Veldlopen is een sport voor bikkelaars

Nederlandse atleten zouden het veldlopen graag serieuzer nemen, als het risico van overbelasting niet zo groot was. De sport geldt als karaktervormend.

Honoré Hoedt licht voor aanvang van de Warandeloop de absentie van toplopers als Lornah Kiplagat, Hilda Kibet en Susan Kuijken toe. „Was het vanmiddag maar een kwalificatiewedstrijd voor de Winterspelen in Vancouver, dan zou de bezetting beter zijn geweest”, verzucht de bondscoach veldlopen.

Het idee om veldlopen toe te voegen aan het programma van de Winterspelen is (nog) niet overgenomen door het Internationaal Olympisch Comité (IOC). En dus blijft het tot die tijd behelpen met de discipline waarvoor Nederlandse atleten niet warm willen lopen.

Dat neemt niet weg dat een aantal toppers gisteren in Tilburg wel aan de start verscheen. Zoals Adrienne Herzog, de atlete die in 2007 EK-zilver won bij de neosenioren (onder 23 jaar, red.). En Michel Butter, die vorig jaar als senior bij de EK debuteerde met een negende plaats. Beiden liepen een sterke Warandeloop, werden tweede en plaatsten zich probleemloos voor de EK, die over drie weken in Dublin worden gehouden. Maar voor Herzog noch Butter heeft crosscountry dit seizoen prioriteit.

Herzog wil over drie weken in Dublin „goed zijn” en Butter zal bij de EK „alles geven”. Maar het waren verklaringen met ingebouwde reserves. Beiden kennen de broosheid van het lichaam en ervoeren dat een volledige overgave aan het veldlopen in de zomer zijn tol eist. Vooral Butter werd dit jaar hard met die wetmatigheid geconfronteerd. Het looptalent uit Beverwijk had zich dusdanig sterk gefocust op de EK, dat hij zijn topvorm onmogelijk tot de zomer kon vasthouden. Mede als gevolg van ziekte en blessures viel Butter zo ver terug in niveau, dat hij sportief een belabberde zomer kende.

Butter heeft zijn lesje geleerd. Hij traint momenteel met de handrem op om eind maart te kunnen pieken in het Amerikaanse Stanford, waar hij zich wil kwalificeren voor de Europese baankampioenschappen in Barcelona. Maar hij heeft ambivalente gevoelens over zijn concessie, erkende Butter na afloop van de Warandeloop, waar hij werd verslagen door de onbekende Moldaviër Jaroslav Musinski. Butter is een crossliefhebber, maar beseft dat roem op de baan is te vergaren. „Maar ik heb het veldlopen nog niet uit mijn hoofd gezet. Mijn negende plaatst bij de vorige EK, met zeventien seconden achterstand op de nummer drie, zie ik als een mooi perspectief voor de toekomst.”

Butters trainer Guido Hartensveld deelt het tweeslachtige gevoel van zijn pupil. Hij verkiest in de winter het veldlopen boven wegwedstrijden. „Vanwege de wedstrijdprikkels, maar vooral omdat het karaktervormend is”, zegt Hartensveld. „De lopers leren er bikkelen. In wegwedstrijden loop je doorgaans in een groepje; dat noem ik lopen in de comfortzone. In het veld is iedereen op zichzelf aangewezen. Dat is goed voor het duurvermogen, maar ook voor de tempohardheid.”

De afnemende aandacht voor het crossen baart bondscoach Hoedt al geruime tijd zorgen. Hij vindt dat vooral de baanatleten onvoldoende beseffen dat in de winter de conditionele basis voor de zomer wordt gelegd. „Je moet kilometers maken, maar die cultuur is afgenomen. De steeds modernere banen trekken atleten ook in de winter en hebben duurlopen minder aantrekkelijk gemaakt.”

De Atletiekunie is om die reden gestart met het project ‘anaeroob volume’. Hoedt: „We laten oud-atleten als Jos Hermens, Toni Dirks, Marti ten Kate en Carla Beurskens praten over hun wintertrainingen. En dan hoort de huidige generatie dat een omvang van meer dan 200 trainingskilometers per week geen uitzondering was. Of we laten ze luisteren naar coaches uit Noorwegen en Zweden, landen waar de winterse omstandigheden atleten tot duurlopen dwingen.”

Wie denkt dat de Kenianen alleen hardlopen vanwege hun dunnen kuiten en snelle spiervezels, heeft het volgens Hoedt mis. „Natuurlijk niet. Dat komt ook doordat ze veel kilometers maken. Het is gemakkelijk om ’s winters voor indoorwedstrijden te kiezen, maar ik vind dat van secondair belang. Leuk om erbij te doen, meer niet.”

Oud-marathonloper en Europees kampioen Gerard Nijboer is het eens met de bondscoach. Met een vleugje cynisme: „Met alleen bij indoorwedstrijden investeer je in blessures.” En serieuzer: „De winter is er om duurvermogen op te bouwen. Ik liep veel crosses, maar alleen om te trainen. Dat zouden bijvoorbeeld Bram Som en Arnoud Okken ook moeten doen. Mijn hoogste klassering was een vierde plaats bij de NK. En als ik meedeed aan een EK of WK cross finishte ik steevast in de achterhoede. Maar ik liep wel.”