Redeloos, radeloos en rechteloos

Een definitieve afrekening met het kwaad van het tijdperk-Bush.

Dave Eggers schrijft die, met chirurgische precisie.

Zeitoun, het nieuwe non-fictieboek van Dave Eggers, lijkt lange tijd het simpele maar heroïsche verhaal van een gewone man en zijn strijd tegen de elementen. Maar juist als de lezer zich vertrouwd heeft gemaakt met dit idee, blijkt de schrijver een grotere vis in het vizier te hebben. Zeitoun is niets meer of minder dan een definitieve afrekening met het kwaad van het tijdperk-Bush.

Augustus 2005 broeide er iets boven de Caraïbische Zee. Verschillende weersfronten kwamen samen en baarden Katrina. De storm zwol dag na dag aan en bereikte uiteindelijk de topzware categorie 5. Wat er vervolgens gebeurde mag genoegzaam bekend worden verondersteld. De verwaarloosde levees rond laaggelegen New Orleans braken en de deels geëvacueerde stad verdween onder water. Hulp bleef uit, plunderingen begonnen en The Big Easy zakte weg in anarchie.

Tegen deze achtergrond maken we kennis met Abdulrahman Zeitoun, een in Syrië geboren handwerksman, die samen met zijn vrouw Kathy een succesvol schildersbedrijf runt. Zeitoun ziet de storm komen, maar wil de stad niet ontvluchten. Sterker: hij kán het niet. De diverse locaties waar door zijn mannen gewerkt wordt, moeten in de gaten worden gehouden – Zeitoun is aansprakelijk wanneer zijn materialen schade aan huizen aanrichten. En hij wil zijn eigen onroerend goed beschermen. Het huis, het kantoor en een bescheiden portfolio aan huurpanden.

Kathy, een southern belle in hijab, probeert hem op andere gedachten te brengen, maar Zeitoun is stug en nauwelijks beïnvloedbaar – een olietanker van een man. Vrouw en kinderen vertrekken, Zeitoun blijft. Wanneer de stad wordt ondergedompeld, peddelt hij in een oude kano door de vreemde nieuwe wereld. Hij voedt achtergelaten honden, redt gestrande bejaarden en voelt zich sterk – alsof God deze rol altijd voor hem in gedachten heeft gehad. Eindelijk kan hij zich losmaken uit de schaduw van zijn te jong gestorven broer, een befaamde lange-afstandszwemmer.

Oké, denkt de lezer na een tijdje, het is ons duidelijk. Maar ergens knaagt het al. Het zal toch geen toeval zijn dat Eggers heeft gekozen voor het perspectief van een geslaagde moslim?

Zeitoun is een logische stap in de carrière van Eggers. Sinds het onverwachte succes – en de bijkomende roem – van zijn semi-autobiografische debuut A Heartbreaking Work Of Staggering Genius, heeft hij elke vorm van zelfimportantie uit zijn werk gewied. Zijn roman What’s the What was gebaseerd op het levensverhaal van ‘lost boy’ Valentino Achak Deng, een Soedanese vluchteling, en ook in non-fictieboeken over ten onrechte veroordeelden en over het onderwijssysteem gaf hij blijk van bredere betrokkenheid.

Samen met echtgenote en schrijfster Vendela Vida richtte Eggers 826 Valencia op, een keten schrijfscholen voor kansarme jongeren. Bovendien is hij een drijvende kracht achter uitgeverij en literair tijdschrift McSweeney’s. De opbrengst van Zeitoun wordt door Eggers en de familie Zeitoun overgemaakt aan een hele reeks ideële instellingen.

Niet dat de schrijver hoeft te leven als een asceet – hij schnabbelt bij met filmscripts, onder meer van de nieuwe Spike Jonze, Where the Wild Things Are. Maar hij houdt er, gezien zijn status, een aandoenlijk bescheiden levensstijl op na.

De twist in Zeitoun past in Eggers’ politieke agenda, en kondigt zich gedurende het boek al enigszins aan. De opgetrommelde federale hulptroepen – soldaten, maar ook particuliere agenten van Blackwater – zijn niet zozeer onmachtig hulp te bieden, maar ongeïnteresseerd. Ze lijken vooral bezig met het jagen op (vermeende) plunderaars. Maar dit zou het Amerika van Bush niet zijn, als er niet werd gevreesd dat Al-Qaeda-achtige types opportunistisch misbruik zouden kunnen maken van de situatie.

Zo kan het dat Zeitoun, met drie andere overlevers, wordt opgepakt in zijn eigen pand. Hij verdwijnt achter de tralies in een in allerijl gebouwde gevangenis, die gemodelleerd lijkt naar Guantánamo Bay. Wat er vervolgens gebeurt, tart elk gevoel voor recht en rede. Wekenlang is Zeitoun onvindbaar voor Kathy, met wie hij tot dan nog telefonisch contact had. Een officiële aanklacht, een advocaat, het spreekwoordelijke telefoontje: het blijft allemaal uit. De elementen konden Zeitoun niet breken, maar tegen de destructieve kracht van verknipte ideeën heeft hij geen verweer.

Eggers doet van dit alles onderkoeld maar trefzeker verslag. Nergens gaan stilistisch de registers open. Vreemd genoeg voelt het boek toch meer aan als een roman dan als journalistiek. Eggers heeft Zeitoun geconstrueerd met ijzeren discipline: precies het juiste prijsgeven of achterhouden, scènes van alledag bezwangeren met de dreiging die komt, vaak dicht op het hier en nu, om dan weer in sfeervolle passages de geschiedenis van zijn hoofdfiguren uit te diepen. En dat alles met een indrukwekkend gevoel voor detail.

Het knapste aan Zeitoun is echter dat Eggers de bestuurlijke incompetentie en de paranoia van post-9/11 blootlegt zonder er op te hameren. Het duiden laat hij aan de lezer zelf, en je moet wel van beton zijn wil je niet bij momenten uit je vel springen. Welke overheid is zo bang voor haar eigen volk, dat het bouwen van een noodgevangenis prioriteit krijgt boven het helpen van slachtoffers? Welke overheid laat onderhoud aan publieke voorzieningen zo verslonzen, dat een hele stad kan afzakken tot derdewereldniveau? Erger nog dan de schade die de storm aanricht, is de bijkomende schade die veroorzaakt wordt door een algeheel falen van het systeem. De verkeerde prioriteiten, gekleurd door racisme en de angst voor de Ander. Ingetogen en met chirurgische precisie laat Eggers het zien.

Toch kleeft er ook een probleem aan Zeitoun. Eggers heeft zeer nauw samengewerkt met het gezin, waardoor hij te weinig kritische afstand kon bewaren tot zijn onderwerp. Geregeld balanceert het boek op de rand van de hagiografie. Jazeker, Zeitoun is een Amerikaans succesverhaal, maar wie tussen de regels leest, ziet dat er wat nuances ontbreken aan het portret van de man.

Deze sociaal bewogen, hulpvaardige, hardwerkende moslim is óók een werkgever die arbeiders zonder ziektekostenverzekering fysiek en gevaarlijk werk laat doen. En het contrast dat Eggers aanbrengt tussen het bekrompen christendom waarvan Kathy zich heeft losgemaakt, en een vreedzame, bekrachtigende islam suggereert de blindheid waaraan mensen met een missie zich vaker bezondigen. Kleine dingen, maar ze beginnen langzaam op te vallen en de portée van de vertelling te ondermijnen.

Het vraagt afstand en soms zelfs dubbelhartigheid om een afgewogen portret van bestaande figuren te schetsen. Kijk naar Truman Capote, die een merkwaardig spel speelde met Perry Smith, een van de moordenaars uit In Cold Blood. Of lees Norman Mailers meesterlijke The Executioner’s Song, over Gary Gilmore en diens vriendin. Toegegeven, daders lokken minder milde gevoelens uit dan slachtoffers, maar dat doet weinig af aan het principe. Geautoriseerde biografen zijn zelden opwindend.

Het pleit voor de mens Eggers dat hij onvoorwaardelijk de kant heeft gekozen van de Zeitouns. Maar als schrijver had hij een goed boek tot een meesterwerk kunnen promoveren, als hij een beetje meer vampier was geweest, en een beetje minder de doodgoeie jongen die hij ontegenzeggelijk is.

Meer over Eggers via: www.mcsweeneys.net. Zie ook: voiceofwitness.com

Dave Eggers: Zeitoun

Vert. Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap. Lebowksi, 368 blz. € 22,50. De Amerikaanse editie is verschenen bij McSweeney’s, € 15,–