Superversneller weer op gang

„Het is fantastisch om weer deeltjes in de LHC-versneller te zien.” Rolf Heuer, directeur-generaal van het Europees instituut voor deeltjesonderzoek Cern bij Genève, klonk vrijdagavond opgelucht. Na meer dan een jaar circuleerden er weer deeltjes door de grootste deeltjesversneller op aarde, een 27 kilometer lange ring onder de grond op de Frans-Zwitserse grens.

De deeltjes (protonen) draaiden met de klok mee. Gistermiddag om half vier lukte het ook om ze tegen de klok in te laten draaien. Volgende week hopen de versnellerexperts de in tegengestelde richting draaiende deeltjes, bij lage energie, te laten (proef)botsen.

Vorig jaar raakte de 6 miljard euro kostende LHC-versneller zwaar beschadigd, negen dagen nadat deze onder het oog van de wereld was opgestart. De oorzaak was een kortsluiting in een verbinding tussen twee supergeleidende magneten.

Het herstel kostte ruim een jaar. Er werden 53 supergeleidende magneten vervangen. En er waren extra voorzieningen nodig, zoals veiligheidskleppen voor het heliumsysteem, om zo’n rampscenario in de toekomst te voorkomen. Maar „de LHC is nu een veel beter begrepen machine dan een jaar geleden”, vond vrijdag versnellerbaas Steve Myers.

Directeur-generaal Heuer was voorzichtig: „We hebben nog een lange weg te gaan voordat we met fysisch onderzoek kunnen beginnen.” Bij dat onderzoek proberen fysici te reconstrueren hoe de kleinste bouwstenen van materie eruit zien, aan de hand van de fragmenten die bij de deeltjesbotsingen vrijkomen.

Daarvoor moeten de botsende deeltjes eerst tot extreem hoge energie worden versneld. De supergeleidende magneten die dat bewerkstelligen, worden pas in december ingeschakeld – weer een spannende stap, omdat het juist daar vorig jaar mis ging.