Bakkal belangrijk voor 31 keer ongeslagen PSV

PSV4Heracles Almelo0

Ruststand 1-0. 45. Afellay 1-0, 50. Dzsudzsak 2-0, 62. Toivonen 3-0, 87. Vukovic 4-0. Scheidsrechter: Bossen. Toeschouwers: 33.000.

Otman Bakkal had gisteren een fraai aandeel kunnen leveren in de evenaring van een 35 jaar oud clubrecord van PSV. De middenvelder kreeg in het duel met Heracles al na twaalf seconden een kans om uit een voorzet van Balazs Dzsudzsak de score te openen. Hij zou ook in de resterende speeltijd nog mogelijkheden onbenut laten om de bal in het net te werken. Ibrahim Afellay, Dzsudzsak, Ola Toivonen en invaller Jagos Vukovic waren schotvaardiger. Zij bezorgden PSV een 4-0 overwinning. Geholpen door een overdreven rode kaart die arbiter Ruud Bossen in de dertigste minuut gaf aan Heracles-doelman Martin Pieckenhagen vanwege een licht trappende beweging richting de voeten van Toivonen. Hoe het ook zij, PSV bleef voor de 31ste keer ongeslagen en evenaarde een record uit 1975.

Het vizier van Bakkal, die met Toivonen en Dzsudzsak nog steeds clubtopscorer is (zeven treffers), stond niet op scherp. Misschien het gevolg van een enerverende week. De Brabander werd voor het eerst opgeroepen voor het Nederlands elftal en mocht in de slotfase van de oefenwedstrijd tegen Paraguay debuteren. Bakkal, voorheen ook geselecteerd voor Jong Oranje en het olympisch elftal, was gisteren de enige speler in het team van PSV die is voortgekomen uit de eigen jeugdopleiding. Trainer Huub Stevens zag het niet zo in hem zitten. Dat vond Aad de Mos verbazingwekkend. De werkloze coach volgt Bakkal al vanaf de junioren, bekijkt soms trainingen van PSV, en meende juist dat hij er klaar voor was om een vaste plaats te krijgen in een topelftal.

Fred Rutten deelt die mening, zo blijkt dit seizoen. Als hoofd jeugdopleiding van PSV had hij veel contact met Bakkal, maar Rutten werkte ook met de voetballer uit Strijp bij FC Twente. Hij gaf Bakkal een plek achter de centrumspits. Met in zijn rug Engelaar en Afellay als controleurs en geflankeerd door Dzsudzsak en Danko Lazovic op de vleugels, rendeert de 24-jarige Bakkal als nooit tevoren. „Maar hij kan op drie posities op het middenveld spelen”, meent Rutten. „Met de punt naar voren of naar achteren. Zo deed hij het in de wedstrijd tegen Feyenoord ook heel goed als verdedigende middenvelder.”

Rutten herinnert zich dat Bakkal in trainingspartijtjes in de jeugd zijn lichaam optimaal benutte. „Ik deed dan wel eens mee. Hij was een van de weinigen die mij durfde aan te pakken. Dat vond ik wel mooi. Als hij fit is, heeft Otman de gave negentig minuten te blijven gaan. Dat vind ik al een kwaliteit. Hij heeft een enorm gevoel om de juiste positie te kiezen. Maar ook om in het offensief op het goede moment te zijn waar hij moet zijn.”

Bert van Marwijk haalde Bakkal bij Oranje als vervanger van de geblesseerde Wesley Sneijder. Waarmee de bondscoach aangaf dat de PSV’er zoveel progressie heeft gemaakt dat hij op een groslijst is komen te staan van kandidaten voor Oranje. „Het was een mooie ervaring”, vertelt Bakkal die met zijn ploeggenoten Engelaar en Afellay op het middenveld kwam te spelen. „Je dwingt dit af bij je club. Nu moet ik bij deze gasten proberen aan te haken. Maar na die ene training bij Oranje kon ik concluderen dat het Nederlands elftal een niveautje hoger is dan PSV.”

In het verleden kreeg Bakkal nog wel eens een terugval en verdween dan geruisloos van het toneel. Hij zal nu naar continuïteit moeten streven, meent Rutten. „Van grote invloed is zijn fysieke gesteldheid.” Dat heeft volgens Rutten met zijn speelwijze te maken. „Otman is een voetballer van wie een groot loopvermogen wordt verlangd. Hij heeft het talent om een international te worden. Nu moet hij werken aan stabiliteit. Dat ziet er al goed uit.”

Een wedstrijd zonder doelpunten kan daar niets aan veranderen. Bakkal baalde vooral van die eerste, mislukte kopbal binnen twaalf seconden. Dan was PSV wellicht op een hogere score uitgekomen tegen tien Heraclieden, van wie Birger Maertens ook nog in de slotfase over het veld strompelde. Rutten: „Otman was voor het doel wat ongelukkig. Hij had drie doelpunten kunnen maken. Ik vind hem juist in de kleine ruimte steeds beter worden.”