Van Dams pamflet haaks op de tijdgeest

In februari 1963 zond de VARA 85 gulden schoon uit, een door Pier Tania gemaakt „portret van een arbeidersgezin in welvarend Nederland”. Het jaar daarop vond een loonexplosie plaats met blijvende gevolgen. Het een was niet de oorzaak van het ander, want de krapte op de arbeidsmarkt was belangrijker dan de media-aandacht voor achterblijvers in de welvaartsgroei. De verandering hing in de lucht, net als toen in 1971 Abram de Swaan voor de VARA Een boterham met tevredenheid maakte over de geringe betrokkenheid van arbeiders bij hun bedrijf en de Wet op de Ondernemingsraden was ingediend.

Nu zijn er niet zo heel veel arbeiders meer in Nederland, maar wel armoede en mensen die buiten de boot vallen. Vrijdagavond zond de VARA op primetime weer een sociaal pamflet uit, de door oud-voorzitter Marcel van Dam samengestelde documentaire De onrendabelen. Dat is niet alleen opmerkelijk omdat zulke ideologisch geïnspireerde televisie zeldzaam is geworden, maar ook omdat er weinig verandering valt te verwachten. De verpaupering van het autochtone voormalige proletariaat, dat niet kan meekomen met de globalisering en liberalisering, is in bijna heel Europa een probleem dat alleen maar erger zal worden, vooral voor mensen met een lichte beschadiging. Ook om andere redenen zal de door Hans Heijnen geregisseerde documentaire van anderhalf uur geen vergelijkbare impact sorteren.

Ik had me er zeer op verheugd, vooral omdat Van Dam, bijvoorbeeld bij Pauw & Witteman, veel analyses, cijfers en internationaal vergelijkingsmateriaal in het vooruitzicht had gesteld. Maar statistieken zijn altijd op vele manieren te interpreteren. Zo zien we een diagram voorbij flitsen dat moet aantonen dat in 1980 slechts 4 procent onder de armoedegrens zat en nu 11 procent. Dat zal best kloppen, maar ik zag de lijn toch echt aan het einde van de jaren tachtig steil omhooggaan en daarna min of meer op hetzelfde niveau blijven schommelen. Je kunt dus ook zeggen dat de armoede onder de kabinetten van Kok en Balkenende niet toegenomen is.

De film is een ratjetoe van losse feiten, impressies (portretten van vier mensen die door het systeem vermalen worden) en meningen van deskundigen. In die laatste categorie wordt soms hout gesneden. Econoom Arnold Heertje heeft het over een potentiële tijdbom, psycholoog Corine de Ruiter vergelijkt de huidige aanpak van de criminaliteit door zwaarder te straffen met de behandeling van kanker door een kwakzalver. Ook de stelling dat geld alleen arme mensen gelukkig maakt, vormt een mooi tegeltje. Aan het begin en het einde van de film vraagt een van de onrendabelen de koningin om hulp. Vergeefs, vrees ik.