een van de beste schaatsers van het peloton. Stijlvol en schijnbaar moeiteloos rijdt hij zijn rondjes. Kenmerkend voor de Fries is dat hij heel diep ‘zit’. In totaal behaalde hij liefst 23 zeges in de marathoncompetitie. Van de vijf wedstrijden die hij dit jaar reed, won hij er al drie. Verder prijken op zijn erelijst de KNSB Cup, die hij vorig seizoen won, en begin 2008 veroverde hij in Assen de nationale marathontitel op kunstijs. Dat jaar won hij op de Oostenrijkse Weissensee ook het Nederlands kampioenschap op natuurijs.

Anjo Hofman, oud-ploegleider van Stroetinga, herinnert zich nog goed dat de schaatser begin twintig was en in een B-marathon reed. „Een iel kereltje met dunne beentjes.” Hofman, die was getipt, zag potentie in hem en haalde Stroetinga in 2003 naar de Jorritsma-ploeg. Het waren vooral zijn ‘uitschuifbenen’ die opvielen bij Hofman. „Hij kon zijn benen in de bochten ver uitstrekken waardoor hij veel snelheid creëerde.”

In de ploeg werd er desondanks regelmatig getwijfeld aan de kwaliteiten van ‘Stroet’. „Wat moeten we met die jongen?”, kreeg Hofman te horen van zijn rijders. Zo zakte Stroetinga in 2005 in Groningen in de laatste ronde van een marathon door zijn knieën, vertelt Hofman. „Het zegt veel over zijn karakter. Hij had alles gegeven. Lichamelijk moest hij sterker worden.”

Stroetinga spreekt in korte zinnen en houdt de onderwerpen kort. Het toonbeeld van een nuchtere Fries. Hij vertelt dat hij zo min mogelijk drukte aan zijn hoofd wil. Teamgenoot en vriend Bob de Vries, die vijf minuten bij Stroetinga vandaan woont, kan dat beamen. „Ik heb hem nog nooit druk gezien”, zegt hij. „Bij een feestje staat hij aan de bar en daar blijft hij dan heel de avond.”

In wedstrijden weet Stroetinga ook rustig te blijven. „Hij durft te sparen en te wachten op de sprint”, weet De Vries, die Stroetinga naar de massasprints begeleidt. De Vries: „Als hij achter me zit, weet ik dat het goed komt.” BAM-coach Anema geeft aan dat Stroetinga ook op hoge snelheid nog kan versnellen. „Dan is het tak-tak-tak. Hij geeft veel druk op de schaatsen waardoor hij veel rendement heeft bij de afzet.” En dat Stroetinga rustig overkomt, is volgens de Anema deels schijn. „Het vuur brandt van binnen. Hij wil echt winnen.” Hij roemt zijn pupil om zijn behendigheid en techniek. „Zoals iemand kan jongleren met zijn handen, kan hij dat met zijn schaatsen.” Daarnaast ‘leest’ hij de wedstrijd, aldus Anema. „En hij is een ideale teamspeler die ook voor anderen kan knechten.”

Stroetinga, die dit seizoen alleen voor de dagzeges gaat, wordt wel de schaatsende automonteur genoemd. Hij volgde de mbo-opleiding motorvoertuigentechniek en werkt twintig uur in de week als monteur in het autobedrijf van de vader van zijn vriendin. De afwisseling met topsport bevalt hem goed. „Als ik zaterdag een slechte wedstrijd rijd en maandag naar mijn werk ga, vergeet ik het.”

Het record van 74 overwinningen van de nog actieve Jan Maarten Heideman lijkt onhaalbaar voor Stroetinga, die op 23 zeges staat. Of Stroetinga de komende jaren in de buurt komt van Nederlands meest succesvolle marathonschaatser zal afhangen van hoelang hij doorgaat. Hij durft niet vooruit te kijken. „Maar ik zou geen pelotonvulling willen worden.”

Twee evenementen wil hij nog als sporter meemaken en winnen. De Winterspelen, op de ploegachtervolging. Maar vooral: de tocht der tochten. Ontzag klinkt in zijn stem als het onderwerp ter sprake komt. „Liever één keer de echte Elfstedentocht winnen dan vijf keer de alternatieve.”