Racen op megakermis in Las Vegas van het oosten

Elk jaar strijken auto- en motorcoureurs neer in gokparadijs Macau. de plaatselijke middenstand is er niet zo blij mee: er wordt meer verdiend aan gokkers dan aan coureurs.

Geen ander circuit ter wereld waar het decor zo treffend weerspiegelt wat er op de baan gebeurt. De Grand Prix van Macau, in de Chinese casino-enclave vlak bij Hongkong, is één grote gok. Motorcoureurs spelen er zelfs met hun leven. Dit weekend is de 56ste editie, waarin Tom Coronel kampioen bij de privérijders in het WK Toerwagens kan worden.

„Er valt gemiddeld één dode per jaar”, zegt Coronel (37), die al sinds 1995 in Macau racet. Dan heeft hij het niet over zijn beroepsgroep – de autocoureurs – maar over hun collega’s op motoren. Bij een startveld van 32 man is dat net zo’n gok als al je geld op één cijfer van de roulettetafel zetten. Vraag het een ervaringsdeskundige en hij toont je met een mengeling van trots en schaamte het wilde vlees over zijn hele lijf. Ook schaamte ja, want motorcoureurs weten hoe er tegen hen aangekeken wordt. „Levensmoe”, oordeelt Coronel. Ga je onderuit, dan wacht je het plaatstaal van de vangrail. En dat op een stratencircuit met torenhoge snelheden en een aaneenschakeling van blinde bochten. „Het is een doolhof. Je gaat de hoek om en weet niet wat je aantreft. Misschien ligt er een band of een bumper, of heeft iemand zich op een hoop gereden.”

Coronel weet hoe Macau je kan maken of breken. Het is er alles of niets. Hier verzamelen zich elk jaar de beste Formule 3-coureurs ter wereld. Hij behoorde er zelf toe toen hij in 1997 het hele weekend lang de beste van het veld was. Winnen deed hij niet. Een crash maakte een eind aan de race die zijn entreebewijs voor de Formule 1 had moeten worden. „Mijn grootste sportieve frustratie. Ik had met twee vingers in de neus kunnen winnen maar werd overmoedig. Anders stond mijn naam in het rijtje Senna, Hakkinen en Schumacher.” Mika Hakkinen en Michael Schumacher vochten er in 1990 een titanenstrijd uit die tot in de Formule 1 door woedde. Bij het afscheid van de Fin, een decennium later, eindigde die in een soort remise, aangezien ze elkaar om en om versloegen. Net zoals ze elkaar om en om versloegen in Macau, waar ze ieder een race wonnen.

Verleden jaar, inmiddels SEAT-coureur in het wereldkampioenschap toerwagens WTCC, maakte Coronel ondanks al zijn routine toch weer een smak. Met 239 kilometer per uur. „De perfecte ronde rijd je er nooit. Dat maakt Macau ook zo opwindend. Ik durf dan ook geen voorspelling te doen voor de Independents Trophy.” Coronel kan dit kampioenschap voor privécoureurs voor de tweede maal winnen, mits hij zonder kleerscheuren door Macau komt. Ondanks alle waarschuwingen van zijn landgenoot waagt Branko Srdanov (21) zich als enige Nederlander op de motor. Zijn debuut is van korte duur: al in de eerste kwalificatie rijdt hij zijn 1.000cc Yamaha aan stukken. Een even angstaanjagend als onnozel ongeluk, want Srdanov geeft ruiterlijk toe dat hij op zoek was naar zijn pitbord en daardoor te laat remde. Zijn motor is total loss, hijzelf komt er vanaf met een rijtje hechtingen. In het besef hoeveel geluk hij heeft gehad: „Ik ga vanavond maar eens naar het casino!” Zo zie je de motorduivels na gedane arbeid steeds met hun verhitte koppen lachen. Niet uit blijdschap over hun resultaten, maar uit opluchting dat ze het er levend af hebben gebracht.

Racen als loterij van het leven tegen de achtergrond van tientallen casinohotels, het ene nog groter en glimmender dan het andere. Neem de lift naar de bovenste verdieping van de Macau Tower en je kijkt uit over een megakermis. De neonverlichting verknippert per seconde aan energie wat een Chinese familie in generaties verbruikt. Vrijstaat Macau is de fonkelende etalage van cryptokapitalistisch China. Met als pronkstuk The Venetian, het grootste casino ter wereld dat op de begane grond bestaat uit een zaal die zo groot is dat je het einde niet kunt zien. En op de eerste verdieping grachten en gondels op ware grootte, de klok rond badend in kunstmatig daglicht.

Ook die groteske kitsch die het circuit omzoomt draagt bij aan de magie van de lokale Grand Prix. Net als de rijke historie: dit weekeinde is alweer de 56ste editie van het evenement dat Macau op de kaart heeft gezet als het Las Vegas van het oosten. Toch vinden veel casinobazen het de laatste jaren een sta-in-de-weg geworden. Immers: het kloppend hart gaat grotendeels op slot en de hotels stromen vol met coureurs en hun entourage in plaats van goklustigen. Steeds luider klinkt de roep om er een eind aan te maken. In deze schijnwereld waar klinkende munt de enige harde werkelijkheid is, is geen ruimte voor zoiets sentimenteels als traditie.