Machteloze clichés

Cynisch gesteld is de integratiebrief van minister Van der Laan een Open Deuren Festival met dj Cliché achter de draaitafels. ‘De moderne wereld is overal in beweging en Nederland verandert mee.’ Bijna iedere alinea bevat zeker twee van dat soort frases. ‘Door samen dingen te doen, ontstaat er tussen burgers iets gemeenschappelijks.’ En de mooiste: ‘Nederland is een land waar mensen binnenkomen, maar van waaruit men soms ook weer vertrekt.’

Ga weg.

Ironisch genoeg schrijft de minister ook dat in het integratiedebat ‘generalisaties moeten worden vermeden’, maar daarmee doelde hij natuurlijk alleen op de negatieve stereotypen van Wilders en co. De vervanging van het woord ‘allochtoon’ door het meer algemene ‘nieuwe Nederlander’ zal dan ook vast goed bedoeld zijn, maar slaat de plank mis. Het integratieprobleem bestaat er immers vooral uit dat immigranten die hier al jaren wonen nog steeds de taal en cultuur niet machtig zijn, dus om hen nu te adverteren als ‘nieuw’, lijkt mij een klacht bij de Reclame Code Commissie waard. Dit zijn toch echt tweedehandsjes.

De omfloerste toon geeft aan dat Van Der Laan iedereen te vriend wilde houden. Zo verzandde hij in een brij van dooddoeners die elke vorm van normativiteit teniet deed. Dat de PVV de brief afwimpelde als ‘politiek correct’ is inmiddels standaardprocedure, maar in dit geval niet onterecht. Zoals Christiaan Weijts al zei: het bezwijkt aan vrijblijvendheid.

Toch is dat verwijt wel te gemakkelijk. Want aan dit probleem is niet te ontkomen. Onze ‘kernwaarden’ verhouden zich namelijk per definitie slecht met het concept integratie. Vrijheid van gedachtegoed, vrijheid van onderwijs, autonomie van het individu: het zijn allemaal waarden die geen normen kunnen zijn. Anders gezegd, je kunt ze niet opleggen zonder ze te ondermijnen. Dat deze waarden gemeengoed werden in dezelfde periode dat het integratieprobleem ontstond, is dan ook geen toeval – daar is een correlatie tussen.

Misschien wordt het tijd dat de overheid toegeeft dat zij hierin machteloos staat. Hoeft het haar ‘morele appèl op de eigen verantwoordelijkheid van burgers’ ook niet steeds als beleid te verkopen.

Rob Wijnberg