Waarom jokken ze toch allemaal?

Wat wordt er in de wereld toch verschrikkelijk veel gedraaid, gejokt, gelogen of tourné autour du pot (om de pot gepiest). Zelf ben ik eerlijk gezegd ook niet aan m’n eerste leugen gebarsten, maar het maakt nogal verschil of ik de waarheid geweld aan doe, of een hoger iemand van het Koninklijk Huis, het kabinet, of de Tweede Kamer. In de eerste plaats heb ik sinds de kinderen uit huis zijn geen voorbeeldfunctie meer. En in de tweede plaats heeft zelfs een leugentje van mij minder gevolgen dan wanneer iemand als Arend Jan Boekestijn de waarheid spreekt.

De afgelopen dagen was het weer behoorlijk raak. Ik noem drie casussen en begin met die grote mevrouw van de FNV, die in maart al wist dat de AOW-leeftijd op 65 zou blijven, haar zin niet kreeg, en nu miljoenen geestverwanten oproept tot protest. In Rotterdam sprak zij 5.000 volgelingen toe, en ik verwachtte een woede-uitbarsting van heb ik jou daar.

En wat zie ik? Zij leest een toespraak voor van een papiertje. Op z’n mooist heeft zij zichzelf de avond tevoren thuis bij een glaasje wijn dus een beetje boos zitten maken, en met het geschreven resultaat is zij zaterdagmiddag tevreden naar het spreekgestoelte gestapt om als een slechte actrice slechte tekst van haar velletjes te declameren.

Dat noem ik liegen. Wat moet ik het anders noemen?

Neem anders onze minister-president die weken lang volhield (flauwekul, niet gevraagd, geen kandidaat) dat hij geen hand heeft uitgestoken om dat Europese baantje te krijgen. Maar wat blijkt achteraf? Dat tientallen lobbyisten maandenlang van Warschau tot Lissabon de halve diplomatieke wereld met dure diners en luxe cadeaus en misschien nog wel erger hebben verwend, om ze lekker te maken voor de Nederlandse Van Rompuy. Dat Balkenende tijdens die campagne z’n kaken op elkaar hield, begrijp ik. Had ik zelf ook gedaan. Maar na afloop had hij zich als premier van alle Nederlanders toch op alle publieke netten tot ons kunnen wenden met een joviaal: ‘Geprobeerd, jongens, maar helaas. Volgende keer beter!’

Dan hadden we toch ineens met z’n allen dat rare mannetje aan onze borst gedrukt?

Het derde geval was natuurlijk de brief van de kroonprins over z’n strandwoning, en dat hij en Máxima alles moesten opgeven vanwege de ondraaglijke druk van de kant van de malafide pers. Máxima had het meteen aangevoeld. ‘Mijn vader’, had ze al bij de eerste uitgelekte berichten gezegd, ‘zou zo’n krant onmiddellijk hebben verboden. Dat kan bij jullie niet, hè?’

‘Nee, verdomme’, had Alex door het huis gestampvoet.

‘Maar verkoop nog niks, lieve’, adviseerde de koningin in spe. ‘Zeg dat je het pas verkoopt als het is afgebouwd. Misschien kunnen we later tóch nog….’

‘Je denkt toch niet dat die kranten ons ooit met rust laten?’, snikte de verhoopte Willem IV.

‘Die kranten gaan straks toch allemaal failliet?’, probeerde ze hem op te vrolijken.

Tot zover de stemming in Villa Eikenhorst.

In het Torentje wist de minister-president al wat er in de brief van Willem-Alexander zou staan. Hij schreef niettemin zelf een brief aan de Tweede Kamer waarin hij de prinselijke brief verzweeg, en de Kamerleden verzekerde dat alles rond de strandwoning in orde was, alsof het er binnenkort bij zou liggen als het Lambarene uit de dagen van Albert Schweitzer.

Gejokt dus. Hij had tien smoezen (‘Ik heb de vaas niet geleend, edelachtbare, ik heb ‘m niet laten vallen, en er zát al een barst in’), en terwijl hij ze afdraaide – autour du pot – moest ik terugdenken aan zijn debuut als premier: over Mabel, met Donner als souffleur, zomer 2003. Toen wist hij al niet wat hij aan moest met dat moeilijke grondwetsartikel van Thorbecke. Hij weet het nog steeds niet.

Lees eerdere columns op nrcnext.nl/blokker