Nederland moet eens echt seculier worden

De motie van de Tweede Kamer om de islamitische eed voor gemeente- en provincie-ambtenaren onmogelijk te maken, maakt duidelijk dat het de hoogste tijd is om van Nederland een echt seculiere staat te maken (NRC Handelsblad, 11 november).

Onze wetgeving kent geen principiële scheiding van kerk en staat. Zie bijvoorbeeld de smalende godslastering en de bescherming van de ‘heilige zondag’. Ook over het dragen van religieuze tekens bij publieke instellingen is geen duidelijkheid. De aanwezigheid van moslims zet het probleem op scherp. Vanuit christelijke hoek doet men pogingen de uitzonderingspositie van confessionele overtuigingen voor zichzelf te reserveren met uitsluiting van moslims. Het bevoordelen van bepaalde religieuze strekkingen van overheidswege is, ook bij een beroep op vermeende ‘joods-christelijke wortels’ van Nederland, in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

De staat heeft een volstrekt eigen, onafhankelijk en democratisch gelegitimeerd gezag en hangt niet af van particuliere geloofsovertuigingen. In een seculiere staat komt dit ideaal tot uiting. Religie hoort thuis in het privédomein. Het Franse model van laïcité verdient de voorkeur. Een model van actief pluralisme, waarbij de staat alle religies en overtuigingen een podium biedt, faciliteert alleen maar een voortdurend en zinloos gevecht tussen religies en overtuigingen in het publieke domein.

In het debat over de ambtseed betekent dit dat er één voor iedereen geldende neutrale eed moet komen. Religieuze invloeden moeten uit wet- en regelgeving en het publieke domein worden gebannen. Dit brengt het autonome gezag van de staat tot uiting en doet recht aan iedereen. Ook aan niet-gelovigen.

Marco Zevenhuizen

Den Haag