Wie durft Bank of America aan?

Het nu nog in problemen verkerende Bank of America kan uitgroeien tot een nieuwe machtige kolos. Maar wie wil de leiding overnemen van Ken Lewis, die eind dit jaar vertrekt?

Wat is de beste baan in de sector van de financiële dienstverlening? De positie van topman bij de geplaagde Bank of America (BofA) springt misschien niet meteen in het oog. Maar kijk eens wat beter naar de verzameling bezittingen van de bank uit het Amerikaanse Charlotte, en het beeld verandert.

Op dit moment is het misschien nog anders. De toezichthouders zijn niet bepaald aardig geweest voor de bank of Ken Lewis, de vertrekkende topman. De raad van commissarissen heeft een opfrisbeurt nodig, en er valt nog veel werk te verrichten bij het integreren van de vele slecht getimede overnames.

Tot overmaat van ramp is het salaris, nu er nog zoveel overheidsgeld in de bank aanwezig is, laag in vergelijking met de concurrentie. In het begin althans, dankzij beperkingen die zijn opgelegd door Kenneth Feinberg, de door president Obama benoemde supervisor voor de beloningen bij banken. Dat alles kan voor een deel het oponthoud bij de benoeming van een opvolger voor Lewis verklaren.

Het is alweer bijna twee maanden geleden dat de lang zittende topman zei dat hij aan het eind van dit jaar zou opstappen. Dat er geen opvolgingsplan was, duidt erop dat de commissarissen van BofA Lewis het vuur niet echt aan de schenen hebben gelegd. Het binnenbrengen van een functionelere en ervarener groep commissarissen is een prioriteit voor degene die de toppositie overneemt, en voor de aandeelhouders van BofA.

Een nieuw gezicht aan de top en een opgefriste raad van commissarissen zouden kunnen helpen een andere slechte situatie redelijk snel ten goede te keren: de relatie van de bank met haar toezichthouders. BofA ruziede zelfs al met ze vóórdat Lewis een openbaar debat aanging met voorzitter Ben Bernanke van de Federal Reserve en de vorige minister van Financiën Henry Paulson over de vraag of zij ongeoorloofde druk op de bank hadden uitgeoefend om de overname van zakenbank Merrill Lynch te voltooien op het hoogtepunt van de financiële crisis.

Als deze kwesties al snel zouden kunnen worden opgelost, kosten andere uitdagingen waarschijnlijk meer tijd. Terwijl de raad van commissarissen de bewegingsvrijheid van Lewis steeds verder aan banden legde, benoemde zij een aantal topfunctionarissen om leiding te geven aan de diverse onderdelen van de bank – waaronder de voormalige Goldman Sachs-partner Tom Montag bij de zakenbankdivisie en Sallie Krawcheck van Citigroup bij die voor vermogensbeheer en de beursmakelaardij.

Iedere nieuwe topman wil doorgaans de hand hebben in de samenstelling van het uitvoerende team. De recente aanstelling door de raad van commissarissen van zulke zwaargewichten – waarvan sommigen hun posities wellicht hebben gezien als een opstapje naar de vervanging van Lewis – compliceert de zaken nodeloos.

Dan is er nog de lastige opgave om leiding te geven aan een op krachten komend BofA, terwijl tegelijkertijd Merrill Lynch, ’s lands grootste beursmakelaar, moet worden geïntegreerd, evenals Countrywide, voorheen de grootste hypotheekverstrekker in de VS, en LaSalle, een grote bank in Chicago die vroeger in handen was van ABN Amro. Lewis heeft deze aankopen de afgelopen jaren gedaan en ze zijn nog steeds niet volledig in het concern opgenomen.

In het geval van Merrill Lynch zal de komende bonusronde een testcase zijn voor het vermogen van BofA om vast te houden aan bepaalde sleutelfiguren van Merrill – wier salaris vorig jaar als onderdeel van de overnameovereenkomst werd gegarandeerd – en tegelijkertijd zijn zelf opgeleide talenten tevreden te houden, die het vorig jaar met veel minder moesten stellen.

Maar nu komt het. Kijk even verder dan deze problemen, en de nieuwe baas van BofA zal leiding geven aan een potentieel machtige kolos. Als de bankactiviteiten van BofA zijn samengevoegd met die van LaSalle, de zakenbank- en vermogensbeheeractiviteiten van Merrill en de hypotheekactiviteiten van Countrywide, kan de bank een waardige concurrent van Dimons powerhouse worden.

Zeker, BofA zal dit jaar naar verwachting slechts iets meer dan 3 miljard dollar verdienen, ongeveer een derde van de winst van JP Morgan. Maar na een jaar of drie zal dat beeld veranderen.

Inclusief alle synergievoordelen van de diverse overnames zou BofA jaarlijks 40 miljard dollar moeten kunnen verdienen, aldus consensusverwachtingen die door persbureau Reuters zijn verzameld. Dat is 40 procent meer dan wat JP Morgan tegen die tijd geacht wordt te verdienen – en het kan verklaren waarom hedgefondstycoon John Paulson onlangs BofA-aandelen heeft gekocht.

Afgezien van de potentieel aantrekkelijke geldelijke beloning voor het besturen van een reusachtige – en tegen die tijd weer onafhankelijke – financiële instelling, zou de komende BofA-topman dus zelfs Dimon in de schaduw kunnen stellen op Wall Street. Het is moeilijk voor te stellen welke redenen ambitieuze functionarissen verder nog nodig hebben om deze kans te grijpen.