Overheid zit herstel in de weg

De economie staat er beter voor dan een half jaar geleden. Toch blijft het financiële stelsel kwetsbaar. „Overheden moeten zich tijdig terug trekken om het economisch herstel te bevorderen.”

Slecht nieuws voor wie denkt dat de crisis voorbij is. De Nederlandsche Bank (DNB) waarschuwt in het vandaag verschenen Overzicht Financiële Stabiliteit, een halfjaarlijkse rapportage over de risico’s in zowel het financiële stelsel als in de ‘reële’ economie, dat het sein ‘brand meester’ nog niet gegeven kan worden.

Zeker, de financiële markten zijn deels tot bedaren gekomen en ook de recessie lijkt in grote delen van de wereld inmiddels achter de rug. Banken hebben de ergste klappen van de financiële crisis gehad. De paardenmiddelen die overheden en centrale banken hebben ingezet om de ergste recessieklappen te dempen waren noodzakelijk en hebben hun werk gedaan, meent ook De Nederlandsche Bank. „Maar paardenmiddelen hebben ook altijd bijwerkingen”, zegt Lex Hoogduin, bestuurder bij DNB en verantwoordelijk voor de financiële markten.

De genomen maatregelen verstoren bijvoorbeeld de concurrentie in de financiële markten, ze maken geld te lang te makkelijk beschikbaar voor banken – wat voor nieuwe instabiliteit kan zorgen – en ze zorgen ervoor dat overheden én banken snel door hun buffers heen raken.

Al deze bijwerkingen maken volgens DNB een goed getimede exitstrategie lastig. „Je zit heel snel fout”, zegt Hoogduin. „Ben je te vroeg, dan riskeer je een terugslag in de economie. De markten moeten het wel aankunnen. Ben je te laat, dan vererger je de bijwerking van de paardenmiddelen.”

Hoogduin onderscheidt, net als het IMF, drie fases die overheden de komende tijd moeten doorlopen. „Eerst moet de liquiditeitssteun worden afgebouwd. Dat ligt allemaal bij de Europese Centrale Bank en zal dus gelijktijdig gebeuren. Daarna moeten de huidige garantieregelingen worden afgeschaft. En tenslotte moeten overheden zich terugtrekken uit het bankwezen door de deelnemingen daarin terug te brengen”, aldus Hoogduin.

Dat is een delicaat proces, vooral omdat de financiële sector nu zo grootschalig profiteert van de trits aan versoepelingen. „Een bank leent nu onbeperkt geld tegen 1 procent rente bij de ECB”, zegt Hoogduin. „Daarmee kan die bank staatsobligaties kopen van een andere bank, waar veel meer rendement op zit. Die andere bank krijgt dat ECB-geld en schaft er ook weer obligaties of andere producten voor aan. Aan het eind van de rit houdt er ergens in het systeem een bank geld over, en dat zet hij weer weg bij de ECB op een deposito waar de bank 0,25 procent rente over krijgt. Voor de ECB is dit hele circus dus winstgevend, en ook de commerciële banken maken er gebruik van.”

DNB constateert dat overheden ook inspelen op het soepele monetaire beleid. Overheden verkorten de looptijd van hun staatsobligaties om tegemoet te komen aan de vraag uit de markt. „Je kunt als bank voor maximaal een jaar lenen bij de ECB. Overheden bieden nu obligaties aan met dezelfde looptijd die je rechtstreeks naar de balansen van banken ziet verdwijnen. Dat drijft de rente op dergelijke obligaties omlaag.”

En dat niet alleen: als overheden op die manier blijven inspelen op de wensen van banken, ontstaat ook crowding out, het verschijnsel dat bedrijven op zoek naar geld bot vangen bij de banken omdat die hun geld in staatsobligaties stoppen. Dat zet een rem op de terugkeer van economische groei, omdat bedrijven zo niet bij de kredieten kunnen komen die nodig zijn om te investeren en te groeien.

Algemeen gaat de markt er vanuit dat volgende maand de laatste keer zal zijn dat de ECB goedkoop (tegen 1 procent) geld uitleent met een looptijd van een jaar. DNB wil, net als de ECB eerder, „die verwachting niet verstoren”, zegt Hoogduin.

Het dichtdraaien van de geldkraan is echter niet voldoende om de markten weer op gang te helpen. „Ook overheden moeten zich realiseren dat ze snel moeten beginnen met het afbouwen van de staatsschuld.”

Hoogduin zegt dat niet alle knoppen van het geldsysteem in een keer dichtgedraaid kunnen worden. Het is goed dat bij het verkrappen van het monetaire beleid in eerste instantie de garantieregelingen in stand blijven, meent hij. Deze regelingen waren bedoeld om interbancaire leningen te garanderen, omdat banken elkaar niet meer vertrouwden. „Er wordt in diverse landen heel verschillend gebruik van gemaakt. Je zou het hoe dan ook geleidelijk moeten afbouwen.”

Tenslotte moeten overheden hun deelnemingen in de financiële sector afbouwen. Dat is een lastig proces. De ene bank is nu al in staat met een aandelenemissie zelf geld op te halen om een deel van de staatssteun af te bouwen, een ander heeft juist nog extra geld nodig. Hoogduin: „Als een bank de kapitaalmarkt weer op gaat, moet duidelijk zijn dat die bank weer in staat is zelf geld op te halen. Ook hier geldt dat je niet wilt dat zo’n bank een maand later weer op de stoep staat omdat hij het toch niet alleen kan.”

De situatie verbetert iets, maar blijft dus fragiel, mede omdat de winstgevendheid van financiële instellingen onder druk blijft staan door aan de recessie gerelateerde verliezen, zoals bedrijfsfaillissementen en tegenvallers in de vastgoedprijzen.

Meer over financiële stabiliteit op nrc.nl/kredietcrisis