Zand, kalk en konijnen

Wetenschapsbijlage 14-11-09

De heer Van Haperen houdt een behoorlijk tegenstrijdig verhaal. Hij geeft aan dat het konijn van nature in Nederland niet voorkomt. Maar meent toch dat het landschap dat mede door het graven en grazen van dit stuk faunavervalsing tot stand is gekomen tot elke prijs moet worden bewaard. Zandverstuivingen lijkt hij ook mooi te vinden, hoewel ook die volgens hem pas sinds de middeleeuwen bestaan. Dat de duinen natter worden lijkt hij ook te betreuren, hoewel ook dàt duidelijk een herstel betekent van de situatie die bestond vóórdat grootschalige drinkwaterwinning het duin in een steppe veranderde – tot in de negentiende eeuw was het duin zó nat dat er beken ontsprongen (in IJmuiden vinden we nog de Willemsbeekweg).Inderdaad, het duin verandert. Maar het verandert door het uitblijven van menselijk ingrijpen en het verdwijnen van een beest dat hier niet hoort. Het keert dus terug tot zijn natuurlijke staat. En de heer Van Haperen komt echt nog wel aan zijn romantische trekken: door het klimaat en de voedselarme grond zal het bos echt niet oprukken tot in de zeereep en kan hij nog volop genieten van barse, schrale, stuivende duinen.

H.J. van den Doel

Leiden