Jakoetsk (4)

DSC01835Na een interview met de permaforstgeleerde Semjon  Petrovitsj Gotovtsev daalde ik af in het permafrostmuseum annex -laboratorium van het P.I. Melnikov Instituut voor Beheer van de Permafrost in de Permafroststraat nummer 6. In de voortuin van het gebouw, waar zo’n honderd geologen werken, staat een beeld van een mammoet, een mogelijke verwijzing naar de mammoetbaby Dima die er in de jaren zeventig is gevonden en van wie een kopie in de heilige hallen van dat museum ligt .

DSC01832Na betaling van 350 roebel aan de boekhouder van het instituut daalden we onder leiding van Semjon Petrovitsj en de spraakzame ingenieur Pavel Stanislavovitsj Zabolotnik  de kelder in. Een houten trap leidde ons naar beneden. Een Jules Verne-gevoel beving me. ,,De houten wanden hier blijven maar goed”, zei Pavel trots terwijl het kouder werd. ,,Ze zitten er al jaren.”

DSC01830

Eerst belandden we bij de resten van mammoetbaby Dima, of althans een kopie daarvan, want het origineel ligt in een museum in Sint-Petersburg. Dima is 39.000 jaar oud en de trots van beide geleerden. Ze beschouwen hem bijna als hun eigen zoon.

DSC01833In de ijskelder moesten we onze dikke jassen echt dichtritsen, zo koud was het er. We zagen er de permafrost beginnen. Het zand ging er binnen dertig centimeter over in ijs. Langzaam werd de ijsafzetting op de muren dikker. Tot we vier meter diep in de permafrost waren afgedaald.

DSC01834,,Hier heerst een permanente temperatuur van - 8 graden”, zei Semjon Petrovitsj. ,,Dat blijft zo tot op een diepte van 1.500 meter.” De koude deed me ineens denken aan een anekdote uit de Koude Oorlog, die ik een dag eerder in de Nationale Bibliotheek had gehoord. Als het Westen Jakoetsk had willen vernietigen, zo luidde het relaas, dan zou het daarvoor geen atoombom nodig hebben, maar hoefde het alleen de verwarming een paar uur af te sluiten.”

Met een blauw zaklantaarntje belichtte Pavel even later de ijskristallen aan het plafond van de ijshal. DSC01836Hun mooie mathematische vormen  deden me opnieuw beseffen dat de natuur volgens strakke wetten is opgebouwd.

Nadat we Vader Vorst en Sneeuwmeisje nog even hadden bewonderd, die aan het eind van de hal waren opgesteld als een toeristische attractie in de Efteling, namen we afscheid van onze hartelijke gastheren. ,,In het voorjaar komen we terug”, zeiden we. Toen stapten we opnieuw de koude in, waar godzijdank onze taxichauffeur Roestam met draaiende motor op ons stond te wachten.