Op naar een kernwapenvrije wereld

Juist Nederland moet zich als gastheer van het Internationaal Gerechtshof duidelijk uitspreken tegen kernwapens, betogen Ruud Lubbers e.a..

President Obama is bijna een jaar in functie. Hij heeft vanaf zijn inauguratie keer op keer aangegeven een wereld zonder kernwapens als noodzakelijk te beschouwen. Zo gaf hij tezamen met zijn Russische ambtgenoot Medvedev een verklaring in Londen op 1 april.

Vier dagen later hield Obama zijn nu al historische rede in Praag waarin hij opriep tot een kernwapenvrije wereld en de morele verantwoordelijkheid van de VS erkende om de leiding te nemen bij nucleaire ontwapening. Van grote betekenis was ook het initiatief van president Obama in de Veiligheidsraad in september jl., waar hij zich opnieuw committeerde nucleaire wapens te gaan afschaffen. Hij bewees bij die gelegenheid wederom eer aan de vier veteranen (Kissinger, Nunn, Shultz en Perry) van het Amerikaanse veiligheidsbeleid, die op 4 januari 2007 in een artikel in de Wall Street Journal afscheid namen van de afschrikkingslogica van de Koude Oorlog. Dat artikel is een fundamentele wending gebleken in de discussie over de kernwapens. Het inmiddels befaamde initiatief van de vier Amerikaanse have beens werd vervolgd door soortgelijke initiatieven in een reeks van landen, met name het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Italië, Noorwegen en Polen. Bekende namen zijn Helmut Schmidt en Douglas Hurd. Zodra president Obama in functie was heeft hij zich bij het pleidooi van de vier aangesloten en heeft hij zich positief uitgesproken over de in 2008 in de Verenigde Staten geïnitieerde Global Zero-beweging.

Het is van groot belang dat de toetsingsconferentie, die ter zake van het Non-Proliferatieverdrag in mei 2010 wordt gehouden, deze keer wel slaagt. Daarom, zo menen wij, moet Nederland expliciet steun uitspreken aan het nieuw geformuleerde doel van Obama van een wereld zonder kernwapens. Dat is nodig omdat noch de NAVO noch de EU zulks tot nu toe gedaan heeft.

Naar ons oordeel moet Nederland niet te bescheiden zijn. Wij zijn een van de founding fathers van wat nu de Europese Unie heet. Wij stonden aan de basis van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), zijn vanaf dag één partner in het Non-Proliferatieverdrag (NPV) en hebben een bijzondere nucleaire record, zowel bij het vreedzaam gebruik van nucleaire technologie (Urenco), als door participatie in nucleaire taken van de NAVO.

De kennis van nucleaire technologie is niet meer terug te draaien. Het gaat er nu om er verantwoord gebruik van te maken. De Koude Oorlog is echt voorbij; nu alweer twintig jaar. Een nucleair arsenaal om grootmachten in bedwang te houden is niet meer nodig. In de strijd tegen terrorisme dient afschrikking door massavernietigingswapens geen doel.

Niet alleen dat. De kernwapens regisseerden niet alleen de Koude Oorlog; de Koude Oorlog regisseerde ook de beheersing van de kernwapens; en die regie is weggevallen.

De vermindering en het uiteindelijk uitbannen van nucleaire wapens is weliswaar al in 1968 vastgelegd in het Non-Proliferatieverdrag, maar de kernwapenstaten hebben artikel VI altijd zo uitgelegd, dat zij door de aantallen te verminderen aan hun verplichtingen voldeden. Bovendien werd en wordt het steeds moeilijker uit te leggen waarom sommige landen wel en andere juist niet over nucleaire wapens zouden mogen beschikken.

Uiteraard zal de afschaffing tijd kosten; hier ligt een eerste verantwoordelijkheid bij de twee kernwapenstaten met de grootste arsenalen: de Verenigde Staten en Rusland. Daartoe hebben de presidenten Obama en Medvedev nu het initiatief genomen en naarmate hun inspanningen zichtbaar worden, zullen China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk moeten volgen.

Blijven wij als Nederland niet te lang zwijgen? Nederland heeft een extra reden zich duidelijk en publiekelijk uit te spreken voor een wereld zonder kernwapens in lijn met artikel VI van het NPV.

Die extra reden is dat wij gastheer zijn van het Internationale Hof van Justitie. Den Haag noemen wij graag World Legal Capital. Dit Hof heeft op 8 juli 1996 eenstemmig uitgesproken dat „there exists an obligation to pursue in good faith and bring to a conclusion negotiations leading to nuclear disarmament in all its aspects under strict and effective international control”.

Als lid van de NAVO behoort Nederland zich ook duidelijk uit te spreken bij de thans aan de orde zijnde herziening van het Strategisch Concept van de NAVO. Wij hebben dankbaar gebruikgemaakt van de Amerikaanse nucleaire bescherming. Wij zullen nu ook bondgenootschappelijk een rol moeten spelen bij de modernisering van het Strategisch Concept. Door president Obama te steunen in zijn doel een wereld zonder kernwapens te bereiken in lijn met een getrouwe uitvoering van artikel VI van het NPV tonen wij ons ook een krachtig bondgenoot.

Het is begrijpelijk en terecht dat na 11 september 2001 veel aandacht is gegeven aan de bestrijding van terrorisme. Deze nieuwe zorg om veiligheid moet serieus genomen worden. Echter, juist vanwege dat gevaar is er alle reden nucleaire wapens te verminderen en uit te bannen. Voor de strijd tegen terrorisme zijn dergelijke wapens onbruikbaar. Maar hun aanwezigheid vormt wel een verhoogd risico, juist omdat er terroristen zijn. Alleen al daarom is een spoedige uitvoering van artikel VI van het NPV geboden.

Ook hier heeft Nederland een bijzondere verantwoordelijkheid te vervullen. Wij hebben het Europese atoomagentschap Euratom mede opgericht en sedertdien draagt iedere nieuwe lidstaat bij elke uitbreiding van de EU zijn splijtstofmateriaal aan de EU over. De tijd is gekomen om dit systeem ook wereldwijd via het IAEA in praktijk te brengen.

Ten slotte de rol van Europa. Het Verdrag van Lissabon versterkt de rol van de Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid. Dat roept de vraag op of deze zich zal kunnen veroorloven geen opvatting te hebben over de nucleaire ontwapening. Dat lijkt ondenkbaar, ook al is er de realiteit van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk als twee kernwapenstaten. Er is ook het feit van de Britse have beens Douglas Hurd en Robertson (oud-secretaris-generaal van de NAVO) en van een Franse President, die zich, hoe ‘Gaullistisch’ ook, daadwerkelijk heeft uitgesproken voor een nieuwe multipolaire wereld en die de voormalige voorzitter van Médecins sans Frontières heeft gevraagd zijn minister van Buitenlandse Zaken te zijn. Het moet dus mogelijk zijn voor de ‘verzwaarde’ Hoge Vertegenwoordiger over dit vraagstuk namens Europa opvattingen te hebben en uit te dragen.

Het belang van de acties van Kissinger cs ligt juist in het feit dat zij in de tijd dat zij verantwoordelijkheden droegen, de dreiging van het kernwapen als een middel hanteerden om de vrede te bewaren.

Hoewel het ongebruikelijk is achten wij het als ‘oudgedienden’ nu tijd om ons uit te spreken en niet langer achter te blijven bij onze oud-collegae.

R.F.M. Lubbers (CDA) was minister-president. M. van der Stoel (PvdA) en H.A.F.M.O. van Mierlo (D66) waren minister van Buitenlandse Zaken. F. Korthals Altes (VVD) was minister van Justitie.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Op naar een kernwapenvrije wereld van de oud-ministers Lubbers, Van der Stoel, Korthals Altes en Van Mierlo (Opiniepagina, 23 november) zijn door een misverstand de volgende zinnen weggevallen:

„Nu er duidelijke aanwijzingen zijn dat de Verenigde Staten ernst willen maken met nucleaire ontwapening en de oorspronkelijke afschrikkingsdoelstelling niet meer geldt, moet worden voorkomen dat de Verenigde Staten en de andere betrokken NAVO-landen op elkaar gaan zitten wachten. Nederland behoort een actieve rol te spelen, opdat het bij de modernisering van het Strategisch Concept komt tot beëindiging van nucleaire taken en de aanwezigheid van Amerikaanse nucleaire wapens op het grondgebied van niet-kernwapenstaten.”