Spelen met rivalen

Sven Kramer wint in Hamar de 10 kilometer en plaatst zich direct voor de Winterspelen.

Zijn grootste rivalen lijken Bob de Jong en Håvard Bøkko.

En weg was Sven Kramer. Nog nahijgend van zijn 10 kilometer in het Vikingskipet stapte hij de donkere avond in. Op naar het station van Hamar, voor de trein naar het vliegveld. Overmorgen wordt hij alweer in Thialf verwacht bij de volgende halte naar de Winterspelen in Vancouver, een skate-off over 1.500 meter. De massage kon ook wel in de trein.

Weg was Sven Kramer kort daarvoor ook voor Bob de Jong, die zijn concurrent had uitgedaagd met een spectaculaire aanval. De Jong koesterde tot over de helft van de race de hoop dat hij Kramer kon verslaan. Maar acht ronden voor het einde vond Kramer het welletjes. Hij zette aan en „gaf er een goeie klap op”, zoals hij zijn counter op De Jong fijntjes omschreef. „En toen brak het.”

Speel nooit spelletjes met Sven Kramer, want uiteindelijk is hij degene die de lakens uitdeelt. De Noor Håvard Bøkko kan erover meepraten. „Misschien leek het niet zo, maar ik heb volle controle over de race gehad. Ik heb met de afstand gespeeld”, verklaarde Kramer de fluctuaties in zijn rondetijden. Die brachten hem uiteindelijk naar de derde tijd die ooit werd gereden: 12.50,96.

Met de twintigste wereldbekerzege van zijn carrière plaatste Kramer zich gistermiddag rechtstreeks voor de olympische 10 kilometer, zoals hij eerder al had gedaan met de vijf.

Terwijl Kramer al in de trein naar de luchthaven van Oslo zat, wreef viervoudig olympisch kampioen Johann Olav Koss zich nog in de ogen over het Nederlandse tweegevecht dat zich op ‘zijn’ ijsbaan had afgespeeld. „Sven houdt ons allemaal voor de gek”, zei de Noor. „Hij speelt ook met ons. Ongelooflijk, wat een complete schaatser. Maar Bob de Jong reed ook een fantastische race.”

In de aanloop naar de enige internationale 10 kilometer voor ‘Vancouver’ was het vooral de vraag of de uitdagers van Kramer, met name Bøkko en De Jong, klaar waren voor een greep naar de macht. De Jong is terug in olympische sferen, Bøkko geldt al jaren als de enige serieuze tegenstander van Kramer op de lange afstanden. Het optimisme bij de achtervolgers werd gevoed door twee mindere weekends van Kramer, die in het voorseizoen kampte met verkoudheid. Vorige week moest hij in Heerenveen, met lichte koorts, nog alles uit de kast halen om beiden voor te blijven op de 5 kilometer.

Die race verleidde Bøkko zelfs tot de uitspraak dat Kramer sinds de Winterspelen van Turijn (2006) geen progressie meer heeft geboekt. Kramers reactie was illustratief voor de verhoudingen. „Zei hij dat? Dat gaat hij nog wel merken dan.”

Gisteren waren de verhoudingen weer zoals Kramer ze graag ziet. Het verschil met Bøkko (13.04,08) was groot, maar de Noor reed op halve kracht nadat hij eerder in de week was gevloerd door de Mexicaanse griep. „Ik voelde me goed genoeg om te schaatsen, maar ik had niks extra’s”, erkende hij. Bøkko moest zelfs toezien hoe hij in de laatste ronde voorbij werd gereden door de Rus Ivan Skobrev (13.01,41), die verrassend als derde eindigde.

De 33-jarige De Jong bevestigde nog eens dat hij in de dans om Vancouver serieus meetelt. Zijn vergeefse poging Kramer af te bluffen leidde hem altijd nog naar een tijd van 12.54,97, een verbetering van zijn persoonlijke record met 4,5 seconden. „En dat op mijn leeftijd”, zei de olympisch kampioen van Turijn (2006). Het bracht hem tot de conclusie dat hij nog steeds „prima op schema” ligt voor de Spelen. „Ik ben tevreden over mijn race. Ik heb aangevallen en ben snel geopend. Vroeger was ik wel eens bang om te snel te vertrekken. Ik zie nu dat ik het zo ook kan.”

Dat geldt niet voor Kramers teamgenoten Carl Verheijen (13.20,44) en Wouter Olde Heuvel (13.21,09). Die zagen niet alleen hun kopman uit zicht verdwijnen, maar ook nieuwkomer Arjen van der Kieft. Rijdend in de B-groep had hij vriend en vijand verbaasd met een nieuw baanrecord (13.04,38). Naar later bleek was Van der Kieft daarmee virtueel een halve ronde sneller dan de erkende TVM-stayers. „Het verbaast mij dat het verschil zo groot is”, zei Van der Kieft, die traint onder Gianni Romme.

Van der Kieft, die zijn persoonlijk record dit seizoen al met een halve minuut verbeterde, mag eind december op het olympisch kwalificatietoernooi in Heerenveen met onder anderen De Jong, Verheijen en Olde Heuvel uitmaken wie de overige twee Nederlandse plaatsen in Vancouver opeisen. „Ik was dit seizoen begonnen met het doel een wereldbekerwedstrijd te rijden. Dat is gelukt”, zei hij met een glimlach. Ineens doemt voor hem ook Vancouver op. „Maar zover heb ik nog niet gekeken.”