Canada wil gevechtsmissie overdragen aan de VS

NAVO-landen wachten op Obama’s besluit over militaire versterking in Afghanistan voor ze zelf toezeggingen doen. Canada overweegt samenwerking met de VS in Kandahar.

Canadese militairen kunnen actief blijven in zuidelijk Afghanistan nadat het huidige parlementaire mandaat voor de Canadese gevechtsmissie in de provincie Kandahar eind 2011 afloopt. De Canadese regering gaat ervan uit dat Canadezen ook daarna betrokken zijn bij trainings- en wederopbouwwerk, terwijl Amerikaanse troepen hun gevechtstaken zullen overnemen.

Dat zegt de Canadese minister van Defensie Peter MacKay. Hij sprak dit weekeinde in Halifax met zijn Amerikaanse ambtgenoot Robert Gates. MacKay verwacht dat de VS binnenkort bijna 40.000 extra militairen naar Afghanistan zullen sturen, en dat andere landen zal worden gevraagd om verdere troepenversterking.

Canada is met ongeveer 2.800 militairen gelegerd in Kandahar, de bakermat van het voormalige Talibaanregime, en is al besprekingen begonnen met de VS over de inzet van Amerikaanse gevechtstroepen in de provincie, aldus MacKay. Het parlementaire mandaat van de Canadese gevechtsmissie, waarbij 133 Canadezen zijn omgekomen, loopt eind 2011 af. Met Nederland is Canada het enige land dat een einddatum heeft genoemd. Het Conservatieve kabinet regeert met een minderheid in het Lagerhuis in Ottawa, en er bestaat momenteel politiek gezien geen kans op verlenging van de missie in de huidige vorm.

„In onze parlementaire motie staat dat de gevechtsmissie eind 2011 ten einde komt”, aldus MacKay, die dit weekeinde in Halifax gastheer was van een internationale veiligheidsconferentie van het German Marshall Fund. „Dat betekent het einde van een volwaardige militaire operatie. We gaan dan over naar een grotere nadruk op wederopbouw en ontwikkeling. In de komende anderhalf jaar zullen we, rekening houdend met alle factoren die in beweging zijn, bepalen hoe de missie er daarna zal uitzien.”

„Ik voorzie dat er tot ver na 2011 Canadezen in Afghanistan zullen zijn, om het humanitaire werk voort te zetten in Kandahar”, aldus MacKay. Als voorbeeld voor een toekomstige aanpak noemt hij de Dahla-dam, een Canadees irrigatieproject waarvan de militaire bescherming al is overgedragen aan Amerikanen.

De Canadese opstelling verschilt van die van Nederland.Eind 2010 vertrekken de Nederlandse militairen uit Uruzgan, dat grenst aan Kandahar. De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen om uit te sluiten dat Nederlandse militairen na volgend jaar in Afghanistan blijven.

President Obama geeft eerdaags zijn reactie op het advies van de Amerikaanse commandant van de missie, generaal McChrystal, om 40.000 extra militairen naar Afghanistan te sturen. „Het is duidelijk dat dat gevolgen zal hebben voor elk land”, zegt MacKay. Hij ziet een rol voor Obama om de missie ook voor andere landen een nieuwe impuls te geven. Een mogelijke oproep van president Obama „zal gevolgen hebben voor verder debat. Veel landen zullen verder praten over hoe ze hun rol nieuwe vorm kunnen geven.”

MacKay geeft er de voorkeur aan om de discussie niet te voeren rond deadlines, zoals die naderen voor Canada en Nederland. „Ik zou naar die data kijken als overgangsdata, geen einddata. Om telkens te praten over exit strategies en einddata is bemoedigend voor de opstandelingen van de Talibaan. Zij kunnen dan op hun horloge kijken en afwachten tot we weg zijn. We kunnen beter zeggen dat we overstappen op het in staat stellen van de Afghanen om hun eigen bevolking te beschermen.”

Voor versterking op kortere termijn kijkt Canada in de eerste plaats naar de VS, zegt MacKay. „De drie brigades die zij al hebben gestuurd maken een groot verschil. Maar ook Canada gaat nog achttien maanden door met een volwaardige gevechtsmissie. Dus ik voel me niet bezwaard over onze bedenkingen. Deze missie is zeer kostbaar voor Canadezen. Wij zijn een van de weinige landen die midden in de strijd zitten. We hebben een groot aantal doden en gewonden geleden. Dit heeft een ontnuchterend effect.”

MacKay, die in de afgelopen jaren pogingen deed om troepenversterking van andere NAVO-landen naar het gevaarlijke zuiden van Afghanistan te halen, leeft mee met de Nederlanders, zegt hij. „Ze hebben een geweldige bijdrage geleverd, ze zijn naar het zuiden gekomen terwijl anderen dat niet wilden, en ze hebben dit aan hun bevolking moeten uitleggen. Landen doen wat ze kunnen binnen constitutionele limieten en de beperkingen van coalitiekabinetten. Dat begrijp ik; wij zitten in een minderheidsregering, dus ook voor ons is het een lastige balans.”

Mocht de regering van premier Harper bij de volgende verkiezingen – waarschijnlijk binnen een jaar – een meerderheid behalen, dan kan ook dat aanleiding zijn tot een heroverweging van de Canadese rol in Afghanistan. „Elk land moet naar zijn eigen omstandigheden handelen”, zegt MacKay. „Het is realistisch om te zeggen: we wijzigen onze aanpak, gebaseerd op wat de bevolking wil en wat het leger aankan. Maar we moeten ons wel richten op succes. In plaats van de exit strategy moeten we praten over de succesformule.”