Podcast is beter dan de film

De Amerikaanse radiomaker Ira Glass legde op IDFA uit dat hij liever grappige verhalen uitzendt dan saai nieuws. Miljoenen luisteraars zijn het met hem eens.

Het is zaterdagmiddag, de zaal van de Escape Club op het Amsterdamse Rembrandtplein is redelijk donker, en Ira Glass ziet eruit als een dj. Hij staat achter een batterij cd-spelers en mixers waarboven hij zijn handen theatraal beweegt – af en toe maken die een duikvlucht om op tijd een knop in te drukken. Maar de mensen zijn hier niet om te dansen. Ze zitten braaf op hun klapstoeltjes terwijl Glass fragmenten laat horen uit het succesvolle Amerikaanse radiodocuprogramma dat hij presenteert, This American Life.

Het is een programma met 1,8 miljoen luisteraars in de Verenigde Staten; nog eens een half miljoen mensen, wereldwijd luisteren naar de wekelijkse gratis podcast. Glass heeft een karakteristieke, nasale stem, die zowel hoog is als rustgevend: een zeldzame combinatie. Wie het programma een keer gehoord heeft, weet precies hoe het klinkt als hij die vertrouwde zin uitspreekt die elke uitzending een paar keer terugkomt: „Each week of course we choose a theme, and bring you a variety of different kinds of stories on that theme.”

Dat is precies wat This American Life doet: verhalen vertellen over mensen. De film The Informant! is bijvoorbeeld gebaseerd op een verhaal dat het programma een paar jaar geleden naar buiten bracht (en die podcast is veel beter dan de film).

En nu geeft Ira Glass dus een lezing ‘verhalen vertellen zonder beelden’, aan, ironisch genoeg, bezoekers van het Internationaal Documentaire Filmfestival Amsterdam. In de hoop dat ook filmmakers er iets aan hebben. Het geheim van This American Life is, zegt Glass: „We zien het programma als entertainment. Meestal worden serieuze journalistiek en vermaak strikt gescheiden. Ik vind dat verkeerd.”

Hij geeft een voorbeeld. Een CNN-nieuwsitem over een marineschip toonde wapperende Amerikaanse vlaggen en liet iemand vertellen over mensen die hun leven wagen voor het vaderland. This American Life liet mensen aan boord van het schip zelf aan het woord, die zeiden dat ze zich best veilig voelden, en die vertelden welke soorten snoep het populairst waren in het winkeltje aan boord. „Wij willen ons programma zo boeiend maken dat de luisteraar het niet uit wil zetten”, zegt Glass. De gemiddelde luisteraar blijft 48 van de 60 minuten luisteren.

We willen altijd een verhaal vertellen, zegt Glass de dag erna in een café – nadat hij bezorgd mijn opnameapparaatje naar de uiterste hoek van de tafel heeft geschoven, zo ver mogelijk weg bij de speaker waaruit hits van Ramses Shaffey klinken. („Ja, sorry, ik ben me zó bewust van dat geluid.”) Een verhaal dus. „Met personages en scènes, waarbij je als luisteraar investeert in de hoofdpersoon. Als bij een film of een roman. En dan niet in die stijve, formele taal die in de journalistiek nog steeds zo vaak gebruikt wordt. Daarmee verlies je luisteraars en lezers. Ook omdat je daarmee heel erg achterloopt op de taal die mensen op het internet gebruiken. Dat is een van de redenen waarom het opiniërende nieuws nu zo’n succes heeft, terwijl de journalistiek het moeilijk heeft: opinie spreekt wél met een menselijke stem.”

Glass zelf ook. Voortdurend. Hij vertelt nog even over die keer dat ze mensen aan het woord lieten die hypotheken verkochten waarvan ze wisten dat hun klanten die niet konden betalen. „Het is heel fijn”, zegt Glass, „om te luisteren naar precies die mensen die per ongeluk de wereldeconomie ten val hebben gebracht.”

Beluister de podcast van ‘This American Life’ via www.thislife.org