En wéér heeft Europa een kans laten lopen

De EU creëerde twee nieuwe topfuncties om te schitteren op het wereldtoneel.

Maar nationale regeringen willen nog steeds niet de beste politici naar Brussel sturen.

De Europese regeringsleiders zijn opgelucht: de EU heeft nu een president en een minister van Buitenlandse Zaken. Maar dat is geen reden om trots te zijn, want Europa heeft voor de zoveelste keer zijn kans laten lopen om te schitteren op het wereldtoneel.

Tot vlak voor de top donderdagavond leek het erop dat het een lange nacht zou worden, zo ver lagen de meningen uit elkaar. De verkiezing van een eerste vaste voorzitter van de Europese Raad en een eerste minister van Buitenlandse Zaken zou naar alle verwachting een krachtmeting voor de gemeenschap betekenen.

Maar toen kwam de verrassing: het was allemaal zó rond. Bij het vooroverleg van de sociaal-democratische regeringsleiders donderdagmiddag werd al besloten dat de Britse Catherine Ashton de minister van Buitenlandse Zaken moest worden. Tijdens het diner viel vervolgens snel het besluit de Belg Herman Van Rompuy te kiezen tot EU-president. En dat ook nog eens unaniem. Na afloop sloegen de regeringsleiders elkaar op de schouders en prezen ze de eigen ‘slagvaardigheid’.

Maar in feite is er helemaal geen reden tot tevredenheid. De benoemingen bevestigen alle vooroordelen die over de EU circuleren. Beide posten worden bezet door kandidaten die in Europa onbekend zijn. Ashton is niet eens echt bekend bij haar Britse landgenoten. Ze gaf aan zelf ookcompleet verrast te zijn en zei dat ze op donderdagochtend nog niets had geweten van haar nieuwe functie.

Beide kandidaten moesten bovendien in hun vorige functie slechts de stoel warm houden. De politieke carrière van de 62-jarige Van Rompuy leek al ten einde te lopen toen hij een klein jaar geleden inviel als overgangspremier om de politieke chaos in België op te lossen. En de 53-jarige Ashton werd een jaar geleden alléén handelscommissaris omdat haar voorganger Peter Mandelson dringend in Londen nodig was om de Labour-regering te redden.

Het is dus geen wonder dat de benoemingen voor velen teleurstellend waren. Eigenlijk moesten de twee nieuwe posten het buitenlands-politieke profiel van de EU aanscherpen. Europa wilde zich met nieuw aplomb op het wereldtoneel laten gelden en unanimiteit en zelfvertrouwen uitstralen. Maar nu hebben de regeringleiders de vertegenwoordiging van de EU toevertrouwd aan twee nobody’s die om te beginnen hun eigen erkenning nog moeten bevechten.

Daar zit de oude mentaliteit van de nationale politici achter, dat topbanen bij de EU alleen worden vergeven aan kandidaten die henzelf niet kunnen overschaduwen. ‘Heb je een opa? Stuur hem naar Europa,’ zeiden ze in de jaren 1970 spottend in Duitsland. Die tijden lijken niet veranderd. Van Rompuy en Ashton zijn van nature backbenchers – precies het soort politici dat altijd al wordt weggerangeerd naar Europa. Dat ze beiden ook nog eens geen noemenswaardige internationale ervaring inbrengen legt dan geen enkel gewicht meer in de schaal.

Van Rompuy was in de afgelopen weken al als favoriet naar voren gekomen. De regeringsleiders hadden laten doorschemeren dat ze een bescheiden voorzitter uit een klein land wilden en zeker geen charismatische leider. Zijn benoeming kwam dan ook niet echt als een verrassing. De voorkeur voor een kleurloze premier van een klein land was door de omstreden kandidatuur van de voormalige Britse premier Tony Blair versterkt. Er spreken sterke argumenten tegen Blair, maar de vraag rijst waarom er afgezien van hem geen enkel ander politiek zwaargewicht meedong. De kandidaten uit de grote landen stonden nou niet echt te dringen om de post te bezetten. Duitsland had er bijvoorbeeld van meet af aan voor gekozen voor beide posten geen kandidaten naar voren te schuiven, om de Duitse aanspraak op het voorzitterschap van de Europese Centrale Bank niet op het spel te zetten.

Uiteindelijk wordt met de twee nieuwe leiders weer eens duidelijk hoe gering de waardering voor de EU is in de Europese hoofdsteden. De Britse regering had met minister van Buitenlandse Zaken Miliband en minister van Economische Zaken Mandelson meteen twee sterke kandidaten voor de post van EU-minister van Buitenlandse Zaken kunnen voordragen. Maar zij meenden allebei dat hun aanwezigheid in de binnenlandse politiek belangrijker was. De Lagerhuisverkiezingen staan voor de deur, de macht binnen Labour zal daarna opnieuw worden verdeeld. En dus viel de keus op Ashton, over wie men op de dag dat ze werd gekozen alleen maar wist te vertellen dat ze goed kan luisteren. En natuurlijk werd erop geklonken dat ze een vrouw is.

Bondskanselier Merkel zei minzaam dat de twee nieuwelingen vast in hun taak zouden groeien. De verwachtingen zijn inderdaad zo laag dat Van Rompuy en Ashton alleen nog positief zullen kunnen verrassen.

De EU heeft zichzelf weer eens weten te overtreffen. De minister van Buitenlandse Zaken en de president komen uit West-Europa, voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso uit Zuid-Europa en Europees Parlementsvoorzitter Jerzy Buzek uit Oost-Europa. En als ook wanneer overige leden van de nieuwe Commissie bekendgemaakt zullen worden, zal de wereld verwonderd kunnen kijken naar een meesterstuk van Europese diplomatie, dat zeer nauwkeurig gewogen zal zijn naar geografie, landoppervlak, politieke kleur en geslacht.

Dat is allemaal te verdedigen met het argument dat het zo nu eenmaal gaat in Brussel. Maar dan mag je je er niet over verbazen dat de mensen maar niet voor Europa warmlopen.

Carsten Volkery is correspondent in Londen voor de Duitse nieuwswebsite Spiegel Online.

NRC werkt samen met Spiegel Online via onze Engelstalige website nrc.nl/international