Mijn model is wel degelijk falsifieerbaar

Joep Leerssen herhaalt argumenten uit een discussie tussen ons in het tijdschrift Theoretische Geschiedenis van december 1988 en september 1989 (Opinie & Debat, 21 november). Het voortschrijdend inzicht in mijn boeken van de afgelopen twintig jaar, en de toepassingen van mijn paradigma zijn Leerssen blijkbaar ontgaan.

Mijn onderzoek naar nationale cultuurverschillen gaat niet over verschillen tussen individuen, maar tussen samenlevingen. Zodra uitspraken over verschillen tussen samenlevingen op ieder individu uit die samenlevingen worden toegepast, is er sprake van stereotypen (‘stempels’). Ik maak me daar niet aan schuldig. Natuurlijk zijn er verschillen tussen mensen binnen elk land. Samen met de Amerikaanse persoonlijkheidspsycholoog Robert McCrae heb ik in 2004 in het tijschrift Cross-Cultural Research aangetoond dat in elke nationale cultuur alle mogelijke persoonsprofielen voorkomen, alleen komen sommige in de ene cultuur relatief vaker voor dan in de andere. McCrae en collega’s hebben overigens ook uitgebreid onderzoek gedaan naar stereotypen, waarnaar ik Leerssen desgewenst graag zal verwijzen.

Leerssen beschuldigt mij van het verdoezelen van overeenkomsten tussen landen. De scores op mijn cultuurdimensies voor 74 landen maken zowel de verschillen als de overeenkomsten zichtbaar. Leerssen betoogt dat mijn uitspraken cirkelredeneringen zijn, en dat mijn model zich onttrekt aan de wetenschappelijke eis van falsifieerbaarheid. Voor mij is een model falsifieerbaar als de conclusies meetbaar zijn, zodat anderen desgewenst kunnen aantonen dat ze niet met de werkelijkheid kloppen. Die mogelijkheid is bij mijn werk altijd aanwezig.

Geert Hofstede

Sociaal- psycholoog en emeritus hoogleraar vergelijkende cultuurstudies, Universiteit Maastricht