FNV op tweesprong

Demonstreren is in Nederland geen wekelijks uitje. Als Nederlanders wel in groten getale de straat opgaan, is er dus iets aan de hand. Zoals in de herfst van 2004, toen de vakbeweging circa 200.000 mensen op het Museumplein mobiliseerde tegen het tweede kabinet-Balkenende.

Strateeg achter die betoging was huidig FNV-voorzitter Jongerius. Afgelopen zaterdag wist zij voor haar verzet tegen de verhoging van de AOW-leeftijd in totaal hooguit 15.000 demonstranten op de been te krijgen. Dat geringe aantal zegt dus iets. Het beleidsplan van dit kabinet-Balkenende om alleen mensen die nu nog 54 jaar zijn of jonger, op latere leeftijd hun AOW uit te keren, roept weinig weerstand op. Zelfs de SP, een partij die gekant is tegen het kabinetsplan en 50.000 leden heeft, is niet in staat gebleken haar achterban te rekruteren. En dat is opmerkelijk, omdat de AOW een kans bood om concurrent PvdA, die zich wel achter het beleid heeft geschaard, met de ‘massa’ onder druk te zetten.

Vermoedelijk speelt een rol dat het kabinet één generatie bewust buiten schot laat. Iedereen die voor 1 januari 1955 is geboren, krijgt AOW op zijn 65ste. Deze ‘geboortegolf’, die nergens last van krijgt, is precies de bevolkingsgroep die zich nog soepel door de vakbeweging laat vertegenwoordigen.

De oudere demonstranten, die zaterdag wel gehoor gaven aan de oproep van de FNV, toonden zich dan ook vooral solidair met de jongere werknemers.

Dat de opkomst tegenviel, ligt dan ook ook voor de hand. Eigenbelang is nu eenmaal altijd een veel vruchtbaardere bodem voor mobilisatie dan altruïsme.

Dat de acties niet van de grond komen en zich er geen ‘hete herfst’ heeft aangediend, is geruststellend voor het kabinet. Het beleid wordt in brede kring aanvaard. Dat is een positief bericht. Want aanpassing van de AOW is een urgent thema.

De mislukte demonstratiedag is voor de FNV daarentegen een omineus signaal. De vakcentrale is haar worteling in de samenleving aan het kwijtraken. Dat wordt al lang over de vakbeweging gezegd. Maar afgelopen decennia bleek de FNV op kritieke momenten nog altijd haar traditionele rol als aanjager van protest én bemiddelaar tussen werknemers en werkgevers dan wel overheid te kunnen vervullen. Door die kanaliserende functie was de FNV voor alle partijen een onvermijdelijke gesprekspartner. Nu rijst echter de vraag of de FNV nog in staat is tot iets als een Akkoord van Wassenaar, waarmee Nederland zich in 1983 uit de recessie onderhandelde. Ook op de werkvloer lijken de bonden aan invloed in te boeten en zijn ze steeds minder spreekbuis.

De FNV staat op een tweesprong. De centrale kan proberen terrein terug te winnen door harder de trom te roeren. Dat is een heilloze weg. Radicalisering zal de vakbeweging eerder verzwakken dan versterken. De FNV doet er verstandiger aan zich juist te concentreren op de kwaliteit en de duurzaamheid van de arbeid. Want zo is ze groot geworden en heeft ze, als buffer in het sociaal-economische krachtenveld, afgelopen eeuw een stabiliserende rol kunnen spelen.