Julio P. was mijn collega bij Transavia

Van 1973 tot 2002 werkte ik als vlieger voor de Luchtvaartmaatschappij Transavia. In het drukke zomerseizoen werkten daar veel buitenlandse vliegers. Julio P. was daar ook bij, samen met enkele andere Argentijnen. Hij werd in september in Spanje gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij deelname aan zogenoemde ‘dodenvluchten’ voor de Argentijnse militaire junta (1976-1983).

Binnen het vakantie-vliegbedrijf circuleerden hierover al geruchten, en uiteindelijk is door enkele werknemers aangifte gedaan bij een Argentijnse onderzoeksrechter. Aan Spanje is een verzoek tot uitlevering gedaan door Argentinië, en inmiddels heeft de Spaanse ministerraad hiermee ingestemd. Maar eerder werd aan Nederland een dergelijk verzoek gericht, en hier werd de mogelijkheid tot vervolging onderzocht. Julio P. heeft, naast zijn Argentijnse, ook de Nederlandse nationaliteit.

Wat ik mij afvraag is, waarom hij niet is aangehouden en berecht in Nederland, als daar aanleiding voor bleek te zijn. Het lijkt alsof hij door de Nederlandse overheid zonder slag of stoot, ja met gretigheid in handen is gespeeld van Spanje.

Uit diverse publicaties over het Argentijnse juridische systeem ontstaat de indruk van chaotisch onderzoek, en aanklachten gebaseerd op zeer algemene termen, dus niet specifiek en met name genoemd. De beperkte mogelijkheden van procesvoering leiden tot vaak jarenlange periodes van voorarrest zonder uitzicht op een behoorlijke procesvoering.

Als in Nederland aanleiding zou bestaan voor vervolging, dan moet Julio P. als Nederlands staatsburger een proces krijgen op solide rechtsgrond. Nederland moet met spoed aan Spanje om uitlevering van Julio P. vragen. Naar de achtergrond voor deze gang van zaken kan ik slechts gissen; zou onze beladen relatie met Argentinië hier weer een rol spelen?

Henk Potze

Limmen