Genie in de fout

Personen en verschijnselen belichten waar je niet of nauwelijks van gehoord had – het is een van de voornaamste missies van het IDFA, het jaarlijkse documentairefestival in Amsterdam.

Dit jaar verraste het IDFA mij met The Genius and the Boys, een film van de Zweed Bosse Lindquist over de arts-natuurkundige en Nobelprijswinnaar Daniel Carleton Gajdusek (1923-2008). Enkele jaren geleden liep Gajdusek nog zelf op het festival rond, als bezoeker die anoniem in het centrum van Amsterdam woonde. Hij was op de vlucht voor de publieke opinie in de Verenigde Staten die schande van hem sprak. Hij had er een gevangenisstraf van twaalf maanden uitgezeten.

Gajdusek was een wetenschappelijk genie, geboren uit Slowaakse ouders in New York. Hij groeide op als een wonderkindachtige eenling die wetenschappelijk furore maakte toen hij zich op het onderzoek naar de ziekte kuru stortte. In Nieuw-Guinea kwam hij met deze ziekte, ook wel prionziekte of trilziekte genaamd, in aanraking. De patiënten hadden last van trillende spieren, gestoorde evenwichtszin en vroege dementie.

Op oude filmpjes is te zien hoe liefdevol Gajdusek met de deerniswekkende kurulijders omging. Hij kwam tot de ontdekking dat de ziekte met hun kannibalisme te maken moest hebben. Alleen vrouwen en kinderen kregen de ziekte, en juist zij aten menselijke hersens. Gajdusek was de eerste die dat verband legde en hij kreeg er in 1976 de Nobelprijs voor Geneeskunde voor.

Gajdusek was in die jaren een wetenschapper op het hoogtepunt van zijn invloed en prestige. Bij zijn openbare optredens verkeerde hij vaak in het gezelschap van jonge mensen – vooral jongens – die hij tijdens zijn medische reizen door Oceanië had gerekruteerd en meegenomen naar de Verenigde Staten, waar hij ze opvoedde en onderwijs liet volgen. In totaal betrof het 56 kinderen.

Achteraf mag het een wonder heten dat pas in de jaren negentig de verdenking ontstond van misbruik van deze kinderen. Een zonderlinge vrijgezel die zich voortdurend omringt met geslachtsrijpe jongelingen, zou nu eerder in het oog lopen, zeker in de Verenigde Staten.

De film van Lindquist loopt gelukkig nu eens niet uit op de klassieke vraag: heeft hij het wel of niet gedaan? Op het moment dat je al bijna partij wilt kiezen voor die arme, belaagde Gajdusek met zijn nobele, medische motieven, wordt duidelijk dat hij inderdaad de pedofiel is waarvoor justitie hem aanziet. Kinderen leggen belastende verklaringen af en zijn oude dagboeken bevatten allerlei incriminerende passages.

Gajdusek bekent schuld en wordt veroordeeld. Weer op vrije voeten maakt hij het nog veel erger door pedofilie te verdedigen en de kinderen aan te wijzen als de schuldigen: zij verleiden de ouderen, en niet andersom. Zo had hij het immers ook zelf met zijn eigen oom in Slowakije gedaan.

In verwarring blijf je als kijker achter. Wat moet je van hem denken? Veel van zijn kinderen bleven hem op handen dragen, ook na zijn veroordeling, vertelde de regisseur na afloop. Gajdusek was in menig opzicht een formidabele man, een weldoener van formaat, maar hij handelde nooit onbaatzuchtig, want er was altijd die seksuele obsessie die hem voortdreef – tot zijn ondergang aan toe. Een tragisch mens die zich onbegrepen voelde, maar nooit een poging deed zichzelf te begrijpen.