Antiheld Snorro torst de last van dubbelleven

Het Ro Theater deed voor Snorro inspiratie op bij de Britse Christmas Pantomimes. De familievoorstelling van Pieter Kramer zit vol verkleedpartijen en dubbelrollen, maar heeft een serieuze boodschap.

In een café in Mexico maakte regisseur Pieter Kramer een scène mee die hij heeft opgenomen in zijn nieuwe familievoorstelling Snorro. Een bedroefde man bestelt bij een orkest een droef lied. De orkestleden willigen zijn verzoek in met als resultaat dat hij nog treuriger wordt. En voor de tweede keer vraagt hij om het trieste lied.

Snorro heet de familievoorstelling van het Ro Theater, geschreven door Don Duyns. Tijdens die reis door Mexico kwam Pieter Kramer op het idee aan de legendarische held Zorro een voorstelling te wijden. „In Mexico leven heldendom en mannelijk eergevoel sterker dan bij ons”, aldus Kramer. „Bovendien speelt muziek een beslissende rol in het dagelijks leven. Dat is de reden dat er in de voorstelling een echt Mariachi-orkest livemuziek speelt.”

Tijdens de generale repetitie vorige week in de Rotterdamse Schouwburg geeft regisseur Kramer aanwijzingen over tempo. Hij plaatst de kinderen die meedoen op de goede plek tussen een sterrencast met Dick van den Toorn, Loes Luca en Marcel Musters. Volgens de regels van een echte 8+ familievoorstelling is de interactie tussen toneelspelers en zaal essentieel.

Hoofdrolspeler Dick van den Toorn vertolkt de dubbelrol van Snorro. Niemand mag weten dat de saaie, wat zijige Don José in een ander leven de gemaskerde held Snorro is, vechter voor het goede doel met twee degens en een rood-zwarte cape om. Zijn masker bedekt een groot deel van zijn gezicht, zodat hij onherkenbaar is. Zelfs voor zijn dierbaren.

„Snorro gaat over identiteit”, zegt Dick van den Toorn na afloop. Voor zijn rol als bediende Knoop in Lang en gelukkig, ook gemaakt door het duo Kramer en Duyns, won hij de Gouden Krekel 2008. Van den Toorn: „Wie ben je werkelijk, dat is de vraag die Snorro aan het publiek stelt. Ik wil graag dat kinderen meegaan in het verhaal, zij zijn onzeker en zitten vol twijfel. Ze zijn op zoek naar hun eigen persoonlijkheid. Als een jongen op het schoolplein zich stoer gedraagt, dan behandelen de anderen hem ook alsof hij een stoer iemand is. Maar misschien is hij juist heel weifelend van karakter. Op het toneel leid ik een dubbelleven. In de rol van Don José ben ik bedeesd en timide; trek ik tussen de coulissen eenmaal mijn Snorro-kostuum aan, dan schiet ik vol heroïek. Ik win degengevechten, verdrijf bandieten en kom op voor de armen. Ondertussen ben ik verliefd op de beeldschone Conchita. Maar zij is verliefd op Snorro en niet op Don José, mijn werkelijke identiteit.”

Schrijver Don Duyns en Pieter Kramer bezochten ter voorbereiding in Engeland de Christmas Pantomimes. Duyns: „Dat zijn familievoorstellingen in het kerstseizoen die een gemeenschappelijke ervaring nastreven. Kinderen, volwassenen: iedereen doet mee aan het spel. De acteurs vragen mensen uit het publiek op het podium. Acteurs spelen dubbelrollen, het wemelt van de verkleedpartijen.” Net als in de pantomimes bevat Snorro veel liedjes op wijze van bekende hits.

Duyns: „Bij de opzet van Snorro zijn we mathematisch te werk gegaan. We beginnen bij het slot: wie trouwt uiteindelijk met wie? Het is de truc om elke scène, zelfs de laatste, verrassend te laten zijn.”

De makers konden Snorro niet Zorro noemen, want de naam is een beschermd handelsmerk. Het alternatief Snorro blijkt gelukkig geëigend voor deze voorstelling. Duyns: „Wij leggen het accent op maskerade, verkleedpartijen en dubbelrollen. De geschiedenis van helden heeft vaak te maken van dubbele identiteit. Batman opereert alleen ’s nachts en niemand weet wie hij is. Don Quichot is in wezen een arme, roemloze zwerver, maar hij denkt dat hij een vooraanstaande edelman is. Hij is eerder een antiheld. Dat geldt ook voor de Snorro van Dick van den Toorn: in het werkelijke leven is hij bang. Als Snorro niet.”

Eén zin uit de voorstelling zorgt bij de repetitie zowel onder de jongere toeschouwers als de volwassenen voor bijval. Van den Toorn zegt met treffende dictie: „Snorro zijn of niet zijn, dat is de vraag.”

Van den Toorn: „Wie zich een andere identiteit aanneemt, gedraagt zich leugenachtig. Dubbelleven leidt tot bedrog. Aanvankelijk lijkt dat avontuurlijk, maar uiteindelijk is het emotioneel een beproeving. Als Don José val ik ten prooi aan wanhoop, want ik moet mezelf verraden ten gunste van de held Snorro. Dat is het werkelijk dramatische verhaal van Snorro. Ik hoop dat kinderen en volwassenen zich erin herkennen.”