In Jakoetsk verdwijnen de huizen in de bodem

In Jakoetsk, in het Verre Oosten van Rusland, smelt de permafrost, het gevolg van de opwarming van de aarde. Daardoor zakken de huizen en gebouwen weg in de bodem.

Met stoom uit zijn mond laadt Aleksandr Parnikov middenin een sneeuwveld acht grote ijsblokken op zijn vrachtslee. „Water voor twee weken”, zegt hij als hij even later zijn paardje naar zijn houten huis in het dorp Toelagina ment, zo’n vijfentwintig kilometer boven Jakoetsk. Zijn ‘ton’ ijs kost hem vijfhonderd roebel, want dat moet hij aan de mannen betalen die het uit de rivier de Lena zagen en het naar het veld vervoeren.

Twee keer per maand rijdt de 52-jarige werkloze dierenarts van de tijdens de perstrojka failliet gegane dorpskolchoz naar de opslagplaats, waar de ijsblokken als blinkende grafstenen in het gelid staan. Negen maanden achtereen, want zo lang duurt de winter in de republiek Sacha (Jakoetië) in het Verre Oosten van Rusland. „En vandaag bof ik”, zegt hij. „Met min 28 is het warm voor de tijd van het jaar. Het had allang min 40 moeten zijn.”

Als de winter voorbij is, haalt Aleksandr zijn water uit de Lena. Een alternatief heeft hij niet, want door de permafrost, de eeuwig bevroren ondergrond die zich over 65 procent van Rusland uitstrekt en in Jakoetië driehonderd meter diep is, kan niemand er een waterput slaan. „De permafrost begint nu een beetje te smelten”, vertelt hij. „En daardoor storten onze huizen soms in, omdat hun fundamenten wegzakken. Maar ook daar zijn we inmiddels aan gewend.”

In het dorp is het dus blijkbaar niet zo’n ramp als een huis verzakt, maar voor Jakoetsk, de ruim 200.000 inwoners tellende hoofdstad van de republiek met zijn hoge flatgebouwen, gelden andere normen. De huizen staan er op betonnen palen, die zo’n tien à twaalf meter diep in de permafrost zijn aangebracht. Zo wordt voorkomen dat ze warmte aan de grond afgeven, waardoor de permafrost smelt en de flats ontwricht raken.

Ondanks die voorzorg zijn in die stad volgens Greenpeace Rusland de afgelopen dertig jaar zo’n driehonderd gebouwen ernstig beschadigd door bodemverzakking. „Vorig jaar kwam een deel van dat grote gele gebouw naar beneden”, zegt kernfysicus Valentina Dmitrijeva van de Jakoetse milieuorganisatie Ejge, terwijl ze in de straffe kou naar een geamputeerde kolos wijst achter het Leninstandbeeld op het Leninplein in haar stad. „En daar verderop is ook nog een school ingestort.”

De ongelukken zijn volgens Dmitrijeva alle veroorzaakt door de ontdooiende permafrost. „De afgelopen dertig jaar is in Midden-Jakoetië de gemiddelde temperatuur met drie graden gestegen”, zegt ze. „Daardoor is de permafrost, die op anderhalve meter diepte begint, gaan ontdooien. En dat is een ramp. Niet alleen voor de huizen, maar ook voor de wegen, de bruggen, de spoorwegen, de olie- en gaspijpleidingen, die ontwricht raken.”

Sommige wetenschappers beweren dat er bij voortschrijdende dooi van de permafrost rond 2050 een enorme hoeveelheid van het broeikasgas methaan vrijkomt. Greenpeace Rusland ziet dit als een serieus gevaar, maar benadrukt dat er nog weinig over die ontwikkeling bekend is en dat de verontrusting over die ‘methaanbom’ niet overdreven moet worden.

Wel is inmiddels duidelijk dat door het smelten van de permafrost de naaldbomen massaal sterven, doordat hun wortels, die vroeger stevig in de bevroren bodemlaag verankerd waren, slap worden en de bomen omvallen. Volgens Dmitrijeva is daardoor de afgelopen jaren zes miljoen hectare bos verdwenen. „Op de plaats van die bossen ontstaan meren van waaruit het water zijn weg naar de rivieren zoekt”, zegt ze. „Daardoor erodeert het land en komen tal van dorpen onder water te staan. Ook voor de rendieren is dit een ramp, want ze hebben minder graasland. Door de opwarming van de aarde vallen er ’s winters bovendien meer regenbuien. De regen sijpelt door de sneeuw en bevriest, waardoor de dieren niet meer bij hun voedsel kunnen komen. En omdat het nu ’s zomers in plaats van 15 graden 30 graden is , zijn er minder insekten en sterven de vissen in de rivieren en meren.”

Aan de rand van de stad, in de Permafroststraat, staat het P.I. Melnikov Instituut voor Beheer van de Permafrost. Met zijn meer dan honderd onderzoekers is het uniek in zijn soort. Op de derde verdieping huist geoloog Semjon Gotovtsev, die als sinds 1975 op het instituut werkt. Net als zijn collega’s betwijfelt hij of de huidige opwarming van de aarde een voortschrijdend proces is. „Dat het klimaat verandert is een feit, maar de oorzaak daarvan is onbekend”, zegt Gotovtsev. „Het zou heel goed kunnen dat de huidige opwarming van de aarde tijdelijk is en de temperatuur over een tijd weer daalt, waardoor de ondergrond opnieuw bevriest.”

Gotovtsev beweert dat smelten van de permafrost in Jakoetië vooralsnog gering is. Maar als hij op zijn computer foto’s laat zien van de expeditie die hij afgelopen zomer langs de rivier de Alazea leidde, in het noordoosten van Jakoetië, blijkt wat voor een ramp zich als gevolg van die geringe dooi nu al voltrekt. „We doen daar al twee jaar onderzoek op het traject tussen de dorpen Andrjoesjkino en Svataj”, vertelt hij. „Hier begonnen de problemen in 1998. Het ijs smelt er en het land verdwijnt. Bij Svataj liep twee jaar geleden het vliegveldje onder water. Vorig jaar werden de bomen kaal en zakten door de erosie de huizen weg.”

Dan komt hij met foto’s van Andrjoesjkino, een dorp met achthonderd zielen. „In juni begon de bodem er ineens te golven. Een pijpleiding raakte ontwricht en brak in stukken. Zevenentwintig huizen zakten weg en ook overstroomde het vliegveld. De regering heeft de bevolking geadviseerd om weg te trekken.”

Op het scherm verschijnt nu een satellietanimatie waarop te zien is hoe de grote, dikke ijsvelden in het gebied zijn veranderd in meren met soms een doorsnee van tien kilometer. Het water stroomt door naar de Alazea. „Haar bassin wordt daardoor steeds breder. En omdat het water langzaam stroomt wordt de oude loop van de rivier niet hersteld, ook al vriest de permafrost weer op. Voor Andrjoesjkino is het dus te laat.”

Dan voert hij ons naar het ondergrondse laboratorium van zijn instituut. Van de kamertemperatuur van plus 26 graden dalen we af naar min 8. In een hal die vier meter diep in de permafrost is uitgehakt glinsteren de ijskristallen in mathematische variaties. Iedere steen op de muren is genummerd, zodat de ijsafzetting gevolgd kan worden. Gotovtsev geeft een klap op een van ijs ontdane wand. „Sterk als gewapend beton”, zegt hij. „Maar als het ontdooit, is het niet meer dan slap zand.” Aan het eind van de hal kijken de twee wassen beelden van Vadertje Vorst en Sneeuwmeisje – de Russische varianten op de Kerstman en zijn kleindochter – bedroefd toe.