Obama wacht betonnen muur in Birma

De Amerikaanse president wil praten met de junta in Birma. Maar het regime kent het woord compromis niet, zegt de oppositie.

Het is een voordeel dat de Amerikaanse president Obama zwart is, denkt de Birmese dissident in ballingschap Nyo Ohn Myint. Daardoor zal de Birmese oppergeneraal ThanShwe, die het land al zeventien jaar in een ijzeren greep houdt, eerder naar hem luisteren. „Als een blanke vertelt wat ze moeten doen, denken ze: kom op zeg, die tijd hebben we gehad”.

Het is een van de weinige redenen voor optimisme die Myint heeft wat betreft de nieuwe Birma-strategie van de Verenigde Staten. Daarbij gaat de supermacht in gesprek met het militaire regime, terwijl de economische sancties van kracht blijven. Myint, van de Nationale Liga voor Democratie (NLD) in ballingsschap, vreest net als andere oppositieleden dat de Amerikanen tegen een betonnen muur zullen lopen in gesprekken met de generaals. „Het woord compromis staat niet in hun woordenboek”, zegt Aung Zaw, hoofdredacteur van tijdschrift The Irrawaddy. Later op de dag krijgt hij de Amerikaanse ambassadeur op bezoek.

In het Thaise Chiang Mai, op vijf uur rijden van Birma, wonen veel leden van de oppositie in ballingschap. Ze spreken af in de 94 coffeeshop vlakbij de Chiang Mai universiteit, waar het rustig is, zodat niemand kan meeluisteren. Hun kantoren houden ze liever geheim, want niet alle activisten hebben verblijfspapieren.

Het is een groep die over het algemeen pessimistischer en rechtlijniger is dan de dissidenten in Birma zelf, zegt hoogleraar Win Min, die lesgeeft aan Birmezen uit Birma. „Die zijn ook tevreden met kleine stapjes vooruit.” Bijvoorbeeld dat oppositieleidster Aung San Suu Kyi, die veertien van de laatste twintig jaar doorbracht onder huisarrest, een Amerikaanse delegatie mocht ontmoeten in een hotel, in plaats van in een overheidsgebouw. Hier en daar gaat het gerucht dat de junta haar zal vrijlaten, als gebaar van goede wil. „In Birma ziet men al voor zich hoe Obama Aung San Suu Kyi en Than Shwe de hand zal laten schudden, net zoals Bill Clinton deed met Palestina.”

Onmiddellijk nadat de regering-Obama begin dit jaar aantrad, stuurde ze afgevaardigden van Buitenlandse Zaken naar Birma en Thailand om met dissidenten te praten. Met als resultaat de nieuwe strategie, die de meeste oppositieleden weldoordacht en volledig noemen. In elk geval beter dan het vorige beleid van alleen sancties en isolatie, dat in twintig jaar tijd niets opleverde. En beter dan het beleid van de Europese Unie, dat te versnipperd is en elk half jaar meeverandert met het voorzitterschap van de Unie. „We begrijpen eigenlijk niet wat hun doel is met Birma”, zegt Zaw.

Men ziet wel gevaren. Bijvoorbeeld dat Amerika te gemakkelijk zijn goedkeuring zal geven aan de verkiezingen die het regime voor volgend jaar heeft aangekondigd, de eerste sinds twintig jaar. „Verkiezingen die niet vrij en eerlijk verlopen, kunnen het regime legitimeren. Dat is hun doel”, zegt Sein Win, eindredacteur van nieuwswebsite Mizzima. Een andere moeilijkheid is dat de oppositie vanuit de etnische minderheden zich genegeerd voelt. Het Westen richt zich op de NLD van Aung San Suu Kyi in Rangoon. En die heeft weinig aandacht voor de wensen van niet-Birmezen in Birma, zo’n 40 procent van de bevolking. Zij willen dat het nieuwe Birma een federatie wordt waarin staten enig zelfbestuur hebben. Maar wat Suu Kyi daarvan vindt, is onduidelijk. „Als etnische groep zijn wij onzichtbaar voor de Amerikanen”, zegt David Taw van de Karen Nationale Unie (KNU).

Mochten de Amerikanen toch vooruitgang boeken, dan komt dat doordat zij voor de junta tegenwicht kunnen bieden aan China, zeggen ballingen. Zelfs de militairen worden ongemakkelijk van de groeiende invloed van hun grote buurman. Honderdduizenden Chinezen emigreerden naar Birma, kochten land en bedrijven. De Chinese overheid bouwt dammen, infrastructuur en een olie- en gaspijpleiding. „Nu hebben de Amerikanen het regime weinig te bieden”, zegt Sein Win. „Maar op termijn willen ze niet afhankelijk zijn van China.”

Van de verkiezingen volgend jaar wordt weinig verwacht. De hoop is gevestigd op een dialoog tussen regime, oppositie en minderheidsgroepen, die zou moeten leiden tot een regering waarin alle partijen zijn vertegenwoordigd. Iets waarop nu ook Amerika de nadruk legt. Deze week heeft Suu Kyi een eerste stap gezet door Than Shwe uit te nodigen voor een gesprek over hoe ze kunnen samenwerken om de westerse sancties te laten versoepelen. Maar de oppergeneraal heeft nog niet geantwoord.

Een ding weet de oppositie in ballingschap zeker: het regime zal niet snel zijn alleenheerschappij opgeven. Al is het maar omdat generaal Than Shwe bang is dat het dan slecht met hem afloopt. Zijn voorganger Ne Win, die in 1962 de eerste coup pleegde die Birma tot een militaire dictatuur maakte, stierf in 2002 onder huisarrest en werd haastig, in een te kleine kist, begraven. „Than Shwe is bang dat hem hetzelfde overkomt”, zegt hoogleraar Win Min. „Daarom bezoekt hij constant pagodes en astrologen.”