Rotterdam zet bouw van glazen 'koopboog' door

Rotterdam bouwt een overdekte markthal met vaste standplaatsen. In de stad regeert de scepsis, en niet alleen door de kosten. „Marktkooplieden reizen van stad naar stad.”

Lachende gezichten, opgestoken duimen en een maaltijd in de sfeervol verlichte en bomvolle Laurenskerk. De boodschap was duidelijk bij de start van de bouwwerkzaamheden in hartje Rotterdam: Nederlands eerste markthal komt er niet alleen, de glazen ‘koopboog’ tegenover trein- en metrostation Blaak zal vanaf 2014 ook een commercieel succesnummer blijken te zijn.

Maar in de stad overheerst scepsis. Bouwt Rotterdam zijn zoveelste luchtkasteel? Uitgerekend op de plek waar de wieg staat van de tweede stad van Nederland – op dezelfde plek verrees in de negende eeuw de nederzetting Rotta. Het veertig meter hoge ontwerp van architect Winy Maas combineert wonen (228 appartementen en 1.200 ondergrondse parkeerplaatsen) en werken (6.200 vierkante meter winkels en horeca). Projectontwikkelaar Provast schat de kosten van het „kloeke gebouw” op 175 miljoen euro.

Aanleiding voor de sluimerende twijfel is het conflict dat Provast heeft met een van de beoogde partners, beleggingsfonds Vesteda. De laatste heeft de overeenkomst over de verhuur van 102 woningen ontbonden. Vesteda zegt niet langer in een rendabele exploitatie te geloven. Provast eist naleving van het contract en heeft een tweede kort geding aangespannen. Inzet van het dispuut: ruim 30 miljoen euro. De rechter doet binnenkort uitspraak.

Ook de Rotterdamse politiek plaatst vraagtekens bij het prestigeproject, dat het nu nog versnipperde stadshart moet verlevendigen. „Eén ding is zeker: niets is zeker”, zegt Leefbaar Rotterdam-raadslid Henk Sonneveld. De achterdocht wordt mede gevoed door een nieuwe kostenoverschrijding (bijna 5 miljoen euro) van de Museumparkgarage, die de gemeente ruim tweemaal zoveel kost als begroot: niet 48 maar 103 miljoen. Bovendien vreest de raad fors – mogelijk 200 miljoen – bij te moeten gaan dragen aan de bouw van een nieuw voetbalstadion in Rotterdam-Zuid.

Directeur Hans Schröder van Provast heeft begrip voor de gereserveerde reacties. „Maar mochten we de juridische strijd verliezen, dan is ons eigen vermogen groot genoeg om de klap op te vangen”, klinkt het strijdvaardig. Met andere woorden: de koudwatervrees van de raad is nergens op gebaseerd. „De gemeente heeft bovendien al stevig geïnvesteerd.”

Dat bedrag is inmiddels opgelopen tot 72,5 miljoen, nadat het bouwrijp maken van de historische grond een extra krediet vergde (8,5 miljoen) wegens tal van archeologische vondsten. „Wij geloven in dit concept met vaste standplaatsen voor versproducten, ook al is het nog nooit eerder vertoond in Nederland”, zegt wethouder Hamit Karakus (Bouwen en Wonen, PvdA). Daarnaast staat Rotterdam volgens hem te springen om extra parkeerruimte in dit deel van de binnenstad. Sussende woorden sprak woensdag ook burgemeester Ahmed Aboutaleb, na afloop van de officiële start van de bouw in het Laurenskwartier: „Je moet als stad soms risico’s durven nemen”.

Dat zegt Rob Baris, een Rotterdamse restauranthouder, Aboutaleb graag na. Toch heeft ook hij zijn bedenkingen. Baris spreekt van „een zeer gewaagd experiment”. Vooral omdat de markthal ook onderdak zal gaan bieden aan een ondergrondse supermarkt. „Wie garandeert dat de klanten niet de roltrap naar beneden pakken, waar ze alle producten in één keer bij de hand hebben?”

Rotterdamse marktkooplieden zijn, op een enkeling na, evenmin enthousiast over de koophal, die vooral in mediterrane landen in zwang is. Standwerker Benvenido van Schaik voorziet „zware problemen, met heel veel leegstand en absoluut geen toegevoegde waarde”. Hij is secretaris van de landelijke Centrale Vereniging Ambulante Handel. Volgens Van Schaik druisen vaste standplaatsen in tegen de Nederlandse cultuur. „Marktkooplieden reizen van stad naar stad, de ene dag hier, de andere dag daar. Zo werken ze al jaren, zo komen ze aan hun omzet.”

In de 117 meter lange hal is ruimte ingetekend voor ongeveer honderd kramen, die uitsluitend verse en exclusieve producten zouden moeten verkopen. Provast-directeur Schröder twijfelt er geen moment aan of hij de naar schatting zestig benodigde ondernemers zal vinden. „We vragen een huur van slechts 35 euro per dag voor een verkooppunt, dus aan de prijs kan het in elk geval niet liggen.” In tegenstelling tot Van Schaik bespeurt hij juist „veel enthousiasme voor deze nieuwe manier van markten inrichten”.

Rotterdam is volgens hem bovendien een veelzijdige en multiculturele stad (174 nationaliteiten), die over enkele jaren dankzij verbeterd openbaar vervoer ook nog eens makkelijker te bereiken is. Schröder: „Dit nieuwe vastgoedconcept zal zich in de praktijk moeten bewijzen, maar alle ingrediënten om het tot een succes te maken zijn aanwezig.”