Olde Heuvel geen rustig herstel gegund

Wouter Olde Heuvel moet, net terug van een blessure, meer selectiewedstrijden schaatsen dan hem lief is. De 1.500 meter laat hij nu schieten. ‘Ik ben een beetje de dupe van de regels.’

Wouter Olde Heuvel houdt het kort, zijn ochtendtraining op de ijsvloer van het Vikingskipet. Hij heeft zijn rust hard nodig. Morgen moet hij zich bij de wereldbekerwedstrijden in Hamar op de tien kilometer zien te kwalificeren voor ‘Vancouver’, maar donderdag wacht in Heerenveen alweer een ‘skate-off’ over vijf kilometer. Voor een schaatser die probeert te herstellen van een knieblessure is het bepaald geen ideale aanloop naar de Spelen.

Hij is niet de enige Nederlander die worstelt met een overvol programma. De buitenlandse concurrentie kijkt al jaren met veel leedvermaak naar de pre-olympische broederstrijd in Nederland. Waar de Canadezen, de Noren en de Amerikanen in alle rust toewerken naar hun grote olympische afspraak, gaan de Nederlanders wekelijks tot het uiterste om het evenement überhaupt te halen.

Olde Heuvel (23), sparringpartner van Sven Kramer, is het eerste ‘slachtoffer’ van het dichte woud aan nationale selectiewedstrijden. Om overbelasting te voorkomen schrapt hij de 1.500 meter uit zijn olympische programma. „Ik kan me beter een beetje inhouden.”

Vooral de wijze waarop zijn agenda plotseling volliep is illustratief. Een week geleden was er nog niets aan de hand. Totdat zijn ploegmaat Carl Verheijen bij de wereldbeker in Thialf ziek moest afzeggen voor de vijf kilometer. Daardoor mocht reserve Jan Blokhuijsen het ijs op. Maar die reed in de B-groep zo hard dat Olde Heuvel zich nu weer opnieuw moet kwalificeren – de facto omdat Verheijen koorts had.

Olde Heuvel was dan ook boos. Niet op Verheijen of Blokhuijsen, maar op de regels. „Ik schaats goed, maar moet wel de skate-off rijden. Als Carl bij wijze van spreken na honderd meter naar huis was gegaan, had ik die skate-off niet gehad. Dat is raar. Ik weet hoe de regels zijn, maar ik ben daar wel een beetje de dupe van.”

De extra selectiewedstrijd is des te wranger omdat Olde Heuvel met zijn vijfde plaats in het wereldbekerklassement hoger staat dan, bijvoorbeeld, regerend olympisch kampioen Chad Hedrick en oud-wereldrecordhouder Enrico Fabris. „Wouter heeft pech”, erkent bondscoach Wopke de Vegt. „Maar we hebben deze regels afgesproken, ook met de coaches. We hebben heel veel goede schaatsers op de vijf kilometer.” Hij onderstreept dat de regels zo zijn ontworpen dat op de Spelen straks de beste schaatsers rijden.

Olde Heuvel kent het klappen van de zweep. Hij haalde vorig seizoen brons op de EK allround en werd vierde op de WK allround, maar plaatste zich niet voor de 1.500 meter, de vijf en de tien kilometer op de WK afstanden in Vancouver. Bij dat evenement geldt per afstand, net als op de Spelen, een maximum van drie schaatsers per land.

Ondertussen rijden Fabris en Hedrick ontspannen hun rondjes in Hamar. Vooral de Italiaan laat zich in races nauwelijks zien; hij hoeft pas in februari 2010 in topvorm te zijn. Zijn aanwijzing voor de Spelen is een formaliteit.

Olde Heuvel kan zich alleen maar schikken in zijn lot. Hij is blij blij dat hij weer kán schaatsen, nadat hij in de zomer last kreeg van zijn knie. „Het sloop er langzaam in. Eerst dacht ik: het gaat wel weer weg. Maar het bleef irriteren. Een blessure komt nooit goed uit, maar een olympisch jaar is wel het slechtste moment. Ik heb het een paar keer moeilijk gehad, getwijfeld of ik het wel zou redden. Ik heb gelukkig wel veel kunnen fietsen, dus mijn conditie was goed. Maar ik mis wat kracht op het ijs.”

Olde Heuvel was net op tijd fit voor de NK afstanden, waar de eerste wereldbekertickets vielen te verdienen. Die wedstrijden zijn weer nodig om olympische kwalificatie af te dwingen. Op de vijf en tien kilometer plaatste hij zich zelfs voor het wereldbekercircuit. „Ik ben hartstikke blij met alles wat ik nu meepak. Het was al een verrassing dat ik de NK afstanden kon rijden.”

Het herstel van zijn knieblessure – ruw kraakbeen en overbelaste pezen – ging sneller dan verwacht, maar klachtenvrij is hij nog niet. „Ik moet rustig aan doen.”

De vraag is of dat lukt. In Hamar wil hij zich morgen op de tien kilometer kwalificeren voor de Spelen. Dan moet hij bij de eerste acht eindigen en in december op het olympisch kwalificatietoernooi in Thialf bij de beste drie eindigen, tenzij Kramer zich morgen (bij een zege) al direct plaatst voor de Spelen. Dan blijven er nog twee Nederlandse tickets over, net als op de vijf kilometer. Zijn grote concurrenten zijn Verheijen en Bob de Jong. Maar er kunnen er zomaar een paar bijkomen.