Op het juiste paard wedden - of niet

Op Duindigt wordt niet gegokt, maar gewed. Welkom in de wereld van de paddocks, de handicappers en de moppentopper.

Bijna dagelijks loop ik langs Champions, een gokagentschap. ‘Wedden op het juiste paard!’, schatert de gevel. Wat een merkwaardige slagzin is. Want het líjkt een woordspeling, maar het is letterlijk wat het is: daar wedt men op paarden. Een houtzagerij heeft toch ook niet als slogan: ‘Van dik hout planken zagen!’ Of een begrafenisonderneming: ‘Zand erover!’ Maar goed, bij de Champions zitten altijd mannen gespannen op briefjes en naar beeldschermen te turen, te gokken, te spelen. Dat maakt uiteindelijk toch nieuwsgierig. En aangezien deze serie Buiten Spelen heet, is een bezoek aan de renbaan Duindigt bij Wassenaar allicht een goed idee.

Eenmaal telefonisch toegegeven dat ik niks van paardensport weet, laat Duindigt-manager en oud-jockey Annette Visser weten best een rondleiding te willen geven. Op zondag, de vaste dag dat de renbaan open is.

De plaats van afspraak is niet moeilijk te vinden. Op de A44 erheen rijden tientallen trailers met paarden en van die karretjes die je maar hoeft te volgen. Visser – „gek van paarden, maar geen paardengek” – staat bij de poort. Overal tussen de bomen klinkt hoefgetrappel. Duindigt zit in financieel zwaar weer, zegt Visser, vooral door lagere prijzengelden, maar dat is aan de parkeerplaats niet af te lezen. Daarop overheersen SUV’s en Mercedessen. Een Ferrari is een van de weinige auto’s zonder trekhaak. De opstal heeft de gebladderde allure van een Vlaams schaatspaleis.

Het gokken – „wedden”, corrigeert Visser – gebeurt achter de tribune in een sobere hal met aan de ene zijde loketten en aan de andere een reeks beeldschermen waarop paardenraces – Visser: „rennen” – en wagenrennen – „nee, draverijen” – langskomen.

„Bij gokken heb je geen invloed op de uitslag, bij wedden wel. Daar komt kennis bij kijken.” Een deel van die kennis voor de rennen en draverijen van vandaag is te vinden in de uitgereikte Draf En Rensport, nummer 45, waarin de recente prestaties van de paarden zijn opgenomen. Daaruit iets afleiden lijkt onbegonnen werk, al was het maar omdat de handicapper loden gewichten uitdeelt om de paarden gelijke winkansen te geven. Zelfs het wegen van de jockeys speelt daarbij een rol. Bij de draverijen hoeft dat weer niet. Dat komt, zegt handicapper Dik Volmer, „doordat een paard veel makkelijker trekt dan draagt.”

Er is nog een andere plek waar voorkennis is te halen: de paddock, een omheining waarbinnen de jockeys hun paarden showen. Daarna gaan ze meteen naar de baan. ‘Paard ruikt stal’ luidt het gezegde. Maar ‘paard ruikt start’ zou ook een gezegde kunnen zijn. De Engelse volbloeden stuiteren van de energie. Zodra ze één hoef op de grasbaan hebben gezet, gaan ze er in een explosieve galop vandoor, in de richting van de startboxen, een verplaatsbare rij hokjes. Dierlijke energie ontketend. Als de fascinatie voor de paardensport ergens voorstelbaar is, dan is het hier.

In de Duindigt Business Club – „uitsluitend toegankelijk voor leden” – die van één hoog uitkijkt over de finish, komt Harry Engels een hand geven. „Ik ben de enige Nederlander met een bookmakervergunning. Ik gok al vijftig jaar en heb er twee huizen aan over gehouden.” Olijke blik door hoornen brilletje. „Ik ben met vier huizen begonnen.” Harry is ooit moppentopper van het jaar geweest.

Zaten op de tribunes en buitenterrassen een uur voor de koersen anderhalve man en een, nou ja, paardenkop, vlak voor het begin zijn ze halfvol gelopen. De zon schijnt en het is koud, hoewel de twee nogal blonde Russische meisjes, die aan een tafeltje sigaretten zitten te roken met hun bontjassen wel een beetje overdressed zijn.

Of de fotograaf en ik met een autostart meewillen voor de aanstaande draverij. Nou graag, natuurlijk. Op de baan staat een soort jeep met uitklapbare ‘vleugels’ waarop acht nummers staan. De jeep trekt op en de sulkies naderen. Door een opening in het dak kijkt de starter of de pikeurs en hun zwoegende paarden de startprocedure goed doorlopen. Wanneer de paarden met hun neus de vleugelnummers bijna raken en wel zestig kilometer per uur draven, scheurt de jeep weg.

Tijd om zelf wat te gokk.., eh, wedden. We lopen naar de hal. O ja, zegt Visser, de vorige keer dat een fotograaf langs was geweest, was er heibel geweest omdat iemand herkenbaar in de krant was gekomen. Zijn echtgenote was woest geweest. „Een vriend van mij had laatst een lang gezicht”, zegt de meegehobbelde moppentopper, „Ik zeg: waarom? Hij zegt: mijn vrouw gaat drie weken met vakantie. Ik zeg: daar hoef je toch geen lang gezicht voor te trekken. Nee, zegt-ie. Maar als ik blij kijk, dan gaat ze niet.” Ik zet vijf euro op een paard dat Us Postel heet en bij winst driemaal de inzet uitkeert.

De startboxen klappen open en ze zijn weg. De commentator op het balkon boven de Club dreunt over de luidsprekers de posities op van de paarden die kluiten spetterend over de grasbaan denderen. De naam Us Postel schalt een paar keer door de luidsprekers. Mijn paard weet er zelfs nog een mooie eindsprint uit te persen – maar niet zo mooi als de winnaar.

Op het verkeerde paard gewed! Maar wel leuk buiten gespeeld.