Het 'postkantoor' van Beatrix wilde informatie

Het vakantiehuis van prins Willem-Alexander is niet het enige lastige Oranje-dossier voor Balkenende. Edwin de Roy van Zuydewijn is er ook nog.

Het gaat goed met Edwin de Roy van Zuydewijn, zegt zijn advocaat Mark Meijjer. De behandeling van zijn klacht door de Nationale Ombudsman geeft hem „hernieuwde energie”. Maar werk heeft hij nog altijd niet. „Potentiële werkgevers zijn bang voor het verhaal dat aan hem kleeft”, denkt Meijjer.

Vorige week bleek dat de Nationale Ombudsman meer tijd nodig heeft voor een onderzoek naar een klacht van Edwin de Roy van Zuydewijn. De ex-man van prinses Margarita zegt dat hij financieel benadeeld is door het handelen van het Kabinet der Koningin, de ambtelijke dienst van koningin Beatrix.

Over het onderzoek is inmiddels een conflict ontstaan tussen premier Balkenende en de Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer. De premier vindt dat de Ombudsman niet bevoegd is het Kabinet der Koningin te onderzoeken. Dat kabinet is geen bestuursorgaan. En ook de directeur van het kabinet „behoort niet tot de in de (...) wet genoemde personen voor wie een inlichtingenplicht geldt”, schrijft hij in een brief aan de Ombudsman die via EénVandaag uitlekte.

De Ombudsman gaat door met zijn onderzoek laat een woordvoerder weten en „zal alle betrokkenen horen” van wie hij dat nodig acht. Getuigen kunnen zelfs „met de sterke arm” thuis opgehaald worden om onder ede te worden gehoord, zegt de woordvoerder desgevraagd.

Ook al acht Balkenende het instituut Ombudsman niet bevoegd, hij reageert in de brieven wel op de klachten van De Roy. Hij suggereert dat hij daartoe gedwongen wordt. „De Nationale Ombudsman heeft door zijn optreden in de media ten onrechte de indruk gewekt dat hij bevoegd is.” En dat is voor de premier reden om „in deze uitzonderlijke omstandigheden” toch inhoudelijk te antwoorden.

De Roy denkt dat hij in 2002 door toedoen van het Kabinet der Koningin zijn adviseurschap is kwijtgeraakt bij projectontwikkelaar Bouwfonds. De Rijksrecherche en het Kabinet der Koningin zijn volgens De Roy zijn gangen nagegaan, waarna het Bouwfonds geen opdrachten meer gaf. In het tweede geval zegt De Roy tegengewerkt te zijn door de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD). Die zou gedreigd hebben geen zaken meer te doen met een reclamebureau als hij zou meewerken aan de BOB-campagne tegen alcohol in het verkeer.

Van dat laatste klopt niets, schrijft Balkenende. Het was volgens de premier een ongeschreven beleidsregel om geen bekende Nederlanders te laten meedoen in deze campagne, „vanwege het hoge afbreukrisico voor de gehele campagne”. Er is ook niet gedreigd met het stopzetten van de relatie met het betreffende reclamebureau, zegt hij verder.

Over het tweede punt van De Roy is Balkenende minder afwijzend. Hij geeft in zijn brief zelfs toe dat de toenmalige directeur van het Kabinet der Koningin – Felix Rhodius – contact heeft gehad met een medewerker van het Bouwfonds over De Roy van Zuydewijn. Het was een „onvoorbereid gesprek” op een receptie. Daarna is er nog een (blijkbaar voorbereid) gesprek geweest tussen Rhodius en Elco Brinkman, die toen voorzitter was van Bouwend Nederland en „uit hoofde van zijn functies wel bekend met het Bouwfonds”. In beide gesprekken, schrijft de premier, is „uitsluitend gevraagd naar de aard van de werkzaamheden van de heer Roy van Zuydewijn bij Bouwfonds met geen ander doel dan hierover informatie te krijgen”. Inmiddels is Brinkman president-commissaris bij Bouwfonds.

Het verhaal dat aan De Roy kleeft, begint voor buitenstaanders in 2003, als hij samen met zijn toenmalige vrouw prinses Margarita kritiek uit op het koningshuis in opinieblad HP/de Tijd. De kernboodschap – De Roy wordt gedwarsboomd door zijn schoonfamilie – wordt bijna overschaduwd door sappige maar irrelevante details die het stel ook meldt (‘Koningin Beatrix stampvoet als ze boos is’). En de licht paranoïde indruk die ze maken – ze zien een schroef in de kamer van de RVD aan voor een camera – vergroot de geloofwaardigheid niet.

Maar er is wel degelijk iets aan de hand. Zo komt uit dat het Kabinet der Koningin eind jaren negentig de toenmalige BVD opdracht had gegeven onderzoek te doen naar de achtergrond van De Roy van Zuydewijn. Een dossier van de Sociale Dienst over hem wordt gelicht. Ministers zijn daarvan niet op de hoogte en de premier biedt excuses aan.

In een Kamerdebat over de kwestie, op 12 maart 2003, neemt het kabinet daarna een breed gesteunde motie over, om het optreden van het Kabinet der Koningin op korte termijn „ten volle” onder de ministeriële verantwoordelijkheid te brengen. Maar het heeft niet kunnen voorkomen dat de status van de dienst (34 medewerkers) opnieuw onderwerp van discussie is geworden, nu blijkt dat er op z’n minst rondvraag is gedaan naar de Roy.

Volgens hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, Jan Douwe Elzinga, is de discussie over het Kabinet der Koningin „letterknechterij”. Formeel gezien is het inderdaad geen bestuursorgaan, zegt hij. „Het hoort te fungeren als een postkantoor en neemt dus geen besluiten. Als daar iets mis gaat hoort de premier verantwoording af te leggen aan de Tweede Kamer.” Maar, zegt Elzinga, de Nationale Ombudsman onderzoekt of de overheid zich behoorlijk gedraagt en „je kunt niet beweren dat het Kabinet der Koningin geen deel uitmaakt van de overheid.” En dat beseft Balkenende volgens Elzinga ook. „Als zijn juristen een mogelijkheid hadden gezien dit tegen te houden, hadden ze het wel gedaan.”

Een woordvoerder van de Nationale Ombudsman zegt dat Brenninkmeijer „ruimte ziet voor onderzoek” en dat zal toelichten bij de publicatie begin volgend jaar.

Lees de brieven van Balkenende via éénvandaag.nl