Hemelse klanken van Lassus bij Kamerkoor

Klassiek Ned. Kamerkoor o.l.v. P. van Nevel, werken van Lassus. 22/11 Der Aa-kerk Groningen. Tour t/m 2/12. Radio 4: 2/12, 20u. ****

Orlandus Lassus ondertekende zijn brieven soms met ‘Orlando Magnifique’ en had daartoe alle reden. De Franco-Vlaming was de beroemdste componist van zestiende-eeuws Europa dankzij een kosmopolitische houding en wereldtalent in alle vocale genres. Latijnse missen, Franse chansons, Italiaanse madrigalen; ze vormen slechts een deel van zijn oeuvre.

Geen wonder dat dirigent Paul van Nevel, zelfs bij een avondvullende selectie voor het Nederlands Kamerkoor, voor een ‘embarras du choix’ kwam te staan. Hij stelde desondanks een fraaie bloemlezing samen, waarvoor het ensemble tot zeventien zangers, vooral mannen, werd ingedikt.

Het had gisteren wel iets van een seance: het koor stond in kleine kring met de rug naar het publiek. Die opstelling versterkte het introverte karakter van de muziek. Of het nu een smeekbede om verlossing betrof of een wrang motet over de liefde, theatraal werd het zelden. Zelfs het erotische chanson Mais qui pourroit estre celuy was van hemelse samenklank, met ironie slechts onder de oppervlakte.

Als het Kamerkoor al boven gesluierd geprevel uitsteeg, dan was het met de intensiteit van een flakkerende kaarsvlam. Zo kreeg de ‘droeve dag’ uit Petrarca’s I Trionfi een mild weemoedig accent, en volgde in Anna, mihi delecta na het noemen van de geliefde ‘nympha’ een dromerige stilte. De opperste concentratie van de zangers kwam bovenal goed van pas in het stotterende motet S, U, su, P, E, R, per, super, dat met veel omhaal leidt tot de volzin ‘bij de wateren van Babylon zaten wij neder en weenden’.