Retour Den Haag-Brussel

Streng over praxis, stukje en uitrollen

Sjirk Kuijper houdt niet van Haags jargon. Om er iets tegen te doen, stuurt hij, voorlichter van de ChristenUnie, geregeld een mail met in de onderwerpregel ‘woorden die wij in spraak en geschrift niet zullen gebruiken’. De ontvangers: de zes Kamerleden van zijn partij. Ze dienen zich te onthouden van lelijks als ‘een stukje’, ‘naar de toekomst toe’, ‘herprioritering’, ‘faciliteren’; enzovoorts. Kuyper is niet te beroerd de verboden toe te lichten. Uit enkele recente mails: „Middelen. Niet gebruiken als je geld bedoelt. Mijn dochters hebben nog nooit om zakmiddelen gevraagd.” En: “Praxis, als in homoseksuele praxis. Technisch, lijkt sluikreclame voor een bouwmarkt, lelijk woord”. Net als: “Uitrollen. Kan wel met vaste vloerbedekking, niet met Centra voor Jeugd en Gezin of andere overheidsgrollen.” En neem aanvliegroute. „Was ooit een leuke, originele beeldspraak. Maar dat is al weer even geleden.”

Kuijper heeft gelijk – maar is ook streng. Hij verbiedt zelfs het werkwoord „aangeven”, in de betekenis van: zeggen. Buiten Den Haag is dat een begrijpelijk verbod. Daarbinnen is het opvallend, omdat het woord in de Kamer zo gewoon is als een lidwoord. Het moet Kuijper pijn doen dat Balkenende niet naar Brussel is gegaan. Want in hoeveel debatten wist de minister-president dat werkwoord of een vervoeging ervan te vermijden? Antwoord: nul. (PvO)

Toppost Europa? Vooral corvee...

Jan Peter Balkenende blijft dus in Nederland. Gelukkig maar, maakten ministers vrijdag in verschillende bewoordingen duidelijk. „Ik had het hem zeker gegund, maar ben blij dat we samen de klus kunnen afmaken”, zei bijvoorbeeld vicepremier Bos.

„Ik ben blij dat we een goede minister-president houden”, riep minister Klink van Volksgezondheid, partijgenoot van Balkenende. En volgens minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) zou het een „eer” geweest zijn voor Nederland als Balkenende de eerste president van Europa was geworden. Maar nu was Koenders „blij dat hij weer terug is”.

Allemaal opbeurende woorden voor iets wat volgens Balkenende nooit aan de orde is geweest en wat één groot verzinsel van de media was. Maar dit terzijde.

De echte troost kwam van de VVD’er Van Baalen die inmiddels als europarlementariër wél in Brussel zit. Het was „sneu” voor Balkenende, liet hij weten in een verklaring, maar hij hoefde er niet rouwig om te zijn. „Het is meer een soort corvee, dat men maar moeilijk kan weigeren”.

Nee, het echte belang voor Nederland zat volgens Van Baalen bij de nieuw te benoemen Eurocommissaris. Of Balkenende dus maar even over „partijpolitieke belangen heen wilde stappen” om Neelie Kroes – niet toevallig partijgenoot van Van Baalen – „onverwijld” voor te dragen voor een nieuwe termijn. (MK)

...en Donner legt de bal bij de media

Toch nog even terug naar de vraag: wilde Balkenende nu wel of niet graag naar Brussel? Die vraag beantwoordde hij zelf steevast met een zorgvuldige bedachte formulering: „Ik ben geen kandidaat en ik ben niet gevraagd.” Echter, diverse anonieme bronnen in Brussel en Den Haag bevestigden dat volop werd gelobbyd voor de Nederlandse premier. Er was ook een ‘open bron’: de Poolse EU-ambassadeur in Brussel zei begin november dat Balkenende campagne voerde: „Niet zozeer in eigen persoon, als wel via zijn staf.”

Minister Donner (Sociale Zaken, CDA) probeerde vrijdag toch de media een spiegel voor te houden. „Hij sprak van „foute berichtgeving”, en er was „een geweldige hype” gecreëerd door Balkenende veel kans toe te dichten.

Kritiek op de media is een constante in de politieke carrière van Donner. Zo zei hij in 2004: „Een toenemend deel van het werk van de overheid bestaat in het recht zetten van wat verslaggevers eerder uit hun verband hebben gerukt”. Maar zou de ‘media-ellende’ deze keer niet voorkomen zijn als de hoogste vertegenwoordiger van de overheid, de minister-president zelf, steevast een andere formulering had gekozen? Bijvoorbeeld die vicepremier Wouter Bos (PvdA) heeft gesuggereerd: „Ik heb een contract met de kiezer. Ik blijf premier.” (HS)

Bijdragen: Mark Kranenburg, Pieter van Os en Herman Staal