Steeds meer vrouwen met gezichtssluier

Even heeft de Egyptische regering geprobeerd de niqaab aan te pakken. Maar ze heeft bakzeil gehaald.

In een lang, zwart gewaad, met zwarte gezichtssluier voor en zwarte handschoenen aan staat een studente te wachten bij de bushalte voor de Al-Azhar universiteit in Kairo. De vraag hoe ze de islamitische leerinstelling eerder op de dag is binnengekomen ondanks een verbod op de niqaab, gezichtssluier, ontlokt een tirade. „Ze zullen ons nooit kunnen tegenhouden”, roept ze fel. „Wie denken ze wel dat ze zijn?”

In tegenstelling tot twintig jaar geleden dragen nu bijna alle Egyptische vrouwen een hoofddoek, en een toenemend aantal kiest voor gezichtsbedekking onder invloed van de ultraconservatieve islam zoals die in Saoedi-Arabië wordt beleden en in Egypte oprukt. Even leek het erop dat het regime serieus paal en perk wilde stellen aan de gezichtssluier. Maar alle verboden zijn in lucht opgegaan.

Begin oktober vaardigde groot-sjeik Tantawi, decaan van de gerenommeerde sunnitische leerinstelling Al-Azhar en daarmee hoogste functionaris van de sunnitische islam in Egypte, een oekaze uit tegen de niqaab. Op bezoek in een meisjesklas van een middelbare school gebood Tantawi een scholiere haar niqaab af te doen, omdat die niets met de islam te maken heeft, maar een overblijfsel is van de pre-islamitische bedoeïenencultuur. „Ik weet meer van de islam dan jij en de mensen die je hebben verwekt”, beet hij het meisje toe. Even later verklaarde hij de niqaab op de Al-Azhar scholen en faculteiten te verbieden.

De minister van Religieuze Zaken, Mahmoud Zaqzouq, verzocht zijn vrouwelijke medewerkers eerder al geen gezichtssluier te dragen. De minister van Volksgezondheid, Hatem al-Gabali, waarschuwde verpleegsters eveneens tegen de gezichtssluier als ze hun baan wilden behouden. En op grond van de staatsveiligheid gelastte de minister van Hoger Onderwijs, Hany Hilal, een verbod op de gezichtssluier op staatsuniversiteiten omdat er in het afgelopen jaar vijftien mannen achter de niqaab waren aangetroffen.

Maar op de Al-Azhar universiteit lopen de studentes in niqaab af en aan. Mona en Khadija, derdejaars studentes islamitisch recht, zijn er heilig van overtuigd dat Tantawi verkeerd is begrepen. „Hij zou dat nooit doen”, zegt Mona. „De niqaab is het grootste offer dat je voor God kunt brengen”, aldus Khadija. Aan de poort leggen de bewakers van de staatsveiligheidsdienst de onherkenbare studentes geen strobreed in de weg.

Op de Universiteit van Kairo is het niet anders. Vooral vrouwen zonder hoofddoek genieten belangstelling van de beveiliging. Die worden stuk voor stuk naar hun identiteitspapieren gevraagd, terwijl gesluierde vrouwen ongemoeid naar binnen mogen. „Veel bewakers hebben thuis ook een vrouw in niqaab”, zegt Ziad, vierdejaars student bedrijfskunde. „Ze zijn er heilig van overtuigd dat andere vrouwen losbandig zijn.”

De houding van de bewakers is symptomatisch voor de kloof tussen de top van het regime en de ambtenarij. De regering heeft haar eigen functionarissen verloren aan de conservatieve trend, meent Gamal Abdel-Gawad, hoofd van denktank Al-Ahram in Kairo. „Het regime realiseert zich onvoldoende dat het apparaat verregaand is geïslamiseerd”, zegt hij. „De overheid is een afspiegeling van de maatschappij, en de maatschappij is zich vooral uiterlijk enorm aan het islamiseren.”

Ook juridisch blijkt een verbod op de niqaab op problemen te stuiten. Rechtbanken hebben in de afgelopen jaren herhaaldelijk in het voordeel geoordeeld van vrouwen die de niqaab droegen. In 2007 werd een gesluierde vrouw die de bibliotheek van de Amerikaanse Universiteit in Kairo niet inmocht, in het gelijk gesteld. De rechter vond de vrijheid van geloof zwaarder wegen dan de indentificatieplicht op het universiteitsterrein. Dergelijke vonnissen zijn voor het regime reden om veel onafhankelijk opererende rechters te verdenken van een islamitische agenda.