3,99 euro

De afgelopen week was in Duitsland veel kabaal gemaakt om het treffen tussen Bayern München en koploper Leverkusen. Dit was weer zo’n ‘wedstrijd van de waarheid’. Als Bayern verloor zou de strop rond de nek van trainer Louis van Gaal harder worden aangetrokken.

Duitse wedstrijden kun je niet op de traditionele kanalen zien. Vanuit Nederland moet je je abonneren op Sport 1. Vooruit, dacht ik. Ik zocht op internet naar de betaalzender. 3,99 euro per wedstrijd. Het was heel simpel, naam en creditcardnummer invoeren. Betalen. Beeld.

Het was nog een kwartier voor aanvang. In de studio zaten presentator Kees Jansma en ex-voetballer en ex-coach Willem van Hanegem tegenover elkaar. Kreeg ik er bij voor die luttele euro’s.

„Godverdimme, Kees. Bayern heeft al zoveel verliespunten. Zestien. Da’s veel. In twaalf wedstrijden, Kees. Dan hebben ze nog mazzel dat andere clubs punten hebben laten liggen.”

Willem had de mouwen van zijn overhemd losgeknoopt. Wat zou dit voor zondagmiddag worden?

Op het scherm verscheen Louis van Gaal. Hij sprak rustig in mistige zinnen over de crisis bij de club. „Het is belangrijk dat we meetellen en de hectiek rustig krijgen. En ja, de resultaten komen niet stante pede mee.”

Willem begon te mopperen. „Wat is een toptrainer? Ik weet het bij god niet.”

Het duel zou zo beginnen. Bayern-spits Luca Toni zat in een wit ski-jack op de tribune. Willem: „Toni, da’s ook niet mijn favoriet.”

De wedstrijd begon goed. Gomez scoorde voor Bayern, bij Leverkusen tikten de spelers de bal behendig naar elkaar. 1-1 bij de rust. Een helft matig voetbal voor – omgerekend – twee euro.

Kees Jansma vroeg Willem wat hij er van vond. „Qua voetbal is het verschrikkelijk. Dat centrale duo van Bayern heeft de draaicirkel van een bus. Ze spelen heel angstig, heel behoudend.”

Willem vond er niets aan. Jansma probeerde de sfeer goed te houden. Willem toonde een gezicht vol onbegrip. Zijn zinnen begonnen allemaal met „Ja, maar.”

De tweede helft was afschuwelijk. Langzaam werd me duidelijk dat ik naar de slechtste wedstrijd van het seizoen keek. En dat ik de afgelopen maanden veel vaker naar andere live-partijen had gekeken (Nederlands elftal, AZ, Feyenoord) die hetzelfde predicaat verdienden. Willem had volkomen gelijk. Het was saai.

Een live-voetbalwedstrijd zien is al enige tijd zonde van mijn vrije tijd. Anderhalf uur zielloos gepruts, zonder lef, zonder brille, zonder spanning. Ik kon het niet meer aanzien. Bayern was volkomen de weg kwijt. Het werd 1-1.

„Kees, het was geweldig”, zei Willem na afloop. Het cynisme droop onder uit het scherm.

Kon ik ergens een klacht indienen tegen deze beroerde wedstrijd? Bij Bayern-baasjes als Uli Hoeness en Karl-Heinz Rummenigge misschien, die als de Waldorf en Statler van de Muppetshow openlijk op het erebalkon zaten te mokken. Of moest ik mijn 3,99 euro terugvragen bij Sport 1?

Na twee uur zette ik de computer uit. Na de spaghetti keek ik naar Studio Sport. Een verademing. Alle wedstrijden in samenvatting. Een slalom van Luis Suárez, Ibrahim Afellay met een geweldig doelpunt, kopstoten, hakjes, blunders. Ik was in een uur klaar.

Weg met live-wedstrijden. Blik middelmatig voetbal in. Knip het kort. Dan houd ik tijd over voor een boek. En een krant.