Sarkozy: Camus in Panthéon

Bijna vijftig jaar na zijn dood, krijgen de beenderen van Albert Camus een nieuwe politieke betekenis. President Sarkozy wil de resten van de Franse schrijver en Nobelprijswinnaar, die in 1960 omkwam bij een auto-ongeval, laten overbrengen naar het Panthéon in Parijs.

Daar zou hij nummer 66 worden van de ‘grote mannen’ (onder wie één vrouw) die Frankrijk eert als nationale helden. Onder hen Jean-Jacques Rousseau, Victor Hugo en Emile Zola.

Maar het initiatief van Sarkozy wekt weerstand op bij intellectuelen en bij zoon Jean Camus, die volgens Franse media vreest dat de auteur van De vreemdeling wordt ingezet voor politieke doeleinden. Sarkozy noemt het „buitengewoon symbolisch” om in januari de sterfdag van Camus te herdenken in het Panthéon. Maar symbool waarvoor?

Critici zien een verband met het omstreden debat over de nationale identiteit dat de regering onlangs is begonnen. Camus, geboren in het koloniale Algerije, maakte van bindingen een literair thema. Romans zoals De Val en essays als De Mens in Opstand getuigen van wantrouwen tegen abstracties en ideologieën. Hij is begraven in de Zuid-Franse streek Lubéron, ver van Parijs.

Franse presidenten geven met hun helden uitdrukking aan hun idee van Frankrijk. President Chirac bracht in 1996 de schrijver-politicus André Malraux in en de halfzwarte slavenzoon Alexandre Dumas in 2002. Zijn voorganger Mitterrand onder anderen de scheikundige Marie Curie.