Snippendrek

De ogen van de houtsnip (Scolopax rusticola) zitten aan weerszijden van de kop en staan opvallend ver naar achteren. Hierdoor is zijn blikveld 360 graden. Dat is handig voor een bodembewonende bosvogel: naderend onheil wordt altijd opgemerkt ook al peurt de snip met zijn lange snavel in de modder.

Het zicht recht vooruit is echter beperkt en dat kost slachtoffers, vooral nu. Aangetrokken door het licht komen er tijdens de nachtelijke trek flinke aantallen midden in de stad terecht. Bij het ochtendgloren zoeken ze een uitweg en knallen dan tegen gebouwen. Omdat het verenkleed zo mooi in fijne herfsttinten uitgevoerd is, brengen voorbijgangers de versdode houtsnippen vaak naar het Natuurhistorisch Museum. Alleen al deze week kwamen er vijf binnen.

Hoewel het tegen de museale ethiek indruist, is de verleiding groot om er eens een paar lekker klaar te maken. ‘Een snepje met zijn drekje’ gold immers vanouds als een delicatesse. Om de vogels intact te laten, zou ik mij tot de drek kunnen beperken. Houtsnippen voeden zich voornamelijk met regenwormen en keverlarven. Voor ik een hapje neem: Wie heeft er ooit snippendrek gegeten?