Wesp met mopsneus

Insecten van één soort aan hun gezicht herkennen? Dat moet lukken. Bij sommige soorten wespen tenminste. Want die kunnen het zelf ook.

Onderzoekers met een goed vergrootglas ontdekten dat bepaalde Amerikaanse papierwespen heel verschillende gezichten hebben. Al binnen één volk is er veel variatie, als je er eenmaal op let. Gele plekjes op het voorhoofd of juist niet, streepjes als wenkbrauwen boven de ogen, gele oogschaduw, een donkere ‘neus’, of juist een roodbruine of zelfs gele – het kan allemaal. In verschillende combinaties die de wespen leren kennen. ‘Oh, daar heb je haar weer.’

En dat komt goed uit, want nestgenoten vechten soms. Als ze winnen krijgen ze aanzien en houden anderen rekening met ze. Maar dat kan alleen als de anderen onthouden hoe de winnaars eruit zien.

Voor verliezers is het ook handig een bekend gezicht te hebben. Zo hoeven niet steeds opnieuw ruzie te maken. Wespen die elkaar vaak tegenkomen weten zo wat ze aan elkaar hebben.

De onderzoekers namen natuurlijk de proef op de som. Ze maakten sommige wespen extra herkenbaar. Nee, niet met een minikwastje en wat schmink. Maar door afwijkende wespen in groepen te plaatsen met daarin verder alleen wespen die op elkaar leken. Die ene heel andere wesp viel daarin werkelijk meer op. Die raakte snel en beter bekend en kreeg het lekker rustig, zonder ruzietjes of zomaar een wantrouwige beet in het voorbijgaan

Een week is lang voor insecten. Maar hun geheugen voor een gezicht is minstens zo lang, ook als ze in de tussentijd heel veel andere wespen in de ogen hebben gekeken. Verrassend. Want bij sociale insecten hebben wij altijd het idee dat ze robotachtig hetzelfde zijn. Deze wespen weten wel beter. Ze hebben oog voor verschil.