'Van elk beeld wil ik weten waarom het in de film zit'

Documentairemaker Frederick Wiseman (79) gaf dit weekend op het IDFA een masterclass. „Ik zou suïcidaal worden als ik op iets interessants zou stuiten zonder mijn camera erbij.”

Een masterclass met een beroemdheid wil nog weleens neerkomen op gewoon een openbaar interview. Zo niet bij de legendarische documentairemaker Frederick Wiseman (79), die het ‘klas’ in masterclass uiterst serieus neemt.

„U gaat nu een een filmfragment bekijken van ongeveer negen minuten. Daarin zitten zo’n 270 shots. Na afloop zal ik enkele vragen stellen.” Zo leidde Wiseman een aantal prachtige fragmenten in, uit klassieke documentaires als Basic Training (1971), over het Amerikaanse leger, en Welfare (1975), over de sociale dienst in New York. De stampvolle zaal in de Amsterdamse Escape gaf aarzelend antwoord op de vragen van de meester, die een totaal gebrek aan pretenties combineert met rigoureuze intellectuele strengheid.

In de afgelopen veertig jaar is zijn werkwijze hetzelfde gebleven, vertelde Wiseman. In al zijn films richt hij zich op maatschappelijke organisaties, als manier om zijn onderwerp af te bakenen. „Wat zich binnen de muren van de institutie afspeelt, kan in de film terechtkomen. Wat daarbuiten gebeurt niet.” Zonder vooraf enig onderzoek te doen filmt hij gedurende een periode van vier tot twaalf weken op een bepaalde plaats. Vervolgens is hij zo’n tien maanden bezig om van het materiaal, tussen de zeventig en honderd uur, een film te maken. „Het maken van de film is mijn onderzoek. Ik zou suïcidaal worden als ik tijdens mijn research op iets interessants zou stuiten zonder dat de camera erbij is.”

Wiseman ontwikkelt zijn visie op het onderwerp grotendeels tijdens de montage „Van elk beeld in de film moet ik voor mezelf kunnen verwoorden waarom het in de film zit, en waarom het op die specifieke plaats in de film voorkomt.” Dat zijn montages briljant kunnen zijn, bleek vooral uit een sequentie over een sardinefabriek uit Belfast, Maine (1999), waarin het mechanische karakter van de moderne voedselvoorziening indringend vorm kreeg.

Door de montage krijgen de films van Wiseman een bijna abstract, mysterieus karakter. Dat geldt ook voor zijn nieuwe film La danse – The Paris Opera Ballet, ook op IDFA te zien. Daarin is het gebouw waarin het balletgezelschap is gevestigd evenzeer een personage als de dansers en andere werknemers – van de spelonken waarin water staat, tot het dak waarop een hobbyimker toestemming heeft gekregen een korf te plaatsen; de honing is in de foyer van de opera Garnier te koop.

De film is met een speelduur van bijna drie uur lang, zoals veel van Wisemans films lang zijn. „Ik ben geïnteresseerd in complexiteit, en daarvoor heb ik ruimte nodig”, zei hij na afloop van de film. „Ik ga nooit in zee met financiers die van tevoren willen weten hoe lang de film uiteindelijk zal zijn.”

Wiseman liet zich nog van een andere kant zien. Zijn documentaire over de Comédie Française leverde hem de uitnodiging op om een stuk te te regisseren voor het beroemde gezelschap.

Hij koos voor Happy Days van Samuel Beckett. Hij bracht zijn leading lady, Catherine Samie, mee naar IDFA. Zij hield zaterdag een prachtige voordracht uit het stuk, hij vertelde over zijn toneelervaringen. „Beckett condenseert het hele leven in kort bestek, bijna zoals een documentairemaker dat doet.”