Een beest uit de duisternis

Deze bewoner van de diepe zee, de zeekomkommer van het soort Enypniastes, kruipt met zijn kleine tentakels over de bodem met een snelheid van twee centimeter per minuut. Onderzoekers van de Census of Marine Life vonden het doorzichtige beest op 2.750 meter diepte in de noordelijke Golf van Mexico.

Op die koude diepte dringt geen zonlicht meer door. Maar stil is het er niet. De Census of Marine Life heeft in de oceanen tot vijf kilometer diepte al 17.650 diersoorten geteld: lichtgevende kwallen, wormen die op olie leven, zeesterren, koralen, krabben. Dat zijn veel meer soorten dan tot nu toe werd aangenomen, meldden de onderzoekers gisteren.

De Census of Marine Life is een grootscheeps tienjarig inventarisatieproject van het leven in de wereldzeeën. Honderden biologen uit circa tachtig landen doen mee. In 2010 wordt de eerste grote rapportage verwacht.

Vijf van de veertien expedities van de Census bezoeken de diepe zee. Met sonars en camera’s wordt naar zeeleven buiten het zonlicht gezocht. Daar groeien geen planten meer. Dieren leven er van organisch materiaal dat naar beneden zinkt, van bacteriën die olie en methaan afbreken en van gezonken walvisbotten.

Deze zeekomkommer overleeft door afzettingen van de bodem in zijn mond te schuiven waar dood organisch materiaal inzit. Dat verwerkt hij in zijn primitieve darmstelsel.