De Franse 'nationale obligatie' is een grote vergissing

De grote verkwister blijft maar geld over de balk gooien. Nicolas Sarkozy dacht eerder dit jaar een geweldig idee te hebben toen hij besloot dat Frankrijk een ‘nationale obligatie’ moest uitbrengen, die alleen gebruikt zou worden „ter voorbereiding op de toekomst”. Het politieke doel van de Franse president was het geruststellen van zijn kiezers dat niet alle Franse overheidsuitgaven nutteloos waren. De details komen nu naar buiten, en zij bevestigen – hoe verrassend – dat het plan het begrotingstekort en de staatsschuld van Frankrijk alleen maar zal laten stijgen.

De omvang van de grote lening (een letterlijke vertaling van het Franse ‘grand emprunt’) bedraagt 35 miljard euro. Dat is nauwelijks meer dan de 30 miljard euro die de Duitse autoproducent Volkswagen van plan is de komende drie jaar te gaan investeren.

Het geld zal niet bepaald een volledig nieuwe, andere wereld scheppen. Bijna de helft van de opbrengst zal worden gebruikt om de krakkemikkige Franse universiteiten een steuntje in de rug te geven, terwijl de rest zal worden besteed aan andere ‘prioriteiten’, zoals de aanleg van glasvezelnetwerken en de bouw van kerncentrales. De meeste van deze programma’s zijn zinvol. Maar iedere verstandige regering zou deze projecten sowieso hebben gefinancierd, of zou dat in ieder geval hebben moeten doen. De 35 miljard euro komt neer op een stijging van de overheidsuitgaven, niets meer en niets minder.

Sarkozy had zijn ‘nationale obligatie’ aanvankelijk aan individuele beleggers willen verkopen, waardoor een oude Franse praktijk opnieuw tot leven zou worden gewekt. Gelukkig lijkt het ministerie van Financiën erin te zijn geslaagd daar een stokje voor te steken. Louter patriottisme zou niet hebben volstaan om beleggers te inspireren. Daarvoor zouden kostbare belastingvoordelen of hoge rentes nodig zijn geweest.

Daarom zal de obligatie simpelweg moeten worden opgeteld bij de 250 miljard euro die Frankrijk ieder jaar moet binnenhalen om zijn levensstijl te financieren. Volgens de OESO zal het begrotingstekort in 2010 op 8,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en de staatsschuld op 90 procent van het bbp uitkomen.

De regering heeft vage beloften gedaan om te bezuinigen op ‘niet-productieve’ uitgaven, ter compensatie van de extra schuldenlast van de ‘grand emprunt.’ Het land zou echter meer baat hebben bij een duidelijk plan om terug te keren naar een of andere vorm van begrotingsdiscipline. De ervaring wijst uit dat bestedingen altijd doorgaan, terwijl bezuinigingen blijven steken in goede bedoelingen. De toekomst waarop Sarkozy het land wil voorbereiden zou wel eens weinig goede woorden over kunnen hebben voor de spilzucht van de Franse president.